Armand, een échte Kirremelkzieker
Van "Ontdek de verhalen van de Gentse Raconteurs"
Ga naar het project

Portret: Samuel Vanwalleghem
Raconteur Martin Boone liet Armand Dossche aan het woord over 85 jaar leven in Wondelgem.
Armand is 85 jaar oud. Hij zag het levenslicht op 14 oktober 1932 op de voutekamer boven de kelder van café De Voerman in Wondelgem. Armand is dus een echte Kirremelkzieker. De familie baatte een vervoerbedrijf uit, een transportbedrijf avant la lettre. Met paard en kar werd materiaal geleverd aan de fabrieken. Vervoer van bulk was hun specialiteit. Vandaar de naam van het café De Voerman.
Armand: "Kort na de oorlog breidde het bedrijf uit. De eerste vrachtwagen, een Bedford, werd in 1953 gekocht. Een mooi en degelijk einde-serie-model, maar toch een grote stap. In 1956 volgde een Volvo-vrachtwagen. Een hele vooruitgang, de vrachtwagen had zelfs verwarming. In 1961 nog een Volvo en met die wagens en personeel reed het bedrijf vooral voor de Boerenbond.
Wondelgem was net als Mariakerke een landbouwgemeente met veel kastelen en veel schapen. Vooral de familie Verbrugge was een bekende schapenboer. Die man had 5 dochters. Als de herder door het dorp trok, gaven we hem onze opgeraapte walnoten. Als kind verdienden we daar een stuivertje mee.
Als kind herinner ik me dat er grote werken werden aangekondigd in Wondelgem. Er kwam een zwembad. Niet zomaar een zwembad, maar een openluchtzwembad: “Neptunus”. Het zwembad werd uitgegraven met spaden en mankracht. De grond werd overgeschept in berlientjes of kipwagentjes en dan weggevoerd met paard en kar."
Wondelgem is een mooie gemeente, vindt Armand. Goed gelegen en dus zeer goed bereikbaar, met gemakkelijke verbindingen naar het stadscentrum of naar omliggende gemeenten als Sleidinge en de haven. Maar minder goed is dat alles moet gevraagd worden aan de Stad. Armand: "De Stad speelt baas over ons dorp. Vergunningen, toelatingen,… met al je vragen moet je altijd naar de stad Gent. Onze wegen liggen er behoorlijk slecht bij. De Gentse stadwerkers weten niets van het onderhoud of herstellen van wegen. Putten worden bulten. Slechte herstellingen om beschaamd over te zijn."
En jazeker, ook hij kent een geheim van Wondelgem. Armand: "Den oorlog. De Duitsers lagen ingegraven in den Dries. Iets verderop, ook ingegraven in den Dries, lagen de Polen. Duitsers en Polen keken naar elkaar. De twee vijanden hielden elkaar goed in het oog. En nooit is er een schot gelost tussen beide. Mijn vader, de voerman, had paarden. Een paard werd direct aangeslagen voor vervoer of voor het vlees voor de soldaten". Armand en zijn vader staken de paarden weg. In een klein stalletje achter de oranjerie van het kasteel “De Pelichy’s”. De paarden werden om de 2 dagen voedsel en water gebracht. Armand, nog een kind, bracht het voedsel in tassen. Maar hij moest stappen als een soldaat, met de armen naar voor en naar achter zwierend. Doen alsof de tassen leeg waren. Want met volle tassen zwier je niet. De Duitsers vermoedden niets en lieten hem passeren. En hij, hij ging stiekem naar zijn paardjes.
