Ga naar de hoofdinhoud

Een brug genoemd naar Alfons HACHÉ - eventueel een straat

Van "Bedenk jij de naam voor de nieuwe brug over de Ringvaart?"

Ga naar het project

Alphonsus Desiderius Haché, werd geboren aan de Tichelrije (cf. Tichelrei) te Gent op 20.4.1855 als zoon van Joannes Franciscus (1824-1909) en Joanna Josephina Claes (1824-1904).

Alfons Haché bracht verder zijn jeugd door aan Coupuregang 32 (huidige Akkerstraat). 

Reeds op 9-jarige leeftijd trok hij met zijn vader mee naar het atelier. Hij stotterde en wellicht dachten zijn ouders dat er met zulk spraakgebrek niet veel aan te vangen was. Hij leerde er de stiel van metaalbewerker en ‘s zondags vond hij de tijd om lessen te volgen in het zondagspatronaat.

Gehuwd te Gent op 8.9.1886 met Henrica Sophia Hayaert, geboren in de Sint-Amandstraat te Gent op 10.5.1865 en werd strijkster in de wasserij van haar ouders aan het Berouw. Ze was de dochter van Samuel Hayaert (1820-1888) en van Eugenia Mast (1826-1909).

Na hun huwelijk nam het gezin Haché-Hayaert enige weken haar intrek in de St.-Jacobsnieuwstraat 20. 

Volgens de bevolkingsboeken woonden ze nadien gedurende korte tijd aan de Rode Torenkaai 2 en St.-Gillisstraat 5 (huidige Gillis Coppinstraat) om dan terug te keren naar de St.-Jacobsnieuwstraat.

Op 13.12.1893 verhuisden ze zeker naar Gentbrugge (Dwarsstraat 24) omdat Alfons werkte als ajusteur bij constructeur D’Haenens-Cathier in de Kerkstraat te Gentbrugge, de fabricage van breimachines en productie van fietsen. De burelen en magazijnen bevonden zich te Gent aan de Kuiperskaai. Alfons werkte er als meestergast en verdiende toen 25 fr./week. Nadien woonde hij nog Klokstraat 24 en Ongerijstraat 33 (huidige Em. Hielstraat) tot zij op 30.5.1904 terug naar Gent kwamen wonen in de Kwakkelstraat 63.

Na drie maanden namen ze op 28.8.1904 hun intrek in de Vlotstraat 30, verhuisden op 1.3.1913 naar het nr. 6 waar later hun zoon Jozef met zijn gezin ging wonen, in 1930 naar nr. 28, nr. 31 in 1931 en vanaf 1934 in het nr. 32. Mogelijk gaat het hier om de tienjaarlijkse aanpassing van huisnummers.

Als gevolg van de sociale wantoestanden in de fabrieken groepeerden de Gentse metaalbewerkers zich in een vakbond avant-la-lettre en samen met nog negen anderen richtten zij op 10.5.1890 een voorlopig bestuur op. De eerste vergadering had plaats in Herberg Het Damberd aan de Korenmarkt op 6.7.1890. Vijftien metaalbewerkers lieten zich inschrijven. De metaalbewerkersbond was gesticht. Stichter Alfons Haché werd de eerste voorzitter en zijn toekomstige schoonbroer Paul Reyniers (1864-1917) werd zijn secretaris.

Reeds op 12.4.1891 hadden ze een eigen lokaal aan de Oudburg 32 Gent, voor de ruim 100 leden. De bijdrage bedroeg 10 ct per week en de boekhouding moest regelmatig aan het stadsbestuur voorgelegd worden. Elke zondagvoormiddag trok men erop uit om nieuwe leden te werven.

Langzamerhand ontstonden op verscheidene plaatsen in Vlaanderen lokale beroepsafdelingen en op 19.10.1902 werd te Hasselt besloten een Nationale Federatie op te richten. Alfons Haché werd eerste voorzitter van het Nationaal Verbond der Metaalbewerkers dat toen reeds 985 leden telde, verspreid over 7 afdelingen. 

In 1929 zou het verbond omgevormd worden tot de Christelijke Centrale der Metaalbewerkers van België.

Ondertussen groeiden ook de andere vakbonden en werd Alfons eerste vrijgestelde van de syndikaten en hij bleef dit tot de onderscheiden afdelingen sterk genoeg waren om een eigen secretaris aan te stellen. Dank zij zijn aanhoudend ijveren en zijn herhaalde tussenkomsten inzake loongeschillen, arbeidsconflicten, werkloosheid en moeilijkheden van allerlei aard groeide de metaalbewerkersbond van jaar tot jaar.

