Ga naar de hoofdinhoud

Je cookievoorkeuren - Stad Gent

Cookies accepteren helpt ons dit platform te verbeteren. Lees ons cookiebeleid.

Stad Gent Home
  • Home
  • Over
  • Veelgestelde vragen

Gentse R.

Lid sinds 2 juni 2021

Alle bijdrage die door deze deelnemer zijn ingediend

Er zijn 24 projecten beschikbaar.
Populair ideeën zijn geladen.

Veerkrachtig wandelen doorheen de Dampoortwijk - Tulay

Gentse R.•5 jaar geleden Het is alom bekend: de Dampoortwijk is een warme en superdiverse volkswijk. En dat kan je zélf ondervinden tijdens deze verhalenwandeling! Maak aan de hand van audiogetuigenissen kennis met diverse wijkbewoners én ontdek intussen tal van ontmoetingsplaatsen in de wijk. Net zoals iedereen kent elke wijkbewoner vreugde en tegenslagen. Luister naar het verhaal van Christine, Erna, Hakan, Klara, Mike, Metin, Nuray, Roger, Valerie en Tulay. Ze vertellen openhartig hoe ze met vallen en opstaan hun leven uitbouwen in de Dampoortwijk. Beluister het fragment van Tulay.Opnames, bewerking en muziek: Joep Conjaerts.In de jaren 70 kwam Tulay op haar 18de vanuit Turkije naar de Dampoortwijk. Ze maakte er kennis met haar buren en met hun gewoontes en gebruiken. Na meer dan 40 jaar voelt ze zich nog altijd prima thuis in de wijk. Lees hieronder haar verhaal:"Ik ben Tulay Karaca, ik ben geboren in 1955. Ik ben al 47 jaar hier.Er was een park aan mijn huis in de Engelbert Van Arenbergstraat. Het was er leeg toen, mensen gooiden hun vuil daar. De Stad heeft daar bomen gepland en kijk nu hoe mooi groot deze zijn geworden.Ik woon sinds 1980 aan het Heilig Hartplein, daarvoor woonde ik dus in de Engelbert Van Arenbergstraat.18 jaar was ik toen ik naar België kwam.Ik ben in het 2e middelbaar gestopt met school. Niet omdat ik niet wou studeren. Ze wilden me niet alleen laten gaan en hebben me daarom niet laten verder studeren. Daarom was ik veel thuis en heb ik alles van het huishouden geleerd, het huisvrouw zijn.Toen ik 18 jaar was, kwam mijn toekomstige man op vakantie naar Turkije. Hij was ouder, maar toen ik hem zag was ik verkocht. Toen hij me een huwelijksaanzoek deed, ben ik erop ingegaan en zo ben ik naar hier gekomen. Mijn man was hier al meer dan 8 jaar, sinds 1964. We zijn in Turkije getrouwd, hebben daar ons trouwfeest gehad en daarna zijn we naar België gekomen. Je komt hier toe, het eerste wat je ziet is dat er veel verschil is tussen Emirdag en Gent.Het verschil was vooral dat je in Turkije meer groen hebt en er is meer ruimte. In Turkije, als je uit je woning stapt, heb je een grote tuin, een groot domein. Je hebt je vaste buren die je al vele jaren kent…Hier, sorry dat ik het zo zeg, vond ik de huizen klein…en de mensen vond ik niet zo sociaal. Ik heb zelf de mensen benaderd.De eerste keer dat ik terugging naar Turkije vroegen ze mij: ‘Waarvoor staat België bekend?' Mijn antwoord was: ‘de chocolade en frieten zijn heerlijk.’De eerste keer dat ik de woning van mijn man binnenstapte… je kwam onmiddellijk binnen: heel klein, naast het raam 2 stoelen, in een hoekje een tafel, een kachel, een kast en bij de deur een trap naar boven. Ik dacht dat het een wachtruimte was. Ik dacht mijn man is de auto gaan halen, hij gaat me straks naar ons huis brengen… Maar het bleek mijn woning te zijn.Mijn buren: rechts van mij woonde een oudere dame die waarschijnlijk rond de 70 zal zijn geweest, ouder dan ik nu. Aan de linkerkant waren de buren ook een stuk ouder. Iets verderop woonde een oudere meneer die moeilijk stapte, hij was nogal zwaar. Het waren allemaal mensen op leeftijd in mijn straat.Ze dronken 1 kopje koffie en aten