Ga naar de hoofdinhoud

Herinneringen aan de Fly-over en het Zuidpark - Jaak De Poorter

Van "Ontdek de verhalen van de Gentse Raconteurs"

Ga naar het project

Portret: Eric Hulsens

Tussen 1970 en 1973 werd in Gent de fly-over (B401) gebouwd. Deze betonnen kolos bracht Koning Auto tot in het hart van de stad, in die jaren het symbool van de vooruitgang. De bouw ervan was erg ingrijpend en zou het zicht en de beleving van het Zuidpark voorgoed veranderen. Samen met een paar raconteurs uit Ledeberg visten we naar verhalen en herinneringen van een 15-tal getuigen, die alles min of meer van nabij meemaakten.

Jaak de Poorter (°1939) - ere-schepen Stad Gent (1989 - ‘99) en gewezen gemeenteraadslid Ledeberg 

Jaak De Poorter is een geboren en getogen Ledebergenaar. Met de opname van zijn politiek mandaat kwam een einde aan zijn carrière als ambtenaar bij de Vlaamse Milieumaatschappij. Van 1989 tot 1999 nam hij het ambt van schepen van Toerisme, Sport en Feestelijkheden op zich. Jaak De Poorter wacht ons op in 'Brasserie Achturenhuis', zijn stamcafé op het Ledebergplein. Hij biedt ons onmiddellijk een drankje aan. Sociaal man, de brasserie als tweede thuis. Met merkbare nostalgie spreekt hij over het gemoedelijke Ledeberg van toen, met op elke hoek een café. Man van 'het volk' die streeft naar solidariteit onder buurtbewoners. In 1965 werd hij lid van de socialistische partij in Ledeberg, en die had deze brasserie als uitvalsbasis. Herinneringen troef over de vele uren die hij er sleet, de straffe stoten die werden uitgehaald en de gemoedelijke sfeer van een stampvolle kroeg.  

Jaak: Mijn ouders zijn in 1944, na de Engelse bombardementen op Gentbrugge en Merelbeke, in Ledeberg komen wonen. Dat was ongeveer recht tegenover Standaert, dat in die tijd nog een kleine houtzagerij was. Met de jaren groeide Standaert uit tot de eerste doe-het-zelfzaak in België. Je kon daar voor echt alles terecht, zelfs voor een paar losse vijzen of moeren. 

Spelen op boomstammen en bomkraters

Tussen de Hundelgemsesteenweg en de Meierij lag een groot braakliggend terrein dat tot aan de spoorweg liep, zeg maar een stukje niemandsland. Op dat terrein gingen we als kind vaak spelen op de boomstammen die daar lagen. Er was daar niets, behalve gras, enkele zandbergjes en in de verte boomstammen. Een zalig speelterrein, want er waren maar zeer weinig auto’s. Dat terrein verdween met de bouw van de B401. In deze buurt, aan de Schelde, bevonden zich in die tijd ook twee kleine scheepswerven. Een ervan was die van Roose, waar nu de Volvo-garage gevestigd is. Er waren twee routes om naar de Meierij te geraken: een onder de Stropbrug en een via de Frans de Mildreef, door een hele smalle tunnel.

Als kind konden we vrijuit op straat spelen en voetballen, er waren tal van mogelijkheden. Je had ook het oefenplein, tussen de Oefenpleinstraat, de Walstraat en de De Nayerdreef, waar later de autostrade, toen nog E3, nu E17 op gebouwd is. Dat was vroeger een enorm terrein met vele bomkraters, dat ook gebruikt werd door de zaterdagsoldaten. Een van hen, die daar iedere zaterdag kwam trainen, was de oudste zoon van de familie Standaert. Hij was naar het leger getrokken nadat zijn vader tijdens de oorlog was omgekomen. Eén keer per week trokken ze, in uniform, naar het oefenplein, waar ze een reeks oefeningen kregen. Wij gingen daar ook heel vaak met een ganse groep kinderen spelen en voetballen.

Tijdens mijn tienerjaren was de Hundelgemsesteenweg nog een smalle straat en rechtover de school was er een grote zaak van kinderwagens met een heel mooie etalage met rondrijdende elektrische treintjes. Natuurlijk kwam de hele school daar naar kijken. 

De kaalslag op de steenweg

De bouw van de fly-over moet toch ingrijpend geweest zijn. De ganse rechterkant van de Hundelgemsesteenweg werd afgebroken, de linkerkant bleef gespaard. De viswinkel van Meersschaut, dicht bij de Botermarkt, moest plaats ruimen, de viswinkel van Bulté aan de overkant niet. Maar ook De Wolmolen, de grote klerenzaak van de moeder van gewezen Gentse schepen, Marina Hoornaert, moest weg. Voor de rest herinner ik mij nog een fietsenwinkel, een paardenslachter, drukkerij de Vreese (later verhuisd naar de Jacques Eggermontstraat), een winkel voor visgerei, de stoffenwinkel De Vier Seizoenen en op de hoek een bekend café. Ik speelde in die jaren voetbal en kwam daar wel vaker over de vloer. Al die handelszaken zijn definitief uit het straatbeeld verdwenen.