Alfons Haché bleef nationaal voorzitter tot bij het congres van 1913 en hij werd tijdens het congres van 1925 bij het 35-jarig bestaan van de Gentse afdeling gehuldigd voor zijn 35-jarig voorzitterschap van het verbond Gent. Nationaal telden de metaalbewerkers toen reeds 15.000 leden verspreid over 60 afdelingen.

Bij de viering van het 25-jarig bestaan van het Nationaal Verbond in 1928 sprak men over hem volgende lovende woorden: De liefde en de genegenheid die zijne leden hem toedragen, is maar juist te bepalen door het zoete woord: Vader van de Gentse IJzerkloppers. Niemand is in staat zijne werkkracht te schatten, zijne energie in zake het beheren van zijne afdeling te meten; alleen kunnen wij dit alles toetsen aan het reuzenwerk dat hij verrichtte de eerste jaren van het bestaan van onze Centrale.

Aan weinigen is het gegeven zulke heerlijke jubilea te kunnen meemaken, maar een ware uitzondering is het na zulk leven vol last en kommer, met de verantwoordelijkheid aan zulke post verbonden, diezelfde jubilaris nog altijd met dezelfde ijver en toewijding zijn werk te zien vervullen op een wijze, die veel jongeren zou beschamen. Laten we een eresaluut brengen aan de vele naamloze Metaalbewerkers, die in deze periode van wording, ofschoon ze eenvoudig, dikwijls ongeletterd en op zichzelf aangewezen, gewantrouwd door het patronaat, belachelijk gemaakt door werkmakkers en, op de koop toe nog met achterdocht bejegend door eigen geloofsgenoten en door de openbare mening misprezen, toch ondanks alles, de eerste Christelijke Vakbonden in het leven hebben geroepen en naar een schonere toekomst geleid. Eén, die met schouders boven allen uitsteekt en als de belichaming is van dit glorieus pioniersgeslacht, verdient een gans bijzondere hulde. Heil aan de onvergetelijke Alfons Haché!

Alfons was geen talentvol redenaar, maar met weinig woorden wist hij telkens de nagel op de kop te slaan. Moeilijkheden stootten hem niet af. Hij stond voor de algemene vergadering met zijn overtuigd gelaat en in gemoedelijke taal het woord richtend tot de leden die hij steeds als zijn werkbroeders behandelde.

Een andere eigenschap waardoor hij gunstig aangeschreven stond was zijn grote menslievendheid. Hij, die zijn eigen grote miseries kon afbijten zonder te verpinken, stond met de krop in de keel en met de tranen in de ogen toen hij andere tegenslagen aanhoorde. Niet te verwonderen dat hij de zitpenningen weigerde te aanvaarden omdat hij van mening was dat dit geld toebehoorde aan zijn werkmakkers.

Men moet met hem gewerkt hebben om er ten volle van overtuigd te zijn hoe vaderlijk goed hij was voor allen. Hij was eenvoudig, naarstig en stil, een nederige werkman en een vader uit de duizend. Toch was hij steeds, ook toen hij de tachtig naderde, de humorist uit de organisatie. 

Dank zij zijn zin voor humor maakte hij zijn taak lichter en stelde hij aan anderen de moeilijkheden voor, als gemakkelijker om dragen. Omtrent zijn humor zijn er enige anekdoten bekend over hem. Toen hij terugkeerde van een congres te Rome vroeg zijn vrouw Henriette hem: ‘Fons, wat heb je in Rome gezien?’. Zijn antwoord was kort: ‘Duiven’. En op de vraag wat de Paus hem gezegd had antwoordde hij lakoniek: ‘de complimenten aan uw vrouw Henriette’. Op zijn sterfbed – kampend met prostaatproblemen – troostte de pastoor hem door te zeggen dat Jezus op zijn kruis ook geleden had. Zijn antwoord was duidelijk: ‘...maar Onze-Lieve-Heer kon tenminste nog plassen...’.

Tot zijn tachtigste heeft Alfons actief in de beweging gestaan als vrijgesteld secretaris, uitstekend propagandist en trekpaard van de Christelijke Arbeidersbeweging te Gent. Hijzelf zat nog de jaarlijkse St.-Elooisviering voor van 1.12.1935: Het is de grijze kamper van het eerste uur, vriend Alfons Haché, die de talrijke vergadering voorzit, en vooraf hulde brengt aan vier overleden leden (...).

Alfons Haché werd meer dan eens gehuldigd, ook buiten de Metaalbewerkersbond. Zo werd hem als één van de denkers en durvers van het eerste uur hulde gebracht op 23.4.1922 door de Mutualisten in de Handelsbeurs op de Kouter ter gelegenheid van de viering van het 20.000ste lid. Bij de viering van 25 jaar Nationale Centrale der Metaalbewerkers ontving hij een zilveren uurwerk (chronomètre V.C.) waarin binnen staat gegraveerd: dankbare herinnering van Centrale der Christene Metaalbewerkers aan haren eerste voorzitter en stichter Alfons Haché - 1903-1928. Op de keerzijde van het uurwerk staan ook zijn initialen A.H. gegraveerd.

