DE FAMILIE BERNADETTE: André De Maesschalck (°1942) en Agnes Braeckman (°1947)
Van "Ontdek de verhalen van de Gentse Raconteurs"
Ga naar het project

In de reeks 'De Familie Bernadette' brengen we het verhaal van 100 jaar leven in de sociale tuinwijk Sint-Bernadette (1923-2023) aan de hand van getuigenissen van volbloed Bernadettes. Hierbij het verhaal van het echtpaar André en Agnes van de voormalige zuivelwinkel aan de Sint-Bernadettestraat.
Toen André De Maesschalck in 2002 zijn laatste melkronde reed in de Bernadettewijk, had hij er maar liefst 46 jaar trouwe dienst op zitten. Intussen had zijn echtgenote, Agnes, 33 jaar lang de zuivelwinkel aan de Sint-Bernadettestraat opengehouden. Het was een harde stiel, met in het begin geen wekelijkse rustdag en met zware gewichten om te torsen. Intussen geniet het koppel ruim twintig jaar van een welverdiende rust aan hun voorstraat. “De buurtwinkels van vandaag hebben het ook niet gemakkelijk”, beseffen André en Agnès.
André heeft een hele loopbaan met melk gezeuld. Nochtans droomde André als kind van een andere carrière, die van, automecanicien. Al van zijn negen jaar reed hij rond met de auto. In die tijd werd dat nog door de vingers gezien.
7 dagen op 7 met paard en kar op melkronde
In november 1944, kwam de toen 2-jarige André De Maesschalck met zijn ouders, Aloïs en Gaby, en zijn twee zussen in de Bernadettewijk wonen. Zijn vader, een melkventer, had zijn boerderij verkocht en de melkwinkel in de Sint-Bernadettestraat overgenomen. Met paard en kar bracht hij melk, boter en eieren rond in een gebied dat zich uitstrekte van de kerk van Sint-Amandsberg tot Lourdes. De Sint-Bernadettewijk maakte daar deel van uit. Het paard, dat een vaste plaats achteraan de woning kreeg, bezorgde de vader van André flink wat boetes. “Het dier had het niet zo begrepen op de sporen in de Vliegtuinlaan”, lacht André. “Het koos daar altijd voor het trottoir, wat makkelijker stapte, maar wel verboden was.”
Al van kleins af aan, hielp André zijn vader mee. “In het begin sorteerde ik, samen met mijn zussen, de spaarzegels, op kleur”, herinnert André zich nog levendig. “Die zegels waren erg populair bij de vele grote gezinnen, zeker tijdens de oorlogsjaren. Later volgde het zwaardere werk. Eenmaal 14 jaar oud, draaide ik voltijds mee in de zaak. Veel jeugd heb ik dus niet beleefd.”
Aanvankelijk gebeurde de melkronde zeven dagen op zeven. Tegen 6.30 uur waren vader en zoon al de baan op. In de jaren ’60 werden paard en kar ingeruild voor een bestelwagen. Naast de vele leveringen aan huis, voorzagen André en zijn vader heel wat Gentse scholen van melk. “We konden daarbij niet rekenen op extra personeel. Het valt niet na te tellen hoeveel gewicht ik al die jaren heb getild. De gepasteuriseerde melk dat van de melkerij kwam, zat in kannen van 40 liter. Die werd bij de mensen overgegoten in hun eigen casserole. Op onze kar pasten 6 zware kannen melk, karnemelk, boter en eieren.”
In 1956, André was toen 14 jaar, werd de verplichte rustdag ingevoerd. Dat betekende het einde van hun ronde op zondag. Tot zijn huwelijk in 1968 bleef André op dat adres wonen. Toen hij de ronde overnam van zijn vader, is hij de Bernadettewijk altijd blijven bedienen. Intussen hield zijn echtgenote, Agnès al die jaren de zuivelwinkel aan de voorstraat open.
Voorstraat, winkelstraat
De Sint-Bernadettestraat was vroeger een ware winkelstraat, herinnert André zich nog goed. “Je had om te beginnen drie slagers: Dobbelaere, Vervaet en Vanden Eynde. Brood haalden we bij Maurice De Moor of bij De Pauw aan het kerkje. Er was de schoenwinkel van Cyriel Baele, die later getransformeerd werd tot voedingswinkel van familie De Beule. Vervolgens een winkeltje voor drank en rookwaren, de zaak Bij Mathilde, ’t Lindeken van dokwerker Kamiel Swartlé, daarnaast de klerenwinkel van Madeleine Engels, de Nopri, de schrijnwerkerij van Desmet, die naast meubels ook houten speelgoed maakte, de kleermaker André Verbauwen en een stoffenwinkel.”
Ook aan de overkant was het een en al bedrijvigheid, herinnert André zich nog levendig: “Daar woonde pastoor Van Nevel en had je het schooltje van de Broeders van Liefde. Daarnaast de kring en cinema Nova en het café Bij Lange Miel. Daarnaast woonde mevrouw Nuytens, de directrice van de stadsschool. Haar zoon was begrafenisondernemer in de straat. Er woonde daar ook een metser, die we George De Voeger noemden. Voorts nog enkele cafés, waaronder dat van Cathy Pauwels. Eigenlijk te veel om op te sommen. Je vond hier zelfs distillerie De Stoop, van het gekende jenevermerk en een stokerij van Vanderlinden.”
