DE FAMILIE BERNADETTE: Walter Criel (°1944) en Gilbert Joris (°1944)
Van "Ontdek de verhalen van de Gentse Raconteurs"
Ga naar het project

In de reeks 'De Familie Bernadette' brengen we het verhaal van 100 jaar leven in de sociale tuinwijk Sint-Bernadette (1923-2023) aan de hand van getuigenissen van volbloed Bernadettes. Hierbij het verhaal van de vrienden-voor-het-leven, Walter Criel en Gilbert Joris.
Kameraden van het eerste uur zijn ze, Walter en Gilbert. Samen opgegroeid in de Bernadettewijk, van de bewaarklas tot het achtste studiejaar in dezelfde klas gezeten, samen op straat gespeeld in de blokken. Beiden hebben de wijk verlaten in 1967, toen ze trouwden. Met pretogen en af en toe een plaagstoot rakelen ze hun jeugdherinneringen op.
Walter woonde in de voorstraat. Zijn grootvader woonde er al. Gilberts huis was in de blokken. Ze groeiden samen op in de sociale tuinwijk, in de jaren 1940-’50.
Houten klompen, gaslantaarns en een ijzeren ligbad
Walter en Gilbert gingen, soms op houten klompen, naar de gemengde stedelijke basisschool, in de tuinwijk, zoals de meesten van de Bernadettestraat. Met de kinderen van de katholieke school vochten én speelden ze.
Walter: ”En als we een beetje stout waren, deed de leraar ons op onze knieën zitten in die klompen. Maar dat doet zeer!”
De pleintjes in de blok vormden hun speelterrein. Vroeger waren die verhoogd. En op de witte winterdagen gingen ze sleeën in de dreef, maakten ze slierbanen met emmers water en hielden ze sneeuwballengevechten.
Toen ze klein waren, werden de straten nog verlicht met gaslantaarns. ’s Morgens kwam er iemand om die aan te steken en ’s avonds iemand om ze te doven.
Walter: ‘En toen er hier een houten kerkje was, passeerden hier nog lijkwagens met paard en kar. De mensen liepen daar dan achter, in een processie.’
Het comfort in huis was beperkt. Gilbert moest zich wassen in een bassin. Walter had een bad staan in gietijzer. Ze moesten daarvoor water koken in een grote waskuip. In de basisschool konden ze op zaterdag een stortbad nemen, voor weinig geld, 5 frank of zo.
Een voorstraat vol winkels en de frituur van Zotte Leine
In de blokken bevonden zich 3 kruideniers, in de voorplaats van een gewoon huis, zonder uitstalraam. ‘Spekkenwinkels’ noemen Walter en Gilbert die, want ze gingen er vaak om snoep.
Vooraan in de blokken was er een fietsenmaker.
In de voorstraat vond je modernere winkels, met een uitstalraam: kruidenier ‘Clemmeke’, een grote groentewinkel, drie beenhouwers, twee of drie bakkers, acht à negen cafés, een hoedenwinkel, een sigarenwinkel, een schoenwinkel, een meubelwinkel, een viswinkel, een kaaswinkel, een apotheek van Vooruit, een mercerie, een juwelier, een biercentrale. De grootvader van Walter was er coiffeur/ barbier.
Er was een brood- en een melkronde, en een triporteur die rondreed met crème de glace. Dat was de tante van Gilbert.
En dan was er nog de frituur van Zotte Leine, enkel herkenbaar door de stok met witte vlag. De bestellingen werden door het venster doorgegeven.
Hechte gemeenschap, sappige bijnamen
Bernadette was als één grote familie. Er waren ook letterlijk veel familiebanden. Walters tantes bijvoorbeeld, woonden ook in de straat.
Bij tijd en stond werd er gevochten tegen jongeren uit andere Gentse wijken. Gilbert: ‘Ze kwamen van de Muide. Dat was alle weken, wij naar daar en zij naar hier.’ Walter treedt bij: ‘In de jaren ‘60 had je de Bende van de Zwarte Kat, de bende van Malem,...’. Gilberts ogen schitteren bij de herinnering.
Bij een hechte gemeenschap horen bijnamen, zeker vroeger. Kon je zoal tegenkomen in Bernadette:
· Marcel De Leugenaar
· Zatte Petrus
· Bloashuufd, omdat hij een ronde kop had
· Zotte Leine (van Madeleine)
· Roste Maria
· Onderbroek (van Hombrouckx )
· Lange Miel
· Dikke Miele
· Pennelekker, hij likte aan zijn pen en zijn tong werd er blauw van
· Willie Pannekoeke (houder van het wereldrecord pannenkoeken bakken)
· Napoleon
Naar de Nova met een cinemabroek aan
Elk jaar, in september, was er een gebuurtefeest. Er stond een schietkraam, een molentje met auto’s, een rad, een klimpaal ingesmeerd met bruine zeep, een spel met mastellen aan een koordje. Daar kwam veel volk naartoe.
In zaal Nova was een cinemazaal ondergebracht, die open was in het weekend. Walter en Gilbert gingen daar vaak naartoe, bijvoorbeeld naar Samson en Delilah, en naar westernfilms. Het kostte 5 frank. Walter: ‘Maar wij bleven zitten, hé. We bleven twee keer zitten voor die 5 frank.’
Ze gingen er ook met hun lief. Walter: 'Jaja, in het donker zitten met onze ‘cinemabroek’ aan.'
Ook schaduwzijden
Er zijn ook minder fraaie herinneringen. De armoede, die voor veel mensen bittere realiteit was. De kleine huizen voor vaak zeer kroostrijke gezinnen. Zatte Petrus die van zattigheid in de goot bleef slapen en andere dronkenmansverhalen. Gevechten ook.
Maar dat ze een schone jeugd gehad hebben in de Bernadettewijk, daarover zijn Walter en Gilbert het ronduit eens.
Portret: Karen Simal
