Ga naar de hoofdinhoud

Lydia, Christus en het Oorlogskind

Van "Ontdek de verhalen van de Gentse Raconteurs"

Ga naar het project

Herdenkingsmonument in Fambach, Thüringen

Lydia groeide op in Erembodegem, Oost-Vlaanderen, op een paar honderd meter van de grens met Brabant. Langs die grens wandelde ze als kind regelmatig met haar grootmoeder door de velden, terwijl zij verhalen vertelde over de Groote Oorlog.

Kinderangsten

Lydia: "Mijn eigen kinderlijke slagvelden kon ik zo even vergeten. Soms vertelde ze ook over de Tweede Wereldoorlog. En soms haalde ze de twee door elkaar.

Ze had als twaalfjarige gezien hoe Duitsers te paard de Boekhoutberg aan de Brusselsesteenweg opraasden. Twee jonge gasten, aan de polsen vastgebonden, werden de helling opgesleurd. Mannen in uniform namen het huis aan de overkant in beslag. Mémé woonde met haar moeder, vijf zussen en een broer aan de steenweg, vlakbij de sperzone, met hun neus op de Kommandatur.


Te voet naar Brussel

Haar vader, Albert, werkte in Brussel in de gasfabriek. Tijdens de oorlog kwam hij maar af en toe naar huis. Mémé ging vaak te voet naar Brussel “om zijn boterhammen te brengen”, soms alleen, soms met een zus, in elk seizoen. Zo is tijdens een zeer strenge winter een van haar jongere zusjes eens stijf bevroren teruggekeerd. Onderweg konden ze gelukkig bij een tante, die in Hekelgem (Affligem) woonde, even ontdooien. Datzelfde zusje was waarschijnlijk reeds tijdens de heenreis aan het beven… ze was doodsbenauwd van haar vader. Hij stond in het dorp bekend als “Boze Bert”; een jeneververslaafde bruut met losse handjes.


Smokkelen

Mémé vertelde ook over die keer dat haar oudste zus de ziel uit haar lijf moest rennen, achtervolgd door Duitsers, opgejaagd door geweerschoten. Waarschijnlijk was ze aan het smokkelen, wat ook soms alleen, soms met twee gebeurde. Moeder en de oudste dochters hadden zakjes aan onderrokken genaaid. Zo konden ze eieren smokkelen. Het gebeurde meerdere keren dat de meisjes oog in oog met Duitsers kwamen te staan. Dan probeerden ze hen steevast iets wijs te maken, zoals valse namen. In hun kinderlijke naïviteit hadden ze echter maar één naam verzonnen die door meerdere kinderen gebruikt werd. Zo kregen ze de Duitsers wel eens heel boos: een van hen greep mijn grootmoeder bij de arm en keilde haar tegen de grond. Alle eieren kapot. “Ze noemden ons Schweineluders”, vertelde ze me met trillende kin. Ze herpakte zich snel, maar die keer zaten de tranen klaar. Christus “Er was er één die anders was.


Christus

Hij was goed voor de kinderen. We noemden hem Christus omdat hij een baard had.” We kwamen net terug van een van onze wandelingen toen mémé voor de eerste keer over hem vertelde. Terug binnen keek ik met een nieuwe blik naar het schilderij van Jezus, die half liggend, één hand uitgestrekt naar een witte duif en omringd door engeltjes zijn goedheid uitstraalde. Ik begon meteen te fantaseren: soldaat Christus omringd door dankbare kinderen die ter ere van hem dansten, alleen hadden ze geen blozende cherubijnenwangetjes maar zagen ze bleek en waren ze armoedig gekleed.


Vermoord

Een hele tijd later vertelde ze verder: “Hij werd vermoord”. Ze zei het met een ernst waarin ik een diepe verontwaardiging herkende. Deze moord was een groot onrecht. Die ene aardige Dosj was dood. Mijn mond viel open, alsof ik zo de ontgoocheling uit mijn lijf kon krijgen. Nee toch?! Niet hij! Einde verhaal?! En dan de verwarring: soldaten sneuvelen toch? Men zegt toch niet “vermoord”? Er ging veel door mijn hoofd, maar ik zweeg, uit respect.