een boterham met wat kaas, dat was hun ontbijt. Ik keek ervan op. Ze hadden een zoon of dochter met één kindje – die kwamen één keer in de week, brachten een stuk taart, bleven een uur, aten hun taartje op en dan waren ze weer weg. Maar zo hoort het niet, ik vond dat heel spijtig voor die oude mensen.Dus ja, ‘s morgens ging ik bij mijn buren langs om te checken of ze in orde waren. Dat hoort zo, zorg dragen voor de ouderen en je buren. Gewoon kijken of ze ok waren.Op een dag toen mijn buurvrouw de deur opende, had ze een kleine emmer met wat water en was zichzelf aan het ‘wassen’…Ik vroeg haar: was jij je zo? Ze antwoordde: Ja.Ook toen ik net in ons huis woonde, vroeg ik me af: Waar moeten we ons wassen? Er was geen badkamer, alleen een kleine toiletruimte, dat was het…Bij de Turken is het belangrijk dat je je vaak volledig wast. Mijn man had een grote wasteil en emmer gekocht. Ik vond dat goed genoeg.Ik ging bij mijn buren en nam de wasteil mee. Ze hadden allemaal wel een ketel op hun kachel en ik warmde het water op. Naast het toilet had je een kleine ruimte op het beton. Ik zette haar daar, op een stoel, en waste haar 1 keer per week volledig.Deze buurvrouw, die ik waste, had een naaimachine. Ik had dat niet, mijn huis was te klein. Ze heeft haar voorkamer opengesteld voor mij. Ik heb daar genaaid voor iedereen. Ik heb veel mensen geholpen. Met die naaimachine heb ik van alles gemaakt. In die kamer heb ik hoeslakens genaaid en gebreid... Het was zoals mijn thuis, ik kwam binnen en buiten wanneer ik wou. Die oudere dame was als een moeder voor mij.Mijn man had suikerziekte, dat is pas later ontdekt. Hij had heel veel schrik van de insulinespuit en is uiteindelijk verlamd geraakt. Volgens mijn geloof is dat de wil van God. Omdat de kinderen werkten bracht ik hem zelf naar het ziekenhuis.Hij werd vaak opgenomen. De zorgverleners bedankten me, omdat ze vonden dat ik goed voor hem zorgde. Ik heb dat met veel liefde gedaan. Het zorgstelsel en de ziekenhuizen waren héél goed. Wanneer het nodig was stonden ze voor je klaar. De verzorging was héél héél héél goed."Mijn buurvrouw had een naaimachine en stelde haar voorkamer open voor mij. Ik heb daar genaaid voor iedereen. Ik heb veel mensen geholpen. Het was zoals mijn thuis, ik kwam binnen en buiten wanneer ik wou. Die oudere dame was als een moeder voor mij."Onze huisarts was Dokter Smekens. Hij had een hart voor de mensen en hield van de Turken. Ik voelde me wel vrij snel thuis hier. Ik had mijn man hier en ik wou de mooie cultuur van de Belgen leren kennen: hun taal en cultuur leren kennen was leuk. Nee, ik had geen moeite om me hier thuis te voelen. Op dit moment vind ik dat beide culturen beter op elkaar aansluiten. Er is meer harmonie. In mijn tijd was dat niet het geval. Als je kijkt naar de kledingstijl, de reizen die de jongeren maken, de manier waarop ze elkaar helpen…Toen was dat niet zo, nu wel.Ze zijn al sinds hun kindertijd bij elkaar, ze studeren samen en kennen de taal. Zo komen ze dichter bij elkaar. Dat is volgens mij de reden.Dit verhalenproject kwam er dankzij steun van Samen aan Zet (Stad Gent) en is een initiatief van Wijkgezondheidscentrum Kapellenberg in samenwerking met Dienst Ontmoeten en Verbinden Dampoort/Sint-Amandsberg en enkele stadsdiensten.Praktische info: • Vraag vanaf juli een wandelkaart bij Buurtwerk Dampoort of bij het Wijkgezondheidscentrum Kapellenberg en ga op pad. Of bekijk hier de online wandelkaart. • Bepaal zelf hoe lang of hoe ver je wandelt, alleen of in groep. • Benodigdheden: een smartphone, internet (4G) en eventueel een koptelefoon.