Lang na zijn overlijden, werd in de gemeenteraadszitting te Gent van 9.6.1952, ter gelegenheid van het zilveren jubileum als gemeenteraadslid van burgemeester Emiel Claeys (1894-1984), door de heer Van de Putte, een aantal idealisten van het eerste uur w.o. Alfons Haché vernoemd.

Alfons trok zich pas terug uit de organisaties wanneer de ziekte hem in 1936 ertoe verplichtte.

Nog voor hij actief was bij de metaalbewerkersbond en in de loop van zijn lange syndicale loopbaan was hij in:

1886: Alfons Haché zat in de kern van de Algemene Bond van Werklieden en Burgers, een verruiming van de Vrije Kiezersbond

1887: April - medestichter van de Vrije Bond der Ziekenbeurzen van Gent, in 1916 omgevormd tot Volksliefde en thans deel uitmakend van het verbond der Christelijke Mutualiteiten.

1890: 15 december - Stichting van de Antisocialistische Werkliedenbond (huidige ACW), het verenigde alle initiatieven die de emancipatie van het volk tot doel hadden, w.o. de vakbeweging, mutualiteit, enz. Onder de bestuursleden zien we Alfons Haché en in 1914 was hij ondervoorzitter van het arrondissement Gent.

1891: Juni - medeondertekenaar van het manifest van de werkliedenbond om de toenmalige weekbladen De Lichtstraal en Het Volk te fusioneren en tot dagblad te maken.

1893: Hij verdedigde bij het stadsbestuur van Gent het idee van steun in geval van werkloosheid.

1896: April - medestichter van de samenwerkende maatschappij Het Volk die van wal zou steken op 30.5.1896 in de Burgstraat. In 1913 was hij er beheerder. Alfons zat in de Raad van Bestuur van 896 tot 1938.

1900: De Samenwerkende Vennootschap Dagblad Het Volk werd omgevormd tot Naamloze Vennootschap. Er werd een redactiecomité opgericht waar Alfons deel van uitmaakte.

1906: Het Algemeen Secretariaat stelde zichzelf voor als een onafhankelijk organisme voor syndikale propaganda. Er waren toen 7 propagandisten w.o. Alfons Haché voor Gent.

1907: Vanaf 4.4.1907 was hij verslaggever en was ook enige tijd voorzitter van het Middencomité der Christelijke Vakverenigingen.

1907: Plaatsvervangend lid van de werklieden bij het tussengemeentelijk werklozenfonds der Gentse agglomeratie. Mandaat eindigt op 31.12.1909. Idem voor 1914, plaatsvervangend lid van het comité van het Werklozenfons.

1908: Het Werklozenfonds van Gent had een prijskamp uitgeschreven, voor het maken eener econo-mische en statistische studie over het vraagstuk der werkloosheid. Er waren slechts drie mededingers. Zij kregen elk eene premie van 75 frank.

Een nieuwe prijskamp werd dan uitgeschreven. Ditmaal waren er vier mededingers. Twee hunner Alfons Haché en Jul. De Clercq, kregen elk een premie van 75 frank; Jozef Coene en P. Alleene, elk eene premie van 50 frank.

1912: Lid van het studiecomité van de Belgische Volksbond.

1914: Medebeheerder van de Stedelijke Vakschool Carels-Nicaise aan de Martelaarslaan te Gent.

1919: Vanaf 1.1.1919 lid van de toezichtscommissie van de beroepsschool Carels (Metaalnijverheid) aan de Martelaarslaan, als afgevaardigde van de staat.

1922: In de schoot van de Metaalbewerkersbond stichtte hij als 67-jarige een jeugdafdeling wat dadelijk veel succes kende.

1927: De Vakbeweging in het Gentse nam een nieuwe start. Alfons Haché werd voorzitter, in 1930 werd hij opgevolgd door Gust Walleyn (1879-1945).

19... : Medebeheerder van de Vak- en Ambachtschool St.-Antonius in de Holstraat, opgericht in 1900.

Alfons zetelde daarbij ook nog in werkrechtersraden als afgevaardigde van de syndikaten. Hij was medestichter van de vrije Werkbeurs Het Volk waaraan hij vele jaren zijn beste krachten wijdde, ook na zijn dagtaak.

