Herinneringen aan de Fly-over en het Zuidpark - Lily Castel
Van "Ontdek de verhalen van de Gentse Raconteurs"
Ga naar het project

Portret: Eric Hulsens
Tussen 1970 en 1973 werd in Gent de fly-over (B401) gebouwd. Deze betonnen kolos bracht Koning Auto tot in het hart van de stad, in die jaren het symbool van de vooruitgang. De bouw ervan was erg ingrijpend en zou het zicht en de beleving van het Zuidpark voorgoed veranderen. Samen met een paar raconteurs uit Ledeberg visten we naar verhalen en herinneringen van een 15-tal getuigen, die alles min of meer van nabij meemaakten.
Het Zuidpark werd door de jaren heen gekenmerkt door heel wat markante gebouwen, met als absolute topper het imposante Zuidstation, gebouwd in 1850 en afgebroken in 1930. Aanpalend bevond zich een postgebouw, van waaruit de pakjes met de trein vertrokken richting bestemmeling.
Meer recent was er de Chalet du Sud, een stenen gebouw met rieten dak en onder de gegoede Gentse burgerij vooral gekend als dancing. Eind jaren vijftig, begin jaren zestig maakte vooral Lily Castel daar furore. Zij zong in het orkest van trompettist Michel Remy. We hebben het over de tijd van de Frotters en de Trotters, de twist en de bebob en sterren als Petula Clark en Cliff Richard. Later zou Lily Castel ons land vertegenwoordigen op het Eurovisiesongfestival, samen met Jacques Raymond.
Bijna zestig jaar later huppelt de blonde Lily Castel ons in een kanariegeel pak tegemoet in datzelfde Zuidpark voor het maken van een portret. Een leven vol muziek doet mensen goed, zo blijkt. Het is met een frivole joie de vivre dat de zangeres vertelt over haar jeugd, haar loopbaan en haar periode in het Zuidpark, waar ze nog altijd liefdevol op terugblikt.
Jong geleerd is oud gedaan
Lily: Mijn prilste jeugdherinneringen gaan terug naar de Botestraat in Wondelgem. Later zijn we verhuisd naar een werkmanshuisje in een cité in de Doornzelestraat. Mijn ouders werkten als arbeiders in Werkhuizen Carels, dat later ACEC geworden is en omgetoverd is tot Dok Noord. Toen ik een jaar of 15 was, trok ik met de kinderen van het personeel naar het sinterklaasfeest aan de Kouter. Zelf heb ik ook gewerkt in ACEC, van 1957 tot 1964. Op zaterdagnamiddag gaf ik in de refter dansles aan de kindjes van het personeel. Vanaf 1964 begon ik opdrachten te krijgen van de BRT. Vanaf mijn tien jaar ben ik met balletdansen begonnen. Ik ging mee met een varieté-groep, bestaande uit een zanger, een conferencier, een muzikant, een danseuse en, als er geld over was, een visuele attractie er bovenop. Met een busje schuimden we alle parochies af. Als tiener zat ik daar tussen de volwassenen, wat ertoe leidde dat ik al op jonge leeftijd bij de pinken bleek en rad van tong was, op het stoute af. Toen de zangeres van het gezelschap eens ziek was, heb ik haar vervangen. En zo van het een kwam het ander.
De uitgaansbuurt van Gent
Op zich vind ik het al vreemd dat een privé-initiatief als de Chalet du Sud zich zomaar heeft kunnen vestigen in een publiek stadspark dat het Zuidpark toch altijd geweest is. Aan de chalet waren ook tennispleinen en een rolschaatspiste verbonden. Het vaste publiek bestond voornamelijk uit de Gentse bourgeoisie; heel veel fils à papa, die zwaaiend met de sleutel van de sportwagen van hun vader, zich kwamen amuseren. Maar nog meer dertigers en veertigers die hier hun weekend kwamen inzetten, onder meer handelaars die van de beurs afzakten naar de Zuid. Er bestond een groot contrast tussen de Chalet du Sud en de uitgangsbuurt aan de Kuiperskaai, met The Old Wheel, de Alex,… De Chalet trok vooral het wat chiquere volk aan, de Kuiperskaai eerder de vechtersbazen. Rond de chalet was er een soort pergola, waar overdag de bonnes tantes een koffietje kwamen nuttigen en met elkaar converseerden in een melange van Frans en Gents.