Veerkrachtig wandelen doorheen de Dampoortwijk - Nuray

Gentse R.•5 jaar geleden Het is alom bekend: de Dampoortwijk is een warme en superdiverse volkswijk. En dat kan je zélf ondervinden tijdens deze verhalenwandeling! Maak aan de hand van audiogetuigenissen kennis met diverse wijkbewoners én ontdek intussen tal van ontmoetingsplaatsen in de wijk. Net zoals iedereen kent elke wijkbewoner vreugde en tegenslagen. Luister naar het verhaal van Christine, Erna, Hakan, Klara, Mike, Metin, Nuray, Roger, Valerie en Tulay. Ze vertellen openhartig hoe ze met vallen en opstaan hun leven uitbouwen in de Dampoortwijk. Beluister het fragment van Nuray.Opnames, bewerking en muziek: Joep ConjaertsNuray ontdekte tijdens haar studies dat veel kinderen uit de buurt wel wat extra ondersteuning bij hun huiswerk konden gebruiken. En dus organiseerde ze zelf passende huistaakbegeleiding. Lees hierna het verhaal van Nuray:Ik ben Nuray en ik woon in de Machariuswijk. Ik ben mede-oprichter en begeleider van de ‘huistaakklas op maat’ in het Scheldeoord. Ik heb sociaal werk gestudeerd aan de HoGent en ik werk bij het OCMW. Ik heb een hart voor de buurtbewoners. Ik ben sociaal geëngageerd. Ik sta telkens ook op voor rechtvaardigheid maar ook gelijkheid in de buurt. Ook gehoor geven aan de buurtbewoners vind ik interessant.Ik was al vrijwilliger in een andere vereniging en ik gaf ook huistaakbegeleiding aan kinderen met een migratie-achtergrond. In verschillende wijken dus niet specifiek in één wijk. Maar wat ik heb ontdekt, is dat ouders en kinderen mij vaak een hand aanreikten. Ze wilden bijvoorbeeld vragen stellen rond opvoedingsondersteuning of extra hulp bij schooltaken krijgen. En uiteindelijk dacht ik: oké, we moeten hier in het Scheldeoord iets doen. Omdat er heel veel schoolverlaters waren maar ook heel veel senioren én een contrast tussen de kinderen en de senioren. En toen dachten we: we kunnen de huistaakbegeleiding gebruiken als een brug naar welzijn. En uiteindelijk hebben we huistaakbegeleiding gebruikt als een middel om de buurtbewoners meer te betrekken en meer te bereiken. Dus om te werken aan de sociale cohesie in de wijk.We maakten huistaakbegeleiding toegankelijk voor alle buurtbewoners. Iedereen van het 1ste tot het 6de leerjaar mocht er eigenlijk naartoe komen. Vooral kinderen met een migratie-achtergrond of kinderen die in een maatschappelijk kwetsbare situatie leefden. Maar ook gezinnen, ouders, hangjongeren, rolmodellen, vrouwen uit de wijk … Iedereen was welkom in de huistaakklas.Dus nu zijn we bezig: we geven digitale sessies, digitale begeleiding. Wij proberen elke week samen te zitten met de kinderen. De begeleiders spelen ook telkens in op hun noden en hun verhalen. Dus we denken niet: oké, het is nu 13.30 uur, we gaan huistaakbegeleiding geven tot 15.30 uur en dan is het gedaan. Want dat is voor mij geen sterke huistaakbegeleiding. Huistaakbegeleiding moet op maat zijn en procesmatig gebeuren en er moet telkens ingespeeld worden op de signalen.De ene keer zal dat een drugsproblematiek zijn, de andere keer agressieproblemen, grensoverschrijdend gedrag, pestgedrag maar ook contexten rond opvoedingsondersteuning. Dus niet enkel traditionele werkingen maar ook andere thema’s in het licht zetten. Zoals intra-familiaal geweld of andere zaken.Ik ben geboren in Oudenaarde. Dan ben ik naar hier gekomen, naar de Machariuswijk. Ik ben een paar jaar naar De Vlieger geweest. Daarna ben ik wel naar het katholiek onderwijs geweest. En dat was in Sint-Bavo, zowel basisonderwijs als humaniora. En daar kreeg ik ook specifiek aangeleerd: respect hebben voor verschillende culturen. En niet denken: ja, ik geloof in de Islam dus ik heb één geloofsovertuiging en ik moet enkel mijn eigen geloof respecteren. Ik denk dat het belangrijk is dat we kunnen zeggen: we zijn allemaal eigenlijk één. En dat is belangrijk. En in mijn onderwijs en mijn opleiding heb ik dat altijd meegekregen, je moet respect hebben voor elkaar.Na mijn 3de middelbaar ben ik naar het Sint-Franciscusinstituut geweest. Dat was dan in Melle. Dat was ook katholiek onderwijs. Daar heb ik jammer genoeg wel ervaren wat pesten was, wat discrimineren was. Ik had klasgenoten die in mijn gezicht spuwden. Die zeiden tegen mij dat ik een Turk was en dat ik moest luisteren naar hen. En op dat ogenblik heb ik - en ik ben daar wel héél erg trots op - nooit maar nooit iemand anders gekleineerd. Ik heb altijd respect gehad voor mijn medestudenten. Ik huilde vaak, ik was vaak ook alleen maar ik heb altijd iedereen gerespecteerd.Op dat ogenblik besef