Hij ijverde ook voor de Katholieke Schoolpenning, een actie waarbij de opbrengst ten goede kwam aan de katholieke scholen en haar personeel. In 1911 werd daarvoor aan Alfons en zijn drie broers hulde gebracht. In 1925 ontving Alfons Haché samen met zijn drie broers (Joseph, Jan en Edmond Haché) het pauselijk ereteken Pro Ecclesia et Pontifice. Hij was ook drager van het Burgerlijk Kruis eerste klas.

Alfons overleed in de Vlotstraat 32 te Gent op 29.7.1938, 83 jaar. De begrafenis had plaats op het kerkhof van Mariakerke na de lijkdienst in de St.-Jozefkerk op 2.8.1938 te 10 uur. Op zijn begrafenis waren de hoogste leiders van de Christelijke Arbeidersbeweging en verschillende hooggeplaatsten van het land aanwezig.

De offergang in de kerk van St.-Jozef werd stopgezet toen reeds méér dan 950 rouwprentjes waren uitgedeeld. In de kranten verscheen een uitvoerig In Memoriam over Alfons Haché en een verslag van de begrafenisplechtigheid.

Om de gedachtenis van deze voortreffelijke man, modelfiguur onder de Christelijke Syndikalisten te bestendigen, namen de Gentse Metaalbewerkers het initiatief om steunbons te verkopen voor het plaatsen van een grafmonument. Deze onthulling had plaats op 30.7.1939 op het kerkhof te Mariakerke.

Toespraken werden er gehouden door Kanunnik Cesar Van Kerckhove (1888-1959), secretaris Karel De Weerdt (1902-1975) en algemeen secretaris R. De Clercq.

Ingevolge de nieuwe wet op de grafconcessies van 20.7.1971 en 4.7.1973 en het besluit van de gemeenteraad van 19.9.1977 dreigde in 1989 het grafmonument te verdwijnen. In extremis kon Erik Dekeyser op eigen naam deze grafconcessie op 12.12.1989 vernieuwen voor een periode van 50 jaar. In 2000 werd zijn graf een beschermd monument!

Een foto van dit monument werd samen met een korte biografie gepubliceerd in de voortreffelijke inventaris ‘In Steen en Brons, van Leven en Dood.

Bij het jubileum van 75 jaar Christelijke Centrale der Metaalbewerkers, afdeling Gent in 1965 kwam de geschiedenis van de organisatie aan bod in ‘De Volksmacht’ en verscheen een verslag van de viering in Dagblad Het Volk en ‘De Volksmacht’. Aan het grafmonument op het kerkhof van Mariakerke werd een bloemenhulde gehouden in aanwezigheid van enige nog levende kinderen.

Bij de viering van 100 jaar ACV-Metaalcentrale op 22.9.1990, na de textielcentrale de tweede centrale die haar eeuwfeest kon vieren, werd nogmaals hulde gebracht aan Alfons Haché en medestichters. Op deze viering waren enige klein- en achterkleinkinderen aanwezig en werden zij in de hulde betrokken.

Zowel de aankondiging als de viering zelf kwam in de plaatselijke pers, maar in Dagblad Het Volk – de spreekbuis van de Christelijke Arbeidersbeweging – werd met geen woord gerept over de stichters.

Bij die gelegenheid diende Erik Dekeyser, achterkleinzoon van Alfons Haché, reeds op 15.1.1990 een aanvraag in bij het Gentse stadsbestuur (met redenen omkleed) om in Gent een straat naar hem te noemen.

Stadsarchivaris Johan Decavele (die een voorstel moest formuleren) ging in een brief op 20.11.1991 akkoord, maar zijn voorstel – een nieuw aan te leggen straat te Gentbrugge naar hem te noemen – werd op de gemeenteraad verworpen na negatief advies van de provinciale adviescommissie. Niettemin kwam in de officiële stadsgids de straat De Houw foutief als Alfons Hachéstraat voor. Dit werd pas gewijzigd na melding – in 1999 – aan de Dienst Voorlichting door de genoemde aanvrager.

In 1998 en in 2010 werd de vraag nogmaals herhaald bij de behandelende ambtenaar van het Stadsarchief. 

Hendrika Hayaert overleed te Gent op 13.1.1945, 79 jaar. Ze werd begraven op het kerkhof van Mariakerke bij haar echtgenoot die zij méér dan vijftig jaar lang in zijn sociale strijd steunde. Op het grafmonument kreeg zij een afzonderlijke grafplaat met haar naam erin gebeiteld.

Uit het huwelijk van Alfons Haché en Hendrika Hayaert werden zestien kinderen geboren waarvan er acht overleden binnen het jaar na de geboorte,

Reacties

Reageren in dit project is momenteel uitgeschakeld.

Delen

Geplaatst door

op 27 mei 2026

Huidige status

voorstel