Live vanuit Chalet du Sud
Mensen kwamen in het pre-televisie tijdperk graag naar onze shows kijken. Op andere avonden zaten ze ’s avonds vooral aan hun radio gekluisterd en luisterden ze bijvoorbeeld naar De Bonte Dinsdagavondtrein, een programma van de AVRO, vol muziek, zang en humor. Door de intrede van de televisie was het snel gedaan met varieté. Gelukkig kwam er een programma als Ontdek de ster, gepresenteerd door Tony Corsari. In 1957 moedigde mijn moeder mij aan om deel te nemen aan die wedstrijd. Daar is alles mee begonnen: ik eindigde tweede met het nummer 'Een beetje' van Teddy Scholten en zo ging de bal aan het rollen.
Het orkest van Michel Remy
Op een dag stond de trompettist Michel Remy aan mijn deur met de vraag of ik bij zijn showorkest zijn vaste zangeres wilde worden in de Chalet du Sud. Michel was een heel mooie man, maar hij was wel door het krijgen van een stijf been, oorlogsinvalide geworden. Die man heeft mijn hele repertoire opgebouwd, bestaande uit nummers van onder meer Petula Clark, Cliff Richard, maar vooral ook veel jazz en evergreens. Het was de tijd van de Frotters, de Trotters, de twist en de beebop. In het orkest zat zelfs een twistgroepje. Iedere vrijdagavond, na mijn werkweek, speelden we van 21u tot 3u ’s morgens. En tijdens de week repeteerden we ’s avonds. Ik was toen een jonge twintiger. Dat waren best zware avonden. Zo’n optreden in de Chalet trok toen een kleine honderd man aan. In het begin zond Radio 2 iedere vrijdag zelfs live uit vanuit de Chalet, gepresenteerd door Nand Baert. De opnames gebeurden toen nog met van die grote bandopnemers. We hebben in die jaren ook heel wat bals gedaan in de opera, voor studenten, militairen,… vaak tot 05u ’s morgens. Best vermoeiend.
Eindhalte Chalet du Sud: 'Le vendredi c'est la sortie'
De Chalet was soms ook het eindstation voor de mensen die van andere dancings en cafés uit de Vlaanderenstraat afgezakt kwamen. In die tijd werden nogal wat coupes gedronken. Je kon soms niet op tijd je glas leegdrinken. “Pour notre Lily une petite coupe”, klonk het toen. Daarnaast werd er ook veel whisky verzet. Voor zeer veel mensen is die tijd wel bijgebleven. We hebben heel wat mooie momenten beleefd. ‘Le vendredi c’est la sortie’ was zo’n beetje het adagio. Iedere vrijdag om 2.45u kwam er een oudere, grijze man, un type très bien soigné langs, die The Sunny side of te Street als verzoeknummer aanvroeg en hiervoor 1.000 BEF schonk, als snoepje. Nederlandstalige nummers zaten niet in ons repertoire. Wat ik nogal altijd blijf zingen, is het nummer C’est ma chanson (This is my song) van Petula Clark.
Alice wordt Lily
Voor ik met Michel Remy optrad, heb ik op de planken gestaan met Frank Greven, zeg maar de Vlaamse Helmut Zacharias. Dat was in de tijd van de Ancien Belgique. Met hem trad ik in het hoogseizoen dagelijks op in het hotelrestaurant De Picardie in Knokke. We verzorgden er driemaal per dag het muziekprogramma: tijdens het aperitief, tijdens de namiddagkoffie en ’s avonds. Dat lokte heel wat kijklustigen op de dijk. In die tijd was mijn naam nog Lily Van Acker, maar dat bekte langs geen kant. Toen werd dit even Lily d’Amour, maar uiteindelijk Lily Castel. De voornaam Lily komt eigenlijk van Lily De Munter, de gekende Gentse danslerares bij wie ik les volgde. Haar echte naam was eigenlijk ook Alice De Munter. Mij moeder heeft ook altijd graag gezongen, zij het vooral tijdens familiefeestjes. Vroeger werd er veel meer gezongen dan nu. Volgens haar was ik een zeer braaf kind. Wat dat betreft, heb ik zeker mijn schade intussen ingehaald.