je dat je op een dag het maatschappelijk verschil wil maken. Omdat je vindt: dit kan niet! Je wil dan wel het juiste tonen en ik heb daar altijd wel geduld voor gehad. En ik denk dat ik dat ook wil meegeven, aan de meeste jongeren met een migratie- achtergrond: jullie tellen ook mee! Ook al maken jullie nog altijd lidwoordfouten en denken jullie ook eens in het Turks na of iets anders. Wat maakt het uit in welke taal we spreken? Het maakt uit waarin we samen komen en dat vind ik gewoon superbelangrijk. Als we geen respect kunnen hebben voor elkaar, voor de gemeenschap dan denk ik dat we ook geen zorg kunnen dragen voor de buurt en voor elkaar. Of solidair met elkaar kunnen omgaan.Ik wil die kinderen die dan extra kwetsbaar zijn, een beetje als rolmodel, aantonen: laat je niet ontmoedigen. Want ik denk wel dat er bij 1 op 3 meestal sprake kan zijn van pestgedrag, discriminerend gedrag of iets anders. Omdat je een andere huidskleur, een andere kleur van ogen of een andere vreemde naam hebt. Waarom worden die leerlingen met een vreemde naam doorverwezen naar een andere opleiding? Ik heb het zelf ook meegemaakt in de tijd. Ik had dezelfde resultaten als een klasgenoot en hij kreeg wel de kans voor een herexamen, ik niet. Dit is de waarheid. Hierover moet gesproken worden! Dit is de waarheid.In het onderwijs is er anno 2021 nog altijd sprake van etnische segregatie! De kinderen die uit de sociale blokken komen, moesten vorig jaar tijdens de coronaperiode (toen het heel moeilijk was en bijna de helft geen laptop had) bijna allemaal hun jaar opnieuw doen. Zelfs kinderen van het 3de kantoor, dat is gewoon een opleiding in het beroepssecundair onderwijs, werden plots doorverwezen naar het buitengewoon onderwijs!? En wij moesten dan onze nek even uitsteken om te zeggen: hey, dat kan hier niet! Dat is wel een enorme ervaring voor een kind. En op dat ogenblik hebben wij daar, vind ik, wel een verschil in kunnen maken."In deze wijk maakt het echt niet uit wat je politieke overtuiging is, wat je geloofsovertuiging is. Ik denk dat het belangrijk is dat we gewoon kunnen inzien: waar komen wij overeen en waar kunnen we samen het verschil maken? Het grootste verschil hebben wij gemaakt toen we de kinderen hun stem wilden laten horen. En het ons effectief gelukt is! We hebben een film gemonteerd. We hebben geprobeerd om het hoorbaar te maken, door die belangrijke actoren te betrekken.En ik ben eigenlijk die belangrijke actoren ook heel dankbaar. Zoals de wijkregisseurs en de buurtwerkers in de wijk maar daarnaast ook bijvoorbeeld de Schepen van Gelijke Kansen. Ze kwam langs op één van onze activiteiten. We hadden een uitnodiging gestuurd en ik vond dat wel sterk dat ze eens langskwam. Hetzelfde voor de Schepen van Onderwijs. Politiek kan pas sterk zijn als die verschillende partijen samenwerken. En dat vind ik gewoon heel krachtig om te zien. In deze wijk maakt het echt niet uit wat je politieke overtuiging is, wat je geloofsovertuiging is. Ik denk dat het belangrijk is dat we gewoon kunnen inzien: waar komen wij overeen en waar kunnen we samen het verschil maken?En ik denk, omdat die signalen soms zijn doorgenomen in het beleid, er effectief wel verschil is geweest. Want er kwam dan plots een vacature, door de Stad gesubsidieerd, om een jeugdwelzijnswerker in de wijk Scheldeoord te laten starten. En die is er nu. Dat was een grote noodzaak en nu is die er.Vroeger passeerde ik aan die blokken in het Scheldeoord. Ik dacht altijd: zulke mooie blokken, woooww! Ik dacht zelfs: dat is hier een elitewijk. Ik heb nooit gedacht dat ik daar huistaakbegeleiding zou geven. Dat één van de hoogste cijfers van schoolverlaters van het Scheldeoord zou zijn. Ik zou dat nooit geweten hebben. Dat er in de blokken heel veel kinderen zijn, die in erge woonomstandigheden leven. Dat er bijna overal vochtproblemen zijn, schimmelproblemen en andere erge zaken.Wat ik in de wijk en in de blokken ervaren heb, zal voor mij altijd in mezelf blijven bestaan. Ik vind dat heel erg belangrijk.Dit verhalenproject kwam er dankzij steun van Samen aan Zet (Stad Gent) en is een initiatief van Wijkgezondheidscentrum Kapellenberg in samenwerking met Dienst Ontmoeten en Verbinden Dampoort/Sint-Amandsberg en enkele stadsdiensten.Praktische info: • Vraag vanaf juli een wandelkaart bij Buurtwerk Dampoort of bij het Wijkgezondheidscentrum Kapellenberg en ga op pad. Of bekijk hier onze online wandelkaart.• Bepaal zelf hoe lang of hoe ver je wandelt, alleen of in groep. • Benodigdheden: een smartphone, internet (4G) en eventueel een koptelefoon.