Ze gaf meer details: ”Neergestoken, met zijn eigen bajonet. Hij had aan de grens met Brabant een spion – een Engelsman of een Amerikaan - aangehouden en die moest met hem mee naar de Kommandatur. Christus liep voorop”. Ik wenste dat ik de teletijdmachine van professor Barabas had; misschien had ik Christus kunnen redden.


Bosanemonen

Nog later. Deze wandeling onderbrak ze plots en wees naar de grond. “Hier hebben ze hem gevonden”. Ik weet nog heel goed wat er op dat moment door me heen ging: een storm, van mijn knieën door mijn maag naar mijn hoofd en terug. Rechts zag ik de velden, links de rand van het bos, met een stralend tapijt van bosanemonen. Daar had hij dus gelegen, in een lijkwade van bosanemonen. Wij plukten er enkele om thuis in een vaasje op de vensterbank te zetten. Ze overleefden de dag niet. Bosanemonen aarden enkel in het bos.


Kameradengrab

Hij laat me niet los, sinds pakweg 1970. Mijn grootmoeder had ik altijd laten vertellen, zonder al te veel vragen te stellen, behalve dan toch die ene: wat was zijn echte naam? “Fuchs.” Had zij “Fuchs” gezegd of had ik zijn naam zo gehoord? In elk geval, vele jaren later – mémé was al overleden - begon ik mijn lange zoektocht en ontdekte dat zijn naam niet Fuchs maar Fuss was.

En ik vond meer: Landsturmmann Heinrich Fuss was neergestoken met een mes. De dader was een Belg, Pierre Mus. Heinrich zou in Duitsland brouwersgast geweest zijn. Geboren 18 mei 1873, overleden 16 april 1916. Vader van een kroostrijk gezin. Hij zou zijn haat en minachting voor de Belgen zeer duidelijk gemaakt hebben, las ik in één van de gevonden bronnen. Mijn mémé wist wel beter.

Toen ik de locatie van zijn graf vond, was ik verbaasd over mijn eigen emotie: een schuldgevoel in plaats van ontroering. Hij was geen mythe meer, maar een mens in wiens privéleven ik aan het graven was. Deze ontdekking was echter te belangrijk om me door schroom te laten afremmen: ik wou hem eerherstel geven.

In de zomer van 2013 ging ik naar Vladslo, blij dat het nog niet 2014 was; ik wou het sereen houden, ver van alle grote evenementen. Het was een mooie zomer, behalve die ene dag in augustus, alsof het zo moest zijn, koud en nat. Tristesse. Heinrich deelt zijn graf met negentien anderen. Een Kameradengrab. Het treurende ouderpaar houdt een eeuwige wake.


Heimat

Op 11 november 2017 keek ik naar een herdenkingsuitzending op AVS. De namen van terechtgestelde burgers klonken door het executieoord van Oostakker. Hoor ik plots “Gustaaf Mus”. Was dat niet de broer van…? Ik opende mijn archief: inderdaad, broer van Pierre Mus, de moordenaar van Christus. Ik hervatte mijn zoektocht; misschien moest ik toch nog maar eens schijnbaar nutteloze of zelfs verkeerde informatie van naderbij bekijken. Plots bracht één klik me naar het Duitse Denkmalprojekt, en daar kreeg ik een foto te zien van een monument in Fambach, Thüringen, met een opschrift en een namenlijst. Deze keer kwam een gevoel van troost in me op. “Dag vriend”. Het was letterlijk vijf voor twaalf; 11 november was nog niet voorbij. Er stond een tweede Fuss op de lijst: Bernhard, 19 jaar. Zijn zoon?

Ik nam contact op met het Denkmalprojekt en kreeg al snel de vraag of ik nog wat meer informatie kon geven, kwestie van zeker te zijn, hoewel er al een sterk vermoeden was dat het “onze Heinrich” was. Er was een weblink bij met een uittreksel uit de Verlustliste: Fuß, Heinrich. Rosa. Gefallen. Waarschijnlijk was hij voor de oorlog van Rosa naar Fambach verhuisd; de twee dorpen liggen een kleine tien kilometer van elkaar. Fuß, een tweede schrijfwijze van zijn naam. Gefallen, niet ermordet.