De Bernadettewijk telde ook een aantal muzikanten, zoals de fluitist, Fred Kople, die optrad in een orkestje, alsook meerdere verdienstelijke accordeonisten. André: “Wist je dat de wijk zelfs tijdelijk een eigen accordeonclub had, waar onder meer Patricia De Beule en Nadia van het kapsalon actief waren?”
Grote nesten in kleine huizen
“De middenstanders in de wijk kwamen al bij al goed overeen”, weet André. “Voor de meesten was de handel een bijzaak. Terwijl de man uit werken ging, baatte de vrouw de zaak uit. Alleen bij voedingszaak van familie De Beule en die van ons was dat anders. Wij leefden van onze handel, net als de bakkers en slagers.”
De mensen hier in de wijk hingen goed aaneen, ook al was er veel armoede. “Dat was soms voelbaar tot in onze winkel”, legt André uit. “Zo kenden we heel wat ‘plakkers’: mensen die op uitstel betaalden of soms helemaal niet. Ze wachtten dan tot ze het kindergeld hadden ontvangen. Heel wat Bernadettes leefden met kroostrijke gezinnen in een kleine woning. Voorbeelden waren de families Pycke, Wiels, Van Neste, Genitello, Allaert,… Eigenlijk was het niet meer dan een bloot huisje. Later hebben ze er die stalletjes bij gebouwd, over het algemeen bedoeld om er een kleine badkamer of keukentje in onder te brengen.”
Werken bij het krieken van de dag
Het waren voor André en Agnes doorgaans lange werkdagen. “Zeker tot in 1973, toen ons eerste kind werd geboren”, legt André uit. “Drie dagen per week stonden we om 03 uur op, drie dagen om 03.30u en op zondag om 05u.” Agnes bevestigt: “De deur van onze winkel ging iedere dag om 05 uur open. Vergeet niet dat we hier veel werkvolk van Volvo en Sidmar over de vloer kregen. Zij kwamen hier dan voor hun ochtendshift al charcuterie halen voor tussen hun boterham. De mensen hadden vroeger niet zoveel reserve in huis en veel mensen hadden thuis nog geen eigen frigo. Terwijl ik de winkel uitbaatte, trok André op zijn ronde.” De eerste klanten die André aandeed, waren de bakkers. Want zij hadden boter en melk nodig.
In 1978 besloten André en Agnès om hun winkel te verhuizen even verderop in de Sint-Bernadettestraat. Opeens beschikten ze over een winkelruimte van maar liefst 120 m². Met in het aanbod voedingsproducten, zoals charcuterie, groenten en fruit, maar daarnaast ook kuisproducten.
André heeft in zijn loopbaan ook veel melk geleverd aan heel wat scholen. André: “Niet aan de stadsschool in de Bernadettewijk, maar wel aan de katholieke school naast de kerk en daarnaast aan enkele andere scholen, waaronder Don Bosco Sint-Denijs-Westrem , Sint-Paulus in de Meersstraat en de vakschool Glorieux in Lourdes.” In ieder geval vormden de scholen belangrijke klanten. Samen met zijn vader, deed André iedere maandag en dinsdag, met 2 bestelwagens de scholen aan, buiten zijn gewone ronde.
Terugblik op een lang en hard leven
In 2002, naar aanleiding van de 60ste verjaardag van André besloten André en Agnes dat om te genieten van een welverdiende rust.
Vandaag hebben buurtwinkels het moeilijk om het hoofd boven water te houden. Zeker met de concurrentie van de vele supermarkten. Agnes: “Dat is pijnlijk om te zien. Vroeger was dat anders. We hebben hier even een Unic gehad, maar dat was het dan ook. Wij hadden ook geen personeel in dienst, we deden alles zelf, zodat het financieel haalbaar bleef. Maar een gemakkelijk leven was het niet.” André knikt bevestigend. “Ik schat dat ik alle dagen tot wel 10 ton tilde. Altijd maar heffen en sleuren. Na een tijd begint dat toch te wegen op een mens.”
Wat hier de mooiste jaren waren in de Bernadettewijk? “De jaren ’50”, meent André. Agnes ziet het ruimer: “Toch ook de beginjaren van onze winkel, vond ik de moeite, hoor! In de jaren 1960 en ’70, toen onze kinderen nog klein waren. Iedereen speelde met iedereen en vooral buiten. De kinderen waren soms zo vuil van te spelen, dat je ze eerst moest ontdoen van het grootste vuil in een kuip, voor je ze in bad kon steken.” Bij vele mensen was het alle dagen de zoete inval.”
André: “Weet je: vroeger waren het hier allemaal meersen en weilanden. De helft van de bewoners van de Bernadetteblok kwam meehelpen op de boerderij, op het land, zeker in de oogstmaand, toen de aardappelen moesten worden binnengehaald. Al was het maar om een boterham te verdienen. Neen, het leven was toen niet simpel.”
Portret: Bernadette Vandevelde