Veerkrachtig wandelen doorheen de Dampoortwijk - Christine

Gentse R.•5 jaar geleden Het is alom bekend: de Dampoortwijk is een warme en superdiverse volkswijk. En dat kan je zélf ondervinden tijdens deze verhalenwandeling! Maak aan de hand van audiogetuigenissen kennis met diverse wijkbewoners én ontdek intussen tal van ontmoetingsplaatsen in de wijk. Net zoals iedereen kent elke wijkbewoner vreugde en tegenslagen. Luister naar het verhaal van Christine, Erna, Hakan, Klara, Mike, Metin, Nuray, Roger, Valerie en Tulay. Ze vertellen openhartig hoe ze met vallen en opstaan hun leven uitbouwen in de Dampoortwijk. Beluister het fragment van Christine.Opnames, bewerking en muziek: Joep Conjaerts.Christine verloor in 2020 haar echtgenoot. Bij de rustgevende begraafplaats van Campo Santo vindt ze troost en kracht. Ondanks haar verdriet blijft Christine zich engageren voor de buurt.Lees hierna het verhaal van Christine:"Ik ben Christine Jacobs en ik woon in Sint-Amandsberg, in de Spijkstraat. Ik ben 63. Ik heb 4 schatten van kinderen. Spijtig genoeg zie ik ze niet veel want de meeste zitten in het buitenland of zitten verder van hier. Ik heb twee dochters: één is verzorgende, de ander is IT-er. Ik heb een chefkok in Bali en ik heb een zoon die fotograaf is en ook een foodtruck heeft in Frankrijk.En ik heb 8 schatten van kleinkinderen.Ik ben lid van een zeer actieve bewonersgroep ‘De Brikoleurs’, die in het begin als creagroep gestart is. Wij hebben ook redelijk wat hulp gehad van ‘t Stad via Wijk Aan Zet en nadien zijn we met sponsors op ons eigen begonnen. De bedoeling van deze groep is wel dat ‘alles van inkomsten terug naar Sint-Amandsberg moet vloeien’. Dus alles wat we verdienen tijdens de activiteiten, pompen we terug in andere projecten. Dat is onze bedoeling.Wij organiseren maandelijks, als dat kan natuurlijk, bingo en dan hebben we ons jaarlijks sinterklaasfeest en ook ons paasfeest. We hopen in de toekomst een kleine rommelmarkt te doen.We hebben dat al eens geprobeerd en dat lukte vrij aardig.Ik heb supervrijwilligers: onze Dirk, ons Linda, mijn broer Ronny, Johnny, Isabelle en ik. Cindy niet te vergeten! Dat is echt een hechte groep, we weten dat we op elkaar kunnen rekenen en dat is vooral nodig in zo een groep.De Dampoortwijk vind ik een enorm solidaire wijk. Je hebt de gaten aan de Dampoort en als ik daaronder kom dan zeg ik: ik kom thuis, ik kom op mijn plek waar ik thuis hoor. Ik heb in het verleden ook wel in Gent gewoond maar niemand kent er iemand, bij wijze van spreken. Je bent er echt een anoniem persoon. Hier in Sint-Amandsberg heb ik dat niet. Ik moet constant lopen zwaaien als ik op straat kom en als ze kunnen helpen … Onlangs ben ik gevallen, de hulp die ik dan gekregen heb! En dat was ’s avonds. Dat is echt wel hartverwarmend.Er is ook een goed initiatief dat ik toch eens in de verf wil zitten. Dat komt van de mensen die Boerenmarkten organiseren hier in Gent. We hebben er ook één in de Spijkstraat en die hebben nu een soort Buurthuis gemaakt. Dat is super hetgeen dat daar ook gedaan wordt voor de mensen. En ook de Boerenmarkt mag wel eens vermeld worden. Als je gezond wil leven, moet je wel naar de Boerenmarkt!"Je hebt de gaten aan de Dampoort en als ik daaronder kom dan zeg ik: ik kom thuis, ik kom op mijn plek waar ik thuis hoor." Wat ik ook nog wil