Ik gaf zoals gevraagd meer informatie en een paar dagen later kwam het bericht: “The new version is online”. Van zodra mijn euforie een beetje geluwd was, wou ik nog een stap dichter bij Christus komen.


Naar Thüringen

Ik vertelde aan al wie het horen wilde over Heinrich Fuß. Iemand zei: “Einde verhaal dus.” “Integendeel”, antwoordde ik, “Nu is er geen stoppen meer aan.”

Onze gezinsvakantie in de zomer van 2018 kreeg Thüringen als bestemming. Ik bracht beide burgemeesters van onze komst op de hoogte. Die van Fambach nodigde ons uit voor een gesprek. Hij vond de bijnaam van Heinrich Fuß best wel grappig: “Zo gaat dat in een dorp”. En hij mijmerde: “Zullen mensen dan nooit leren? Blijkbaar hebben ze een vijand nodig.” Verder ging het gesprek over de plannen voor een camping bij zijn dorp en over veertig jaar DDR die hij had meegemaakt. Het leven staat niet stil; dat doen herinneringen wel.

Uit Rosa hadden we geen bericht ontvangen, maar we gingen er toch naartoe; dit was voor mij een soort bedevaart. Nauwelijks een mens op straat, net zoals in Fambach: die hitte! We overlegden om een wandeling in de bossen te maken. Iemand kwam naar ons toe: of hij ons kon helpen? Hij gaf ons een extra voorraad water. En wat bracht ons hier? Ik deed kort het verhaal over mijn grootmoeder die Heinrich Fuß gekend had en dat hij ermordet werd in mijn dorp. De man corrigeerde me vriendelijk: gefallen. Ik knikte; ach wat maakt het ook uit?

Een half uur nadat we uit Rosa vertrokken waren stuurde de burgemeester me een mail: hij was op vakantie geweest en had niet eerder kunnen antwoorden, maar wou zeer graag helpen. Sindsdien ligt de zoektocht weer stil. Misschien moet ik toch nog eens initiatief nemen. Niet alleen in Fambach en Rosa, maar ook in Aalst en Affligem zijn er mensen – zielsverwanten – die me willen verder helpen.


Ich weiß nicht was soll es bedeuten…

Mijn overgrootmoeder overleefde drie van haar acht kinderen, onder wie haar voorkind, dat was opgegroeid bij haar ouders. Zelf stierf ze ook te vroeg. De ouderdom schonk Boze Bert mildheid. Mémé werd vijfennegentig. Een jaar voor haar dood vertelde ze nog – met gebalde vuist – over “den Dosj”, maar toen ik haar herinnerde aan Christus glimlachte ze wel even.

In Fambach is Heinrich Fuß enkel nog een naam op een herdenkingsmonument. Zowel in Fambach als in Rosa wonen er nog families met de naam Fuß, maar er blijkt geen nieuwsgierigheid te zijn naar hun mogelijke voorvader. In 1914 stond hij klaar om datgene te doen waarvan hij dacht dat het zijn plicht was. Was zijn echtgenote fier op haar man in uniform? Wat zou hij als afscheid tegen zijn kinderen gezegd hebben? Dat hij gauw zou terugkeren, tegen Kerstmis? Hij moest niet naar het front dus ja, met Kerstmis zou de familie herenigd zijn.

Ich weiß nicht was soll es bedeuten, daß ich so traurig bin… Hij laat me niet los. Is het melancholie? Wat mij betreft is dit nog niet “einde verhaal”. Ik laat hem niet los. Ik zoek verder, voor mémé, voor Christus, uit dankbaarheid."

Reacties

om te kunnen reageren.
Totaal aantal likes: 0, totaal aantal dislikes: 0
. Log in om te reageren.

Delen

Geplaatst door

Huidige status

gezien

Tags

Vrede