De zomer van de Neptune - Nicolas Casteleyn (°1991)
Van "Ontdek de verhalen van de Gentse Raconteurs"
Ga naar het project

“Dat weerloze meisje redden uit het diepe gebeurde als vanzelf, ook al waren Matti en ik op dat moment nog jonge tieners.”
Nicolas was echt een kind van Wondelgem, zoals zovele anderen. Hij liep er school, had zijn vrienden in de buurt en, eenmaal zomer, was er de Neptune. Daar trok hij zowat dagelijks heen. De Neptune, dat stond gelijk met vakantie, met avontuur, met dolle pret. Tot die bewuste dag in augustus 2004. Toen zagen hij en zijn boezemvriend Matti, allebei 12 jaar oud, tijdens het zwemmen een kind roerloos op de bodem liggen …
Het is met een blij gemoed dat Nicolas terugblikt op zijn jeugdjaren. Wondelgem had in de jaren 90 nog een opvallend landelijk karakter: veel maïsvelden, akkers, speelbosjes, ... Aan open ruimte en vrije tijd geen gebrek. Het was nog een tijdperk van veel onbekommerd buiten spelen. Toch merkte Nicolas hier en daar al de eerste sporen van de oprukkende verstedelijking.
Elke dag de fiets op richting de Neptune
Nicolas liep school in Groenweelde, de school in de Grensstraat (sinds 2008 Daltonschool De Lotus). “Dat was niet ver van ons huis, maar 2 tramhaltes”, vertelt Nicolas. “Groenweelde stond bekend voor zijn grote speelplaats, de grootste van Gent. Matti De Mild, een jongen uit de buurt, zat 6 jaar lang in mijn klas. We waren echt boezemvrienden, want ook tijdens de zomervakantie trokken we zowat dagelijks samen op. En ja, dan fietsten we richting de Neptune. De Blaarmeersen was voor kinderen van onze leeftijd nog wat te veraf om er alleen naartoe te trekken. Dus werd het keer op keer de Neptune. Zonder overdrijven kan ik stellen dat we daar bijna iedere dag te zien waren. Voor ons stond dat zwembad gelijk met vakantie. Wat wil je als kind nog meer dan zon en een zwembad? Zodra het buiten 25 °C warm werd, weerklonk de lokroep van de Neptune en sprongen we de fiets op. Er gaat ook niets boven een openluchtzwembad: de warme zomerzon op je lijf voelen en die frisse lucht kunnen inademen. En ook al kon het er soms bijzonder druk zijn, het bleef draaglijk, wat in een binnenzwembad wel anders is.”
De Neptune: een beetje de Blaarmeersen van Wondelgem
Naast het zwembad zochten veel mensen op de ruime ligweide de rust en zon op. Eigenlijk had Wondelgem een beetje zijn eigen Blaarmeersen. “Nochtans was de Neptune eerder sober ingericht”, stipt Nicolas aan. “In de periode voor de grote verbouwingswerken had je enkele waterfonteinen en een handvol kleurrijke figuren uit kunststof, zoals paddenstoelen en krokodillen. En in het kinderbad hingen van die emmertjes gevuld met water die je kon omkeren. Veel meer was er eigenlijk niet.” Of toch. Wat het zwemmen ook altijd net iets aangenamer maakt, is het stillen van de kleine honger. Nicolas: “Ook al beweert men dat je niet mag eten voor of tijdens het zwemmen: een zakje chips, een handvol snoep of een ijsje uit die Ola-diepvries zagen we als kind niet meteen als een groot gevaar voor onze gezondheid.”
Geen baantjes trekken
Het is niet zo dat Nicolas zich als kind altijd als een vis in het water heeft gevoeld. “Eigenlijk heb ik pas leren zwemmen toen ik al in het 5de leerjaar zat, veel later dan de meeste van mijn vrienden”, geeft Nicolas toe. “Ook had ik altijd last van een zekere mate van koudwatervrees. De eerste 10 minuten in het zwembad waren voor mij altijd erg wennen.”
