Adèle en Céderik zijn in hun sas
Van "Ontdek de verhalen van de Gentse Raconteurs"
Ga naar het project

Een reeks van dubbelportretten van de hand van de Raconteurs van Gentbrugge.
Ze schelen exact zestig jaar. Maar ze zijn even jong van geest. Hun hart hebben ze verloren in de Sas- en Bassijnwijk. Adèle (°1930) toen ze kind was tijdens de Tweede Wereldoorlog, Céderik (°1990) rapt elke vrijdagavond met hart en ziel in het Keizerpark. Dit is het verhaal van de Sas- en Bassijnwijk, verteld door een kranige dame op leeftijd en een jonge woordkunstenaar.
Wonen aan het water
Adèle groeide op aan de Franse Vaart, haar vader was schipper. “Als kind heb ik vaak in de Schelde gezwommen, ook al mocht dat niet van mijn ouders. Binnenschepen meerden vaak aan ter hoogte van ons huis. Ik woonde heel graag in deze buurt. We hadden geen overburen en er was veel plaats om te spelen. Ons huis zat vaak vol schippers. Ze kwamen om hun sleepboten te laten herstellen, zeker in de oorlog.” Céderik woont niet in de Sas- en Bassijnwijk, maar aan het Van Eyckzwembad. Ook bij het water dus. Hij kent Gentbrugge goed, zijn oma woont er.
Van woestenij naar park
Toen Adèle kind was, bevond zich ter hoogte van het huidige Keizerpark een woestenij. “Er groeiden seringen, er woonde een zwerver die we ‘Potte’ noemden en op het ‘eilandje’ was er verder eigenlijk niets. Tijdens de oorlog namen de Duitsers de buurt in. Maar ik ervoer dat niet als bedreigend. Integendeel; we ravotten tijdens de oorlog en gingen vissen. De oorlog was voor mij geen droevige tijd. Ook al werden er in de buurt huizen verwoest.” Adèle heeft de buurt zien veranderen. Céderik heeft niet anders geweten dan dat het Keizerpark aangelegd was.
Het terrein van Van Houtte
Adèle speelde niet alleen bij de Franse Vaart, maar ook op de plaats waar nu nieuwbouwwijk Den Draad staat. Daar had Louis Van Houtte in de 19e eeuw een tuinbouwbedrijf. Toen Adèle kind was, waren er volkstuinen. Adèle herinnert zich dat er wedstrijden werden gehouden voor wie de grootste dahlia had gekweekt, er waren putten waar afval van planten in gegooid werd en het was een paradijs om er rond te lopen en te spelen.
Plaatselijke middenstand
Adèles grootouders hadden een winkel in de Kerkstraat. “De Kerkstraat was een echte winkelstraat toen ik klein was. Elke bewoner verkocht haast iets. Het was helemaal anders dan nu. Nu is de lokale middenstand hier echt verdwenen. Er is alleen nog een fietsenwinkel en een café.”
Hiphop in het park
Céderik is een woordkunstenaar. Hij is een van de drijvende krachten achter Hiphopstraatgebeuren, een hiphopcollectief dat elke vrijdagavond in het Keizerpark het beste van zichzelf geeft. “Buurtbewoners stoppen vaak als ze ons bezig zien in het park. Je vindt mij en andere woordkunstenaars rond de molensteen die in het park ligt. Hiphopstraatgebeuren is opgericht door Letterfretter Mike, die in de buurt woonde, in de Louis Van Houttestraat. Het lag voor de hand dat hij de muziekinstallatie (boombox) in zijn voortuin zette. Zo belandde hij in het Keizerpark, dat onze uitvalsbasis geworden is. Eigenlijk doen we dus hetzelfde als in Adèles jeugd: samen komen in het groen en plezier maken.”
Muziek in de Sas- en Bassijnwijk vroeger en nu
Céderik wil van Adèle weten of er vroeger ook muziek- en poëzieavonden werden gehouden. “Niet dat ik weet”, zegt ze, “die werden wellicht door andere sociale klassen georganiseerd. We gingen wel naar de Capitole op de Zuid naar de cinema en elke wijk had vroeger een eigen fanfare. We luisterden thuis ook naar platen op de fonograaf. Want er was geen radio of tv. Muziek bracht ons samen.” Céderik verenigt jongeren nog altijd met muziek en woordkunst: “Elke vrijdag komen 10 à 50 mensen naar onze bijeenkomsten. In de winter houden we die binnen. We beatboxen, rappen, doen aan poetry slam en zorgen er zo voor dat jongeren zich niet vervelen. We brengen ze samen en zo ontstaan hechte vriendschappen. Hiphopstraatgebeuren is ontstaan omdat Letterfretter Mike vond dat iedereen teveel op zijn eigen eiland leefde. Op het ‘eiland’ (zoals Adèle het noemde) zorgen we dat woordkunstenaars hun ding kunnen doen. Veel van onze muziek ontstaat gewoon ter plekke. We krijgen steun van de Jeugddienst en we treden soms op in opdracht van Stad Gent.”
Het leven in de wijk vroeger en nu
Hiphopstraatgebeuren trekt jongeren van ver buiten Gent aan, ook van West-Vlaanderen en zelfs Nederland en Luxemburg. “Dat is een groot verschil met vroeger”, stelt Adèle, “toen het leven echt erg plaatselijk was. Toen ik jong was kwamen bewoners hun wijk bijna niet uit. Alles wat je nodig had, kon je vinden in je eigen wijk.” Céderik beaamt dat alles inderdaad makkelijker bereikbaar is, door bijvoorbeeld sociale media, maar dat het plaatselijke toch ook belangrijk blijft.
Wensen voor de buurt
We vragen wat Adéle en Céderik nog wensen voor Gentbrugge. Adèle zou vooral willen dat buurtbewoners eens konden terugkeren in de tijd. “Ik zou eens willen tonen hoeveel alles veranderd is, vooral op het vlak van verkeer.” Céderik legt de nadruk op verbinden en samenkomen. “Ik wens de buurt meer plaatsen om samen te komen toe: banken om te verpozen, gebouwen, winkels en cafés. Ik houd erg van Kerk, de tijdelijke invulling in de Kerkstraat. Die verdwijnt binnenkort. Ik hoop dat daarvoor ergens anders iets in de plaats komt.”
Wil je meer weten over Hiphopstraatgebeuren of meedoen?www.hhsg.be
