De zomer van de Neptune - Erik Van Hurck (°1941)
Van "Ontdek de verhalen van de Gentse Raconteurs"
Ga naar het project

“Door alle dagen in de Neptune te zwemmen, is alles weer goed gekomen met mijn rug. En ik ontdekte er het vrouwelijk schoon, ook niet onbelangrijk.”
Wie Erik Van Hurck kent, denkt aan een rijzige man met een fototoestel rond de hals met daaraan een lange telelens. Fotografie is een diepe liefde die hij al van kindsbeen af meedraagt. Weldra wordt Erik 80. Wondelgemnaar in hart en nieren, met op tijd en stond een ontwapenende kwinkslag. De Neptune heeft zijn rug gered en gaf hem op jonge leeftijd inzage in het vrouwelijk schoon. Dankzij de gaatjes aan de zijkant van de kleedhokjes …
Erik groeide in volle oorlogsperiode op in het toen nog erg landelijke Wondelgem. Van die oorlog herinnert hij zich niet veel meer. Wat hem wel nog goed voor de geest staat, zijn de beelden van de bevrijding door de Britten. “Mogelijks hadden ze iets te veel gedronken, want ik herinner me dat ze met hun zware tanks bij ons in de Molenstraat alle plankiers plat reden.”
Onbezorgde kinderjaren en kleine deugnieterijen
“Als kind speelden we onbekommerd op straat”, vertelt Erik. We hadden een ijzeren hoepel, gemaakt van een fietswiel waarvan de spaken verwijderd waren en staken her en der kleine deugnieterijen uit.” Erik trok met kinderen uit de buurt naar de lagere school in de buurt en koos daarna voor de richting schrijnwerkerij in Carels aan de Martelaarslaan. Die vulde hij aan met een opleiding meubelmakerij, en zo kon hij aan de slag als schrijnwerker bij Dehaeck-Delbaere, waar hij winkelinstallaties plaatste. Thuis hielden zijn ouders een kruidenierszaak op de hoek van de Molenstraat en de Morekstraat en later in diezelfde straat een was-o-rama.
Als jongeman zou Erik op een meisje uit Meulestede vallen. Ze trouwden, kregen samen een zoon en een dochter en vestigden zich voorgoed in Wondelgem.
IJskoud water
De graafwerken voor het zwembad Neptune herinnert Erik zich nog levendig. “Samen met mijn broer kwam ik bijna dagelijks kijken. Hij voerde me op de buis van zijn fiets, maar ver was het niet. Voor een kind waren die werkzaamheden toch indrukwekkend om te zien.
Eenmaal klaar bleek het zwembad net iets te kort. “Het moest 50 meter lang zijn om in aanmerking te komen voor officiële wedstrijden, maar om een of andere reden kwam het net iets te kort uit”, lacht Erik. “Het was wel echt een mooi zwembad, met uitgestrekte ligweiden en een ruim terras. Het zwembad zelf had 3 verschillende dieptes; wij noemden die de 1ste, de 2de en de 3de. Voor de 3de moest je toch wel al kunnen zwemmen. Het zwembad was niet verwarmd en dat hebben we vaak aan den lijve mogen ondervinden. Het was soms ijskoud. Gelukkig konden we ons af en toe door de zon laten drogen en opwarmen op de ligweide.”
Privézwembad
In het begin kon Erik niet zwemmen. Maar door veel te oefenen leerde hij het zichzelf wel aan. “Nochtans ben ik nooit een zwemtalent geworden”, lacht Erik. “Het is bij mij toch bij schoolslag gebleven.”
Als kind had Erik last van een gebogen rug. Daarom fietste hij alle dagen naar de Neptune om baantjes te trekken. “Omdat ik hier altijd als een van de eersten arriveerde, gebeurde het wel eens dat de redders nog niet op post waren en ik het hele zwembad voor mij alleen had. In die gevallen hield de eigenaar van het zwembad, Robert Vandesteene, een oogje in het zeil. Hij zat altijd in de cafetaria en hield de boel goed in de gaten. Een fijne mens, dat wel. Ik heb hem ook nog vaak ontmoet in het café bij Marcella op den Dries.”
Erik bleef in de zomermaanden dagelijks naar de Neptune gaan, tot zijn 13, 14 jaar. Het openluchtbad was erg populair. “Op mooie dagen kwam er erg veel volk, zelfs vanuit Eeklo. Bij momenten kon je maar 1 meter tegelijk zwemmen”, lacht Erik. Daarna verwaterde die gewoonte en ging hij nog wel eens met vrouw en kind naar de Neptune.
Spieken in de kleedhokjes
Wat de kleedhokjes betreft, was er in die jaren nog lang geen sprake van lockers. Erik: “Er was een aparte ruimte waar je een zak kon meekrijgen. Na het omkleden moest je die dan binnenbrengen en kreeg je een bandje met een koperen plaatje waarin een nummer stond gegrift. Van die kleedhokjes herinner ik me wel nog goed dat er aan de zijkant gaatjes waren. Voor ons, jongens, was dat wel dankbaar als er zich op de verdieping een mooi meisje ging omkleden …”
Foto: Patrick Henry
