“Wij zijn bang voor de gevolgen bij mensen in armoede”
Van "Ontdek de verhalen van de Gentse Raconteurs"
Ga naar het project

Seppe Dams maakt dat mensen in armoede toch nog op vakantie kunnen. Maar nu ziet die zomer er ineens helemaal anders uit. Het is alle hens aan dek, vertelt Seppe Dams vanuit zijn woonkamer in de Jos Verdegemstraat aan Raconteur Rudy Pieters.
Seppe werkt bij Toerisme Vlaanderen bij het team Iedereen Verdient Vakantie, dat vakanties mogelijk maakt voor mensen in armoede. Hij gaat normaal regelmatig langs bij hotels, B&B’s, vakantiecentra en andere toeristische partners. “Zij zorgen ervoor dat we voldoende aanbod hebben voor mensen in armoede. Ik laat zien dat we er voor hen zijn, onderhandel opnieuw over de prijzen. Ik zoek nieuwe partners.”
Maar door de coronacrisis ligt het toerisme ineens helemaal plat. “De eerste dagen was de grote vraag: mogen de mensen nog op vakantie gaan? We hebben toen als Toerisme Vlaanderen snel besloten dat we de mensen niet meer gingen laten vertrekken. Ik ben dan beginnen bellen met onze partners, heb hen gezegd dat we de reizen gingen annuleren, gesprekken die zeer goed zijn verlopen, iedereen beseft dat we allemaal in hetzelfde schuitje zitten.”
Vakantie voor mensen in armoede
Nu bereidt het team van thuis uit herstelmaatregelen voor. “Wij vragen ons nu af hoe wij ons netwerk kunnen ondersteunen. Hoe kunnen wij iets terugdoen voor de toeristische partners die al die jaren een engagement hebben opgenomen voor mensen in armoede? “
En hoe kunnen we iets betekenen voor mensen in armoede? Zij zijn statistisch gezien degenen die de meeste gezondheidsproblemen hebben. Wij zijn bang voor de effecten die de coronacrisis gaat hebben bij hen. Daar zijn we nu volop mee bezig. Heel wat collega’s liggen wakker van wat er nu gaat gebeuren met mensen in armoede, met mensen die ze al wat beter kennen.”
Ondertussen zijn ze bij Toerisme Vlaanderen ook nog eens met een grote herstructurering bezig. “Ook dat moet doorgaan. Dat zijn allemaal verschillende werkgroepen van twintig vijfentwintig mensen. Nu gebeurt dat allemaal via videoconferences dus. Maar omdat we al vaker op die manier vergaderden met collega’s in onze buitenlandkantoren, waren we daar al wat voorloper in.”
Mama geeft les via Skype
Ook Seppes vrouw werkt nu thuis. Ze is lerarenopleider, werkt aan de universiteit en hogeschool en zit ondertussen in de laatste fase van haar doctoraat. “Ze springt nu collega’s met lesopdrachten bij. Destijds heeft ze bij de Arteveldehogeschool een aantal dingen mee ontwikkeld om digitaal les te geven. Die expertise komt nu goed van pas. Daar helpt ze haar collega’s mee.”
Met de twee dochters, acht en negen jaar oud, is het nog wat het zoeken, zegt Seppe. “De voormiddag doen ze altijd huiswerk, maar de school geeft niet veel taken mee. Het is herhaling tot aan de paasvakantie. Dus ze zijn meestal op een uurtje al klaar.
“Gelukkig heb ik een mama die zelf ook les geeft. Die maakt wat dingen en ze geeft videoles. Dat is ook heel leuk voor mijn moeder, want ze is ook alleen. Haar school heeft gezegd: je bent bijna zestig, blijf alsjeblieft weg.
“Met mijn vrouw veranderen we nu om beurten van werklocatie. Ik zit hier nu in de living. Helemaal boven, in een kamer van een van de kinderen, hebben we nog een bureautje. Wie een vergadering heeft, gaat daar dan apart zitten en kan rustig werken. De ander blijft dan beneden en moet wat meer ingrijpen.”
Te druk in het Rozenbroekenpark
Seppes gezin woont in een rustige buurt, aan de rand van Sint-Amandsberg, met ook nog eens een behoorlijk grote tuin. Bovendien is het Rozenbroekenpark vlakbij. “Maar ik moet zeggen: ineens ontdekt iedereen dit park, het is eigenlijk bij momenten een beetje te druk. Zeker als je wil fietsen: je moet om de vijf minuten remmen als je die anderhalve meter wil aanhouden.
“Dus wat wij doen is in onze buurt door de normale straatjes gaan wandelen. Maar voor andere mensen is dat lastig natuurlijk. Ik werk continu met die doelgroep van mensen in armoede: die hebben niets anders dan een park. Dat bewijst nogmaals het belang van parken. Als stad moet je ervoor zorgen dat er voldoende parken zijn met voldoende spreiding zodat mensen voldoende ruimte hebben.”
Stiften in de oren
Seppe zit veel online, dezer dagen nog meer dan anders, en dat is niet altijd goed, zegt hij. “Op zulke momenten ben ik iemand die nogal maniakaal Twitter en Facebook begint op te zoeken, om te discussiëren, je hebt dat voortdurende spanningsveld tussen wetenschap en politiek.
“Ik heb daarnaast ook veel videoconferences voor mijn werk. Als je dat allemaal optelt, dan krijg je al snel een hoofd dat op ontploffen staat. Terwijl ik een actief persoon ben die veel buiten moet komen. Ik moet mezelf dus veel meer dwingen om alleen leuke dingen te doen op social media. Voor de rest doe ik veel fitnessoefeningen thuis. Dus dat lukt allemaal wel.”
Op het einde van ons gesprek praten we nog wat over de voor- en nadelen van videocalls. En dan doet Seppe plots iets geks. “Ik probeer altijd - en ik ben dat nu vergeten, mijn excuses daarvoor, maar ik ga er meteen werk van maken - een komisch momentje in een gesprek te steken.” Waarop hij heel even een gele en oranje markeerstift tegen zijn oren houdt, alsof aan elke kant zo’n stift uit zijn oor komt. “Onlangs heb ik in een gesprek allemaal vakantiehoedjes opgezet. Dat brengt wat vreugde. Ik vind dat belangrijk. Het is allemaal al vermoeiend genoeg.”
