DE FAMILIE BERNADETTE: Roger Van de Sompel (°1945) en Jeanine Hoogstoel (°1949)
Van "Ontdek de verhalen van de Gentse Raconteurs"
Ga naar het project

In de reeks 'De Familie Bernadette' brengen we het verhaal van 100 jaar leven in de sociale tuinwijk Sint-Bernadette (1923-2023) aan de hand van getuigenissen van volbloed Bernadettes. Hierbij het verhaal van het echtpaar Roger Van de Sompel en Jeanine Hoogstoel.
Het is een grondig voorbereide Roger die ons, samen met zijn echtgenote Jeanine, te woord staat. Dat is hij zo gewoon, als gepassioneerd stamboomonderzoeker.
Rasechte Bernadettes
Roger en Jeanine mag je gerust rasechte Bernadettes noemen. In totaal bracht Roger er al 51 jaar van zijn leven door, Jeanine 2 jaar langer. Maar hun familiewortels in de Bernadettebodem reiken nog dieper. In totaal woonden maar liefst 6 familieleden van Roger in deze wijk. Vroeger kende iedereen er iedereen; de Bernadettes vormden in zekere zin één grote familie.
De plek in de wijk die voor het echtpaar het meeste betekenis heeft, is de Nova. 54 jaar geleden schonken ze er elkaar het ja-woord in wat toen nog een noodkerk was.
Roger woonde niet permanent in de wijk, zo verduidelijkt hij. Roger: “Ik stam uit een nest van 12 kinderen en woonde hier mijn eerste 7 levensjaren bij mijn grootouders. Zij woonden hier schuin tegenover. Daarna vertrok ik voor 14 jaar naar Gentbrugge en erna naar de Goedlevenstraat in Oostakker-Lourdes. In 1978 keerde ik terug naar de Bernadettewijk.” Tot vandaag. Want ook Roger en Jeanine moeten hier binnenkort voor een laatste keer de deur achter zich dichttrekken.
Frieten in gazettenpapier en fietsen op een oude Solex
Jeanine nestelde zich in de Bernadettewijk in 1955, toen ze 6 jaar oud was. Met haar ouders, broers en zussen woonde ze toen aan het pleintje. Ook Jeanines zus, Ginette, heeft nog in de wijk gewoond.
“Als kind zie ik zo nog de gaslantaarns in de straat die werden aangestoken”, herinnert Roger zich. “Het kon binnen ook erg koud zijn, met dat enkel glas. Gelukkig hingen er aan de ramen blaffeturen die we ‘s avonds dicht konden trekken.”
In de jaren ‘50 en ‘60 speelden kinderen doorgaans op straat. Er reden toen nog niet veel auto’s rond, al zeker niet in de Bernadettewijk. Roger: “Er waren altijd wel vrienden te vinden hier in de wijk. Mijn grootvader bakte soms frieten voor de hele bende, die hij dan opdiende in puntzakken, gedraaid uit gazettenpapier. Je moet je dat voorstellen: die hete frieten met die lijm en inkt. Dat kon toen allemaal. Geweldige tijden!”
Ook Jeanine koestert mooie herinneringen aan haar jeugdjaren. “Als kind speelden we op het pleintje tot het ’s avonds donker werd. Leren fietsen deed ik op een Solex, waarvan mijn vader de motor had afgehaald. Die fiets moest ik dan delen met mijn broer en zus.”
Kinderen konden in die tijd nog vrijuit op straat spelen, zonder te moeten letten op het verkeer. Jeanine: “Vroeger waren er in de wijk 3 speelpleintjes en zo goed als geen auto’s. Met al die kroostrijke gezinnen speelden de vele kinderen op straat, wat voor de nodige levendigheid zorgde. Maurice, een van de buurtbewoners, speelde accordeon, mensen zaten aan hun voordeur en kinderen dansten op straat. Televisie was er nog niet. Wij speelden vooral tikkertje, verstoppertje en staken al eens kattenkwaad uit. En met vliegenierspapier dat we hier in de winkeltjes konden kopen, maakten we vliegers.