vermelden, zijn de mensen van de voedselbank. Want ik ga naar de voedselbank, ik heb het echt niet breed. En ja, moesten die er allemaal niet zijn: SIVI, het kledingwinkeltje enz.Die mogen allemaal wel eens vernoemd worden en die mensen mogen in de bloemetjes gezet worden.16 jaar heb ik een partner gehad: Jacques, die ik ongelooflijk graag zag. Dat was een rasechte Sint-Amandsbergenaar. Die is trouwens thuis in de Waterstraat geboren. En hij ligt hier een beetje verder begraven. Hij is dus geboren en begraven in Sint-Amandsberg. Hij is vorig jaar 6 april overleden in het midden van de coronaperiode.We zijn hier op Campo Santo, omdat Jacques hier begraven ligt en omdat ik me dan het dichtst bij hem voel. En ik voel me echt wel geïnspireerd door hem want hij heeft mij heel veel bijgebracht. Ook de kalmte op sommige momenten. En ik vind het hier een rustige plaats om een gesprek te voeren. Er is niks mis met een begraafplaats om een gesprek te voeren.Als ik hem bezoek, ga ik meestal zijn graf een beetje netjes maken en soms een bloemetje plaatsen als dat nodig is. En dan kom ik hier op de bank zitten, dan zit ik hier toch gerust een half uur of drie kwartier. En dan rook ik. Ik rook wel en ik weet het: héél ongezond maar ja… Ik ga proberen te stoppen op 6 april. Spijtig genoeg is het dan één jaar geleden dat hij overleden is. Dan ga ik hem beloven dat ik ga stoppen voor mijn gezondheid. Ik rook hier één sigaret voor mezelf, één voor hem en dan nog één voor ons beiden.Ik heb Jacques echt leren kennen, hier op een evenement trouwens! Het grastapijt door de kunstenaar De Coninck, maar ik weet zijn voornaam niet meer. En dat was hier in de Halvemaanstraat en er werd overal gras gelegd. En zo heb ik Jacques leren kennen. Want hij deed de kinderanimatie en ik deed de cocktailbar. Hij zocht iemand: hij was tovenaar voor de kinderen en hij zocht een heks. Dus ik moest niet veel moeite doen (lacht). En hij heeft me dat dan gevraagd en dan hebben we samen dat project gedaan. In ruil moest hij wel eerst mijn cocktails proeven of ze wel goed waren. En zo hebben we feitelijk elkaar leren kennen. De mensen die ons kennen, kennen ons als het pelouze-koppel.Als ik nog één ding zou mogen zeggen over Sint-Amandsberg, zeker in tijden zoals nu: alsjeblief mensen, maak niet te veel ruzie. We gaan elkaar nog héél hard nodig hebben, echt waar. Als ik sommige mensen zie, dat ik zeg: je hebt hier maar een tijd te lopen, hierrond zie je het mooiste bewijs. En elke dag kan feitelijk uw laatste zijn. En als je dan in ruzie uit elkaar gaat, wat dan?Ik heb zoiets van: kom overeen, vorm een echte groep en ga er allemaal SAMEN voor! Want de ene daar en de andere daar, daar gaat het echt niet mee lukken, echt niet."Het artikeltje over de halvemaanstraat Jan De Coninck en zijn pelouzeDit verhalenproject kwam er dankzij steun van Samen aan Zet (Stad Gent) en is een initiatief van Wijkgezondheidscentrum Kapellenberg in samenwerking met Dienst Ontmoeten en Verbinden Dampoort/Sint-Amandsberg en enkele stadsdiensten.Praktische info: • Vraag vanaf juli een wandelkaart bij Buurtwerk Dampoort of bij het Wijkgezondheidscentrum Kapellenberg en ga op pad. Of bekijk hier de online wandelkaart. • Bepaal zelf hoe lang of hoe ver je wandelt, alleen of in groep. • Benodigdheden: een smartphone, internet (4G) en eventueel een koptelefoon.