Er was eigenlijk al in 1963, 1964 sprake van die onteigeningen, zodat de mensen zich konden voorbereiden op hun verhuis. Opmerkelijk was ook de bouw van het grote appartementsgebouw aan het E3-plein. Voorheen was dat een braakliggend terrein. Ik vermoed dat men met de bouw daarvan de Ledebergenaren – en zeker zij die onteigend zouden worden - de kans wilde geven om een nieuwe woonst te betrekken. Maar die appartementen waren duur: 550.000 BEF voor een met één slaapkamer; 600.000 BEF voor een met twee en 700.000 BEF voor een met drie slaapkamers. Veel geld was dat in die tijd. 

Het Groter Nationaal Belang

Als kleine autonome gemeente kon Ledeberg maar weinig ondernemen tegen die plannen met een nationaal belang. Bovendien is de Hundelgemsesteenweg altijd een provinciale weg geweest. Er zal wel protest geweest zijn, maar onvoldoende om het verschil te kunnen maken. Ik vermoed dat de op- en afrit er in Ledeberg gekomen is, omdat de Gentse textielreus UCO (Union Cotonnière) hier in de buurt al in 1958 een reusachtig hoofdkantoor gebouwd had, het zogeheten Bellevuecomplex, in de volksmond ‘de UCO-toren’.

Ik was een jonge dertiger toen de fly-over begin jaren zeventig gebouwd is. Ik moet toegeven dat wij daar eigenlijk als Ledebergenaren niet zoveel mee te maken hadden. Mensen waren vroeger veel minder op de hoogte van veranderingen in hun gemeente dan vandaag het geval is. Iedereen was vooral begaan met de eigen straat en buurt. Men wist wel dat er iets gaande was, maar men lag daar niet echt wakker van. Vandaag zijn mensen zich veel meer bewust van hun woonomgeving en van de toekomst van hun buurt. Dat speelde een veel kleinere rol toen. Temeer omdat men besefte dat er toch niets aan te doen was. Mensen voelden zich wat machteloos.

Eerlijk gezegd herinner ik me ook niet veel meer over de bouw van de fly-over, ook niet hoe dat in het nieuws kwam. Ik zat toen niet meer op school daar in de buurt. Wel heb ik altijd in Ledeberg gewoond, zij het meer aan de andere kant. 

De veranderingen van Ledeberg

De bouw van de fly-over moet zowat de grootste ingreep geweest zijn in Ledeberg. Voor de rest is er maar weinig veranderd, en is het stratenplan bijvoorbeeld quasi hetzelfde gebleven.

De mobiliteit is een ander verhaal. Ik heb altijd in de Van de Veldestraat gewoond en die telde ooit een enkele auto, die van mijn buur, die uit Congo kwam. Toen ik mijn plechtige communie deed, had niemand een eigen wagen en taxi’s waren te duur. Wij hadden het geluk dat onze buurman ons in die jaren wel vaker eens meenam. Zelf kocht ik mijn eerste auto aan in 1965, twee jaar na ons huwelijk. Dat betekende voor ons een zware investering toen.

Was de fly-over nooit gebouwd, dan was dat braakliggend stuk tussen de Hundelgemsesteenweg en de Bellevuewijk waarschijnlijk een woonwijk geworden als verbinding tussen de twee buurten. Dat zou de Bellevuewijk aansluiting gegeven hebben met de Jacques Eggermontstraat en de Hundelgemsesteenweg.

Vroeger leefden mensen meer binnen de grenzen van hun buurt en straat. Dat was de periode dat mensen nog buiten zaten en er nog geen televisie bestond. Zelfs Gent vonden wij soms al te ver. Nu is dat anders, hé. Mijn kleinkind gaat nu een koffie drinken in Gent; afstanden spelen veel minder een rol.

Als ik Ledeberg zou moeten omschrijven in één zin, dan kom ik uit bij: kleinschalig, niet zo luxueus, maar toch gemoedelijk. En met gemoedelijk bedoel ik op iedere hoek een café: dat was gezelligheid en samenzijn. Iedereen kende iedereen. Dat is nu minder het geval: er zijn minder cafés en mensen zijn veranderd van mentaliteit. 

Wat als…?

Die fly-over heb ik nooit mooi gevonden, maar ik heb er mij ook nooit echt aan gestoord. Pas op, ik heb er ook nooit naast gewoond. Mocht ik het voor het zeggen hebben, dan zou ik de B401 laten afbreken en de binnenring verbreden met enkele rijvakken, om zo toch alles op de grond te houden. Tegelijk denk ik dat er zovele mogelijkheden zijn onder de grond: dan heeft niemand er last van en komt er veel open ruimte vrij. Dat zou meteen stukken aangenamer zijn voor de omwonenden, wat betreft uitzicht en geluid.

Reacties

om te kunnen reageren.
Totaal aantal likes: 0, totaal aantal dislikes: 0
. Log in om te reageren.

Delen

Geplaatst door

Huidige status

gezien

Tags

Erfgoed
B401 en Zuidpark
Binnenstad

Locatie

Unable to display map. WebGL2 support is required.
Ensure that your browser and hardware meet the minimum requirements.
https://esriurl.com/webgl-faq
Powered by Esri