Van Tienerklanken tot Eurovisiesongfestival
De Chalet had een kleine ingang. Je had direct de comptoir en er rechtover een zitkuil met zetels en een bar. Voor onze optredens werd die kuil telkens omgetoverd tot een podium. Het publiek stond er rond, op een soort dansvloer. Soms kwamen er mensen van de BRT, zoals Jan Thys, Bob Boon en de wijze, Gentse Roland Verlooven naar ons kijken. Op een dag vroeg Bob Boon me om deel te nemen aan Tienerklanken. In die tijd had televisie nog iets magisch. De studio was in de Chausée de Waterloo in Brussel. Scholieren werden dan opgeroepen om te komen luisteren naar ons en ons punten te geven. Onder de artiesten onder andere Marva, Tonia, Rita De Neve,…
Het programma Tienerklanken heeft voor mij de wagen aan het rollen gebracht. Zo werd ik gevraagd om ons land te gaan vertegenwoordigen op een songfestival in Polen. Bij de BRT mocht ik telkens ’s avonds komen zingen omdat ik overdag nog werkte. Maar die situatie was niet langer houdbaar, dus moest ik knopen doorhakken. Ik vormde een kwartet met Jo Leemans, Freddy Sunder en Maurice Dean. Wij deden heel wat musicals en close harmony. De stemmen van Maurice en mij pasten zeer goed bij elkaar; wij vormden een sterk duo. Met ons kwartet hebben we een tiendaagse Europese tournee ondernomen met een charter. We waren met een 100-koppig orkest onder leiding van Fernand Terby op zwier, onder meer met Toots Thielemans als gitarist. De keuze was moeilijk, maar ik ben wat geholpen door onvoorziene omstandigheden. Mijn werkgever, Carels was in die periode failliet gegaan en ACEC kwam er in de plaats. Dat betekende nieuwe bazen, nieuwe wetten. Ik wilde niet mee overgaan naar Sidmar, zoals vele mensen deden. Na een ruzie met mijn baas, heb ik mijn ontslag gegeven en ben ik overgestapt naar de BRT. Gelukkig is dan mijn carrière goed op de rails gezet.
In 1971 werden Jacques Raymond en ik totaal onverwacht gevraagd om het vocaal sterke duo Nicole en Hugo te vervangen op het Eurovisiesongfestival in 1971 in het Ierse Dublin. Nicole was immers plots ziek gevallen. Het was Bob Boon die mij uiteindelijk heeft overtuigd, want we moesten onmiddellijk beslissen. Het waren de eerste jaren van de kleurentelevisie, dus moesten we ook erg op onze kledij letten. ’s Avonds ben ik dan nog in allerijl een kleed gaan zoeken in hartje Dublin om te kunnen optreden. Het moest een lang kleed zijn, want Jacques stond daar in een strakke smoking. Hij was erg zenuwachtig, ik niet. Uiteindelijk zijn we geëindigd op de 14de plaats, wat op zich nog een eervolle plaats was.
De toekomst van de fly-over en het Zuidpark
Ik vind dat men zeer goed moet oppassen met de piste om de fly-over af te breken. Het gevaar bestaat dat daarmee gewoon het pijnpunt verlegd zal worden. Een beetje Not in My Backyard-syndroom. Ik zie op dit ogenblik op andere plaatsen in Gent lange files ontstaan. Een voorbeeld: al het verkeer van de Frans Van Ryhovelaan dat normaal over de Wondelgembrug rijdt, passeert nu door de Francisco Ferrerlaan, waar wij wonen. We krijgen daar nu veel meer stof en stank te slikken dan vroeger. En naast de trams rijden nu ook bussen door de Francisco Ferrerlaan. Daarnaast vind ik dat er meer aandacht mag gaan naar een beter groenonderhoud in Gent, een beetje naar het voorbeeld van Frankrijk.