Aanschuiven aan Cinema Nova
Wat ook typisch was voor die tijd, waren de roepnamen die mensen toebedeeld kregen. Roger: “Ook hier had iedereen wel een bijnaam: Zo had je Door (een voerman die met zijn muildier door de gang stapte naar de koer) zijn vrouw, Mie den Triep, Mie de boerinne, Blinde Charel en natuurlijk Gazetje, omdat ze zo kon roddelen.”
“Echt uitgaan deden we niet”, vertelt Jeanine. “Eens naar cinema Nova gaan was als jongere ons enige verzet. Ik herinner me vooral de film The Sound of Music. Die was enorm populair; mensen stonden hier in rijen aan te schuiven en dat 3 weken na elkaar. De Nova was een zaal met een beperkte capaciteit, maar wel met een balkon waar je ook kon plaatsnemen.
Van de schoolbanken recht naar de fabriek
Roger liep tot zijn 7 jaar school in de Bernadettewijk. “Dat was nog in houten barakken, waar nu die nieuwe appartementen staan”, herinnert hij zich nog goed. Daarna volgde het 1ste studiejaar in de nieuwe school. Die was nogal vooruitstrevend, want toen al gemengd.” Omdat Roger lang, wit krulhaar had, plaatsten ze hem bij de meisjes. Pas wanneer hij zijn krullen kort liet knippen, werd hij bij de jongens toegelaten.
Voor heel wat kinderen, zeker uit de kroostrijke gezinnen, was de schoolloopbaan eerder kort. Ook zo bij Roger: “Toen ik 14,5 jaar oud was, ben ik in de textielnijverheid gaan werken: onder andere bij Union Cotonnière Gantoise in de Zonder Naamstraat in Gentbrugge. Daarna volgde de spinnerij Union Cotonnière de Lescaut in de Kerkstraat en nachtarbeid in de spinnerij Texas Louisiana.” Eindigen deed Roger bij Fabelta in Zwijnaarde en de fabriek van asbestcement, John Mansfield, waar hij asbestplak aan beide longen opdeed.
Trouwen in de Nova
In 1966 liepen Roger en Jeanine elkaar voor het eerst tegen het lijf. Amper 1 jaar later waren ze al getrouwd. Roger: “Ja, we waren vroeg volwassen. Om te trouwen had je in die tijd nog een akte van eerbied van doen, te verkrijgen bij de notaris. Vergeet niet dat Jeanine nog geen 18 jaar was en dus minderjarig. Ik was 22.
We zijn getrouwd in de Nova, waar, naast een cinema ook een noodkerk in ondergebracht was. Die kerk zou ooit uit Frankrijk zijn overgebracht. Blinde Charel speelde er op het orgel. Wij waren een van de laatste koppels die daar zijn getrouwd. Vandaar dat die plek voor ons nog altijd zo belangrijk is. Cinema Nova was een katholieke instelling en dat merkte je duidelijk aan de programmatie van de films: nogal beschaafd van aard. Anderzijds was Dries Morel, een van de pastoors hier best wel een figuur. Een joviale mensen die open stond voor andere meningen, wat toch gewaardeerd werd door de mensen. Er is zelfs een pleintje en een fietspad naar hem genoemd.”
Nog een jaar later, in 1968, werd hun eerste kind geboren, een dochter. Maar daar bleef het niet bij: het lange huwelijk van Roger en Jeanine bracht 3 kinderen, 6 kleinkinderen en 5 achterkleinkinderen op.
Een eigen badkamer in huis
Het heeft lang geduurd vooraleer de huizen in de Bernadettewijk een vorm van basiscomfort kregen. Daarvoor was het wachten op de grote renovatiebeurt, begin jaren ’80. Jeanine: “Toen Roger en ik in 1978 in dit huis arriveerden, bestond de kleine keuken uit een gootsteen, een ijskast, een gasvuur en een wasmachine. Er was amper bewegingsruimte. Het toilet en de kolenstal/bergplaats bevonden zich toen nog buiten. Roger heeft toen een oud kolenkot moeten slopen om meer plaats te krijgen. Pas in 1983 hadden wij voor het eerst in ons leven een badkamer in ons huis. Daarvoor hadden de mensen dat hier niet. Dat kan je je nu niet meer voorstellen, toch?” Uiteindelijk zullen Roger en Jeanine hier bijna 40 jaar gewoond hebben. Graag gewoond, want het huis vinden ze zeker ruim genoeg, met de 2 slaapkamers op de bovenverdieping.”