Veerkrachtig wandelen doorheen de Dampoortwijk - Hakan

Gentse R.•5 jaar geleden Het is alom bekend: de Dampoortwijk is een warme en superdiverse volkswijk. En dat kan je zélf ondervinden tijdens deze verhalenwandeling! Maak aan de hand van audiogetuigenissen kennis met diverse wijkbewoners én ontdek intussen tal van ontmoetingsplaatsen in de wijk. Net zoals iedereen kent elke wijkbewoner vreugde en tegenslagen. Luister naar het verhaal van Christine, Erna, Hakan, Klara, Mike, Metin, Nuray, Roger, Valerie en Tulay. Ze vertellen openhartig hoe ze met vallen en opstaan hun leven uitbouwen in de Dampoortwijk. Beluister het fragment van Hakan.Opnames, bewerking en muziek: Joep ConjaertsOntmoet Hakan, de deken van de Dendermondsesteenweg. Een warme man met een groot hart, niet alleen voor de middenstand maar voor iedereen in de wijk. Buurtbewoners kunnen met allerlei vragen bij hem terecht.Lees hierna het verhaal van Hakan:Goeiedag!Ik ben Hakan Karaca. Ik ben in Gent geboren en hier ook naar school geweest.Mijn vader is in ‘64 gekomen. Ik ben in ‘75 geboren. Ik ben geboren en opgegroeid in de Engelbert van Arenbergstraat. We zijn verhuisd naar het Heilig Hartplein waar mijn ouders wonen.Ik ben gehuwd en ik ben naar de Dendermondsesteenweg verhuisd. We waren altijd in de buurt. Het is niet dat we naar ergens anders gegaan zijn, van Dampoort en terug…nee, nee, nee we waren hier!Belgische mensen kennen mij, Turkse mensen kennen mij, dus iedereen kent mij. Ik werk momenteel, nog altijd, in een textielfabriek. 25 jaar bijna. En ik ben ook Deken van de Dendermondsesteenweg, Sint-Amandsberg.Je hebt de sociale dekens en je hebt de commerciële dekens. Ik ben een sociale deken. Ik ben ook voor het commerciële, dus het is voor alle twee maar het meeste voor het sociale. Dat is zo omdat ik hier met de mensen veel actiever ben. Ik ben sociaal tussen de mensen, het maakt niet uit wie het is: dat mag een handelaar zijn, het mag een gewone bewoner zijn. Als ze vragen hebben of als ze een oplossing willen, dan komen ze bij mij.Ik ben hier opgegroeid, de mensen ken ik van kleins af. En zij kennen mij. Ik ben dus een gewone arbeider: ik ging werken en ik kwam terug na mijn werk. Maar ik was niet onder de mensen want je hebt een nieuw huis gekocht, je moet van alles doen… Ik was een beetje meer de drukke persoon, bezig met zijn werk. Na een tijdje heb ik gezegd: ik ga mijn vrije tijd ook gebruiken voor iets anders. De meeste mensen gaan voetballen of gaan op café. Ik zei: ik ga tussen de Belgische mensen gaan. Ik ga daar wat meer tijd insteken, kijken wat we kunnen doen.Mijn moeder heeft mij hiervoor een beetje gepusht: ga de mensen wat helpen, ga onder de mensen. Als er iets is, help die mensen. Ga een beetje socialer zijn.Ik ben hier opgegroeid dus ik zag hoe het hier was vóór mij: de dekenijen, de feesten, de braderijen, de rommelmarkten... En ik zag de nationaliteiten die hier waren: de Marokkaanse, Turkse, Bulgaarse enz. Die waren niet zo mee, die waren effectief niet mee. Sommigen kenden de taal niet maar sinds ik hier Deken ben geworden, gebruiken de mensen mij als tussenpersoon als ze vragen hebben. Dan kunnen ze makkelijker vertellen.Ik ben de tussenpersoon tussen de bewoners hier en de stadsdiensten, dus een spreekbuis. Wat ik leuk vind, is de mensen helpen. De mensen die vragen hebben en de mensen die iets nodig hebben. Naar waar ze moeten gaan of wat ze moeten doen. En als er mensen zijn met veel vragen, dan help ik gewoon mee. Dat is gewoon een sociale Deken zijn: we staan open voor iedereen. We zijn niet van een partij, het is niet van links, rechts, groen of geel (lacht). We zijn dat niet hé… Het is gewoon: alles wat van Stad Gent uitkomt, dan doen we dat. We lichten de mensen altijd in. Voor mij is het ‘t voornaamste dat ik ook in mijn taal kan informeren.‘Propere Pierkes’ bijvoorbeeld, om onze wijk proper te houden. Dan ben ik bij de mensen langs geweest om te vragen: willen jullie ons ook helpen? Mocht onze wijkregisseur alleen gaan dan zou het moeilijker zijn. Maar als ik meega naar de mensen die anderstalig zijn, dan hebben ze respect voor mij en vertel ik hen hoe het moet.We hebben de derde week van juni altijd een braderijfeest, een rommelmarkt en die zit bomvol. De laatste jaren werkt het buurtcentrum ook met me mee tijdens de dekenijfeesten en de rommelmarkten. De mensen en de vrijwilligers. En dat is tof en gezellig dat de buurt ook nog iets heeft en dat het nog een beetje leeft. We organiseren ook de Ramadanfeesten: vasten verbreken ’s avonds. Dan komen alle mensen uit de buurt: het zijn niet enkel moslims, het zijn christenen, moslims, boedhisten... Iedereen die in de wijk woont, mag komen voor een vastenmaaltijd. Het is zonder inschrijving, iedereen is welkom. En ik heb altijd reserve-eten klaar staan, we hebben genoeg eten voor onze vastenavond.Tijdens de infoavond stak ik mijn vinger op en zei: "Ik ben van de Dendermondsesteenweg in Sint-Amandsberg en ik zou graag hebben dat ook onze steenweg verlicht is. En sedertdien hebben we kerstverlichting en is iedereen blij."Drie jaar geleden had iemand sjaals gebreid, 50-60 nieuwe sjaals. Ze vroeg me of ze die aan mij mocht afgeven, zodat ik die sjaals aan de mensen die het nodig hebben, kon geven. Alles ging naar de daklozen, ze kregen allemaal een sjaal tijdens de winter.In 2012 ben ik naar hier verhuisd en we hadden geen kerstverlichting. Het was hier zo donker, bijna 10 jaar hadden we niets van kerstverlichting. Dus dat kon niet, want er moest hier sfeer zijn! Ik heb me dan geïnformeerd en er was toen een infoavond door de Stad Gent. Ik heb gezegd: ik ga mezelf daar inschrijven en ik ga zelf gaan! Dus ik ben dan geweest, ik stak mijn vinger op en ik zei: ik ben van de Dendermondsesteenweg Sint-Amandsberg en ik zou graag hebben dat ook de Dendermondsesteenweg verlicht is. En sedertdien hebben we kerstverlichting dus héél de straat is in kerstsfeer (blij). Elk jaar zorgt de Stad Gent ervoor dat we ook wat sfeer hebben!De wijk waar ik nu ben, is mijn plaats: Dendermondesteenweg Sint-Amandsberg.Dit verhalenproject kwam er dankzij steun van Samen aan Zet (Stad Gent) en is een initiatief van Wijkgezondheidscentrum Kapellenberg in samenwerking met Dienst Ontmoeten en Verbinden Dampoort/Sint-Amandsberg en enkele stadsdiensten.Praktische info: • Vraag vanaf juli een wandelkaart bij Buurtwerk Dampoort of bij het Wijkgezondheidscentrum Kapellenberg en ga op pad. Of bekijk hier de online wandelkaart.• Bepaal zelf hoe lang of hoe ver je wandelt, alleen of in groep. • Benodigdheden: een smartphone, internet (4G) en eventueel een koptelefoon.

