De zomer van de Neptune - Rick Ryckaert (°1960)
Van "Ontdek de verhalen van de Gentse Raconteurs"
Ga naar het project

“In de zomer trainden de waterpolospelers vaak in de Neptune. Dat was voor ons altijd een verademing, met het goede weer en de vele meisjes rond het zwembad. De sfeer was er zalig en het contact met de redders hartelijk.”
Rik Ryckaert heeft een opvallend zachte stem voor een gewezen internationale scheidsrechter in waterpolo. Met zijn interesse in historisch erfgoed houdt hij zijn fototoestel altijd binnen handbereik. Vooral oud beeldmateriaal van Gentse zwembaden en de Watersportbaan beroeren hem. Of hoe het Gentse zwemwater door zijn aderen stroomt.
Rik groeide op in de Fluweelstraat in de Brugse Poort. Al snel kreeg hij vaste voet in het nabijgelegen zwembad Rooigem, waar zijn vader badmeester was. De jonge Rik bracht hem er ‘s middags geregeld zijn boterhammen. Uiteindelijk schopte Rik het zelf tot gewaardeerd internationaal waterpolospeler, trainer en scheidsrechter. In die hoedanigheid voelt ook de Neptune voor Rik aan als vertrouwd terrein. Meer nog: Rik werkte er ooit in de cafetaria bij het bekende koppel Roger De Wilde en Tilly Steelandt, samen met de Gentse waternimf Carine Vertriest. Intussen delen ze een halve eeuw lief en leed.
Van wedstrijdzwemmen naar waterpolo
Als kind was Rik dus al snel vertrouwd met het zwemwater. “Toen ik een jaar of 11 was, vroeg trainer Polfliet van de Koninklijke Gentse Zwemvereniging (GZV) mij eens te demonstreren wat ik al kon”, steekt Rik van wal. “Ik zwom wat over en weer en dat moet toch zijn aangeslagen, want meteen daarna werd ik opgenomen in het wedstrijdzwemmen. Een paar jaar later kwam na de zwemtraining al eens een bal in het water en zo maakte ik kennis met waterpolo. Ik had meteen de smaak te pakken.”
Daarna volgden voor Rik de jeugdwedstrijden waterpolo. “Mijn trainers toen waren de legendarische Olympische spelers, Roger De Wilde, Frank D’Oosterlinck en Herman Verbauwen. Roger was een correcte man en wist als geen ander wat er omging in het hoofd van een zwemmer. Een imposant figuur, een kleerkast van een man en een levensgenieter pur sang.”
Trainen in de Neptune
“De trainingen waren zwaar”, verzekert Rik ons. “Zeker zodra je meespeelde op het hoogste, nationale niveau. We trainden tot 5 keer per week. Waterpolo was in die jaren een erg populaire sport; de wedstrijden stonden altijd garant voor overvolle tribunes.”
In de zomer trainden de waterpolospelers vaak in de Neptune. “Dat was altijd een verademing, met het goede weer en de vele meisjes rond het zwembad”, lacht Rik. “De sfeer was er ook zo zalig en het contact met de redders hartelijk. Na onze wedstrijd plaatsten we de doelen in het gras, zodat de kinderen ze konden gebruiken voor hun voetbalwedstrijdjes.”
Het waterpolo bleek voor Rik een liefde van lange duur. Zelf draaide hij maar liefst 15 seizoenen mee in de 1ste ploeg van de Gentse Zwemvereniging en speelde hij tussen 1978 en 1986 op internationaal niveau. Maar ook daarna bleek de vlam nog niet uit. Rik: “Op mijn 39ste ben ik scheidsrechter geworden en ik ben dat tot mijn 55ste gebleven, de absolute leeftijdsgrens. Als referee floot ik wedstrijden in het kader van de Europese en wereldkampioenschappen. Het Gentse stadsbestuur heeft mij daarin altijd gesteund en gewaardeerd. In 2001 vertaalde zich dat in de titel van Gents Sportambassadeur. Een van de absolute hoogdagen voor mij persoonlijk was het bezoek van Boris Margareta, dé topscheidsrechter uit Slovenië.”
Het geheim van de kelder van de Neptune
Aan het einde van ons gesprek zie ik Rik nog wat glimlachen. Er zitten duidelijk nog enkele anekdotes klaar. Rik: “Wel, als kind beleefde ik eens een spannend moment in de Neptune. De zoon van Roger De Wilde was een vriend van mij. Op een winterse woensdagnamiddag had hij me uitgedaagd om naar de Neptune te komen. Het water in het bad was naar een laag niveau gebracht, waardoor we via de trapjes het zwembad konden afdalen en zo glijden op het ijs. Na een tijdje toonde hij me de sleutels van de cafetaria en nodigde mij uit in de kelder. Daar zagen we naast de frisdranken en chocomelk ook de biervoorraad staan. Goed, wij waren nog erg jong, maar nu, welja …”
Ook de vader van Rik, de redder van de Rooigem, bleek niet om een stunt meer of minder verlegen. Rik: “Mijn pa ging geregeld met nietsvermoedende bezoekers de weddenschap aan dat hij, in ruil voor vier pinten, de hele breedte van het zwembad onder water kon overzwemmen met een brandende sigaret in de mond. Natuurlijk geloofde niemand dat, maar keer op keer lukte het hem wonderwel en haalde hij zijn buit binnen. Wat bleek? Zijn truc bestond erin om het brandende stompje, net voor hij het water indook, met zijn lippen naar binnen te duwen, snel over te zwemmen en de sigaret aan de overkant snel weer tevoorschijn te toveren, zodra hij boven water kwam.”
Foto: Patrick Henry