Zowel alle huizen in de sociale tuinwijk kregen met die renovatiebeweging een stuk aanbouw, goed voor het installeren van een keuken, een eigen badkamer met toilet. Zowat overal verdwenen de vensterluiken (echte blaffeturen) en de voortuintjes, die zo kenmerkend waren voor de wijk. In vele gevallen werden daar de fietsen gestald. En ook het centrale grasplein moest eraan geloven en veranderde in een parking.
Cafés en buurtwinkels in de voorplaats
Voor de komst van de eerste supermarkten, kende de Bernadettewijk tal van kleine buurtwinkels. Roger: “Je had in de wijk zelf onder andere enkele snoepwinkeltjes (onder meer dat van Irma), een paar kruideniers (onder meer van Oscar Vermassen), een kolenmarchand. Alles werd georganiseerd in de voorplaats, vaak maar een voorschoot groot. Vergeet niet dat de mensen hier heel krap leefden. Mensen waren dat gewoon en klaagden daar niet over. Aan de voorstraat had je dan nog 3 slagers, 2 bakkers, een schoenwinkel, een tabakswinkel, een textielwinkel, een kapper, 2 apothekers en naast het Novacenter een winkel met huishoudgerief en kleine meubels.”
Jeanine vult aan: “Daarnaast waren er natuurlijk de vaste brood- groenten- en melkrondes. Maurice, een bakker uit Lourdes, bakte overdag en kwam ’s avonds op ronde. Dat was eigenlijk ferm gemakkelijk. Eten aan huis geleverd.”
Aan cafés was er in die jaren evenmin een gebrek, zo herinnert Roger zich nog levendig: “Vroeger waren er hier maar liefst 7 cafés, waaronder De Wachtzaal, Bierfonteintje (voorheen groetenwinkel), Zeveneken en natuurlijk de Nova! Daar kwam mijn grootvader graag over de vloer. Het was een man die altijd klompen droeg. Maar je trof vroeger wel meer cafés in de rijhuizen in de wijk, onder meer ‘Bij Mie de boerinne’, in nummer 466. Mijn grootouders kwamen daar graag Rodenbach drinken. De klutsen waren dan soms voor mij”, gniffelt Roger.
Vandaag rest nog slechts één café in de wijk.
Over dekenijkermissen, reuzenstoeten en catchwedstrijden
Zoals in veel andere wijken, kende ook de Bernadettewijk een bruisend buurtleven met enkele typische verenigingen en organisaties. Zo werkte Roger jarenlang mee als vrijwilliger met de plaatselijke dekenij, maar maakte hij nooit deel uit van het bestuur. Roger: “Voor de dekenij hield ik in de jaren ’80 de inschrijvingen voor de rommelmarkten bij. Die vonden plaats op een plein hierachter, waar nu de nieuwe woningen staan en op het voetbalveld. En de mensen stonden ook met een stand aan hun huis. Dat was altijd een groot succes.”
Ook Jeanine houdt warme herinneringen aan de jaarlijkse kermis van de dekenij. “Dat was echt plezierig”, vertelt ze. “Dat feest duurde maar liefst 14 dagen en bestond onder meer uit een verklede kinderstoet. Door de vele kroostrijke gezinnen, waren er vele kinderen die deelnamen. Wie het beste verkleed was, kon een prijs winnen. Zelf heb ik zo ooit een bon gewonnen voor een gratis kapbeurt bij de plaatselijke coiffeuse, goed voor mijn allereerste mise-en-plis.”