Er zijn maar weinig kinderen die naar het zwembad gaan om baantjes te trekken. “Dat vonden ook wij toen veel te saai”, lacht Nicolas. “Jongens van onze leeftijd zoeken vanzelf een beetje het avontuur op. We zijn zelfs ooit eens door de redders de deur gewezen, omdat we in het water doken op een moment dat het verboden was.”
2 jonge redders
Op die bewuste dag in augustus 2004 trok Nicolas naar gewoonte met Matti naar de Neptune. “We hadden elkaar weer eens uitgedaagd in een wedstrijdje ‘zo lang mogelijk onder water zwemmen’, vertelt Nicolas. We vertrokken in het ondiepe en duwden ons af richting het diepe. Toen Matti en ik aan het einde van onze adem zaten, zagen we plots op de bodem van het diepe een meisje liggen. Roerloos en met een blauw gezicht. Op zo’n moment schakel je over naar je reflexen. We keken elkaar aan, knikten en zwommen met onze laatste krachten naar de bodem. Daar haalden we het meisje, elk met 1 arm, naar boven. Intussen stonden we omringd door een 20-tal mensen, die niet echt veel ondernamen, en een 3-tal redders, die zich ontfermden over het meisje. Ik herinner me dat ze niet meer bewoog en dat het schuim op haar lippen stond. Een beeld dat ik nooit zal vergeten, vrees ik.”
Ontdaan door wat er gebeurd was, trokken Matti en Nicolas naar huis, waar ze het verhaal vertelden aan hun ouders. “Zij namen ons terug mee naar het zwembad, omdat we een verklaring zouden moeten afleggen voor de politie. Intussen waren de redders erin geslaagd om het meisje, dat strikt genomen verdronken was, te reanimeren. Een groot geluk, aangezien ze al een tijdje gestopt was met ademen, en dan is uiteraard iedere seconde van tel.”
Een medaille en een puzzelboek
Het meisje, dat Saima heette, was van Albanese afkomst. We zijn haar in het ziekenhuis gaan bezoeken en werden in die beginperiode goed begeleid door de mensen van Slachtofferhulp van de politie. Dat was geen overbodige luxe, want op ons als jongens van 12 jaar maakte die gebeurtenis een diepe indruk. Gelukkig was Saima bij de gebeurtenis nog erg jong, waardoor haar lichaam nadien vrij goed is kunnen herstellen. Wel had ze aanvankelijk moeite met het drinken van water, naar verluidt een typisch trauma bij mensen die dit soort van ongevallen meemaken.”
De ouders van Saima bleken erg lieve mensen. Nicolas: “Ook al was het duidelijk dat ze het niet breed hadden, toch gaven ze ons enkele cadeautjes. Later ben ik hun spoor kwijtgespeeld. Best jammer, want ik ben ergens wel benieuwd hoe ze het nu, zovele jaren later, stelt.”
2 jaar later werden de jonge redders uit Wondelgem uitgenodigd in het Gentse stadhuis. Toenmalig schepen van Sport, Christophe Peeters, huldigde ze met enkele cadeautjes én een jaarabonnement gratis zwemmen in alle Gentse zwembaden. “Dat hebben we gretig gebruikt. Opnieuw gingen we iedere dag naar de Neptune”, lacht Nicolas. Nog later mochten we weer naar het stadhuis, op uitnodiging van The Carnegie Hero Fund, en kregen we een medaille opgespeld. Maar het meeste waarde hecht ik toch aan het puzzelboek dat ik kreeg van de ouders van Saima. Dat heb ik hier nog ergens liggen. Ik koester het als een waardevolle herinnering.” Sindsdien is Nicolas zich meer bewust van de mogelijke gevaren van het zwemmen. Hoe ingrijpend het incident ook geweest is, Nicolas blijft de vele mooie jeugdherinneringen aan de Neptune in zijn hart dragen.
Foto: Patrick Henry