De Bernadettewijk had haar eigen stoet met reuzenoptocht. Het depot van de reuzen bevond zich toen in het oud stationsgebouw van Oostakker. Roger: “Mijn twee neven, Guido en Florent Vandevelde, hebben daar zelfs nog als reus met meegelopen. Maar de kermis was meer dan dat. Zo herinnert Jeanine zich nog de kaarskesstoet, een twistwedstrijd, een catchwedstrijd,…
De Nova Boys, de Nova Vrienden en F.C. Nova
Ook in en rond zaal Nova werd door de jaren heen van alles georganiseerd. Roger: “Daar werden geregeld mannen- en vrouwenavonden ingericht door de voetbalclub, met allerlei spelen. Iedereen werd dan verwacht in voetbaltenue.
Zelf stond Roger in voor de inschrijvingen van de kaarsenbowling, een wedstrijd krulbowlen in openlucht, achter zaal Nova. Roger: “Deelnemers moesten dan proberen om zoveel mogelijk flessen met een kaars in, te raken. Zelfs Dries, de pastoor nam deel.”
Roger nam als rasechte Bernadette wel vaker het voortouw in het verenigingsleven. Roger: “In de jaren ‘80/’90 was ik medestichter en laatste voorzitter van 2 plaatselijke cafévoetbalclubs: De Nova Boys en de Nova Vrienden. Dat was een succes. We hadden zelfs 6 spelers van White Star Sint-Amandsberg, wat toen toch een sterke ploeg was. In totaal telden we tijdens onze hoogdagen 105 spelers. We voetbalden overal in Gent de pannen van het dak en wonnen meerdere bekers. De ploegen telden ook lokaal talent, jongens van hier uit de wijk. Ons terrein bevond zich rechtover zaal Nova, waar nu de appartementen staan. Er kwamen daar ook andere ploegen spelen, waaronder F.C. Nova, van de katholieke zuil en de ploeg van Café Neptune hier in de wijk. Voetbal was een belangrijk gegeven in de wijk. Ik stond ook in voor de sponsoring van de 2 voetbalclubs. Zo schonk bakkerij Volkorenbrood ons brood dat we met gehakt klaarmaakten voor na de match.”
Rode Bernadettes
De Bernadettewijk heeft lange tijd een rood imago gedragen. Jeanine verklaart zich nader: “Vroeger kreeg je als socialist voorrang op een woning in de Bernadettewijk, wat niet zonder gevolg bleef. De wijk kleurde snel rood en dat werd soms overduidelijk. Op een bepaald moment trok hier 1 of 2x per jaar een bedevaart door de wijk, richting Lourdes, dat hier vlakbij is. Maar dat heeft niet zo lang geduurd, want bij die doortocht vatten alle socialisten uit de wijk post aan hun voordeur met een gebalde vuist in de lucht.”
Roger: “De vorige pastoor was uitgesproken anti-socialist, maar pastoor Dries Morel pakte het slimmer aan door zich veel neutraler op te stellen. Zo wist hij toch nog mensen te winnen voor zijn kerk.”
Roger: “Ik had nog een andere hobby: jarenlang heb ik krielen gekweekt, vooral Shabo’s. Soms zat ik hier met 50 exemplaren. Ik stichtte een vereniging, waarvan ik voorzitter was en nam deel aan allerlei wedstrijden. Tot tweemaal toe werd ik er zelfs kampioen mee. Hiervoor had ik een constructie gemaakt in mijn tuin met 4 compartimenten.”
In de wijk bleken ook meerdere duivenmelkers actief. De houten barak achteraan, op het domein van Ter Toren, is de grootste duiventil en was eigendom van de vader van Christiane Pycke.
“Vroeger kweekten nogal wat bewoners in de wijk groenten in hun tuintje”, herinnert Roger zich. “Vooral veel aardappelen, tot het verbod werd ingevoerd, naar aanleiding van de plaag met de coloradokevers. Vele inwoners trokken ook naar de volkstuintjes Het Werk van de Akker, aan de Hogeweg.”
Portret: Karen Simal