Veerkrachtig wandelen doorheen de Dampoortwijk - Erna

Gentse R.•5 jaar geleden Het is alom bekend: de Dampoortwijk is een warme en superdiverse volkswijk. En dat kan je zélf ondervinden tijdens deze verhalenwandeling! Maak aan de hand van audiogetuigenissen kennis met diverse wijkbewoners én ontdek intussen tal van ontmoetingsplaatsen in de wijk. Net zoals iedereen kent elke wijkbewoner vreugde en tegenslagen. Luister naar het verhaal van Christine, Erna, Hakan, Klara, Mike, Metin, Nuray, Roger, Valerie en Tulay. Ze vertellen openhartig hoe ze met vallen en opstaan hun leven uitbouwen in de Dampoortwijk. Beluister het fragment van Erna.Opnames, bewerking en muziek: Joep ConjaertsErna is een kunstminnende vrouw die al jarenlang in de Kunstenaarstraat woont. Ze voelt zich goed thuis in de buurt en engageert zich voor allerlei projecten. Maar Erna komt pas echt tot rust tijdens haar wekelijkse wandelingen in de Rozenbroeken.Lees hierna het verhaal van Erna:Dag iedereen!Ik ben Erna, ik ben geboren in Borgerhout. Dat is Antwerpen, voor de Gentenaars die dat niet weten. Maar door omstandigheden is mijn vader overgeplaatst en zijn we naar Sint-Amandsberg verhuisd. Samen met mijn broers en zussen woon ik sindsdien op 't Heilig Herte, zoals ze zeggen in 't Gensch.Vroeger zeiden de katholieken, mijn moeder en zo: niets doen, is het oorkussen van de duivel!De luiheid. Maar nee nee, dat laten we niet gebeuren. Wij gaan op zondag gaan wandelen.Ja, wandelen!Vroeger, als kind, had ik daar een gloeiende hekel aan want zondag was wandeldag van moeke en vake en de kinderen. Hier int Gensch is dat pa en ma en de kleine gasten, woar. Wij gingen dus de zondag wandelen. En dan vertrokken wij richting Rozebroeken.En waarom heet dat nu de Rozebroeken? Omdat daar een riviertje, een beekje loopt, nog altijd als het niet droog staat. Dat heet de Rozebroeken. Toen stond er geen sportcomplex, en ja…het was wat het was. De natuur, het stinkend beekje soms … en dan werd er een ommetoertje gedaan. Maar goed, dat is mijn jeugdherinnering.En ik heb de Rozebroeken, nu ik weduwe geworden ben, terug ontdekt. Vroeger was de zondagnamiddag kaartnamiddag. Dan gingen we wiezen. Maar ja, daarvoor moet je met 4 zijn.Maar ja, de dingen veranderen en dus moet je je aanpassen. Dus werd mijn zondagnamiddag een wandeling door de Rozebroeken. En dan liefst als het niet al te best weer is omdat er dan niet al te veel volk rondloopt."Er is in heel het bos één boom die mijn hart wegdraagt. En elke zondag, op elke wandeling die ik doe, ga ik daar voorbij en groet ik die. Nu niet zo uitgebreid hé, ik denk niet dat iemand het ooit ziet. Maar ik ben altijd zo content dat die er nog staat."Het mooiste aan de Rozebroeken is, vind ik, de stilte die je daar nog kan ervaren. En als het daar dan muisstil is, dan is het niet muisstil want dan hoor je het roodborstje, de meesjes en met een beetje geluk hoor je dan ook de eekhoorn. Want er zitten er, ze knagen. Er staan bomen, in de zomer vind je er braambessen. Er staan soms bloemekes. Er staat nog een seringenboom die zo heerlijk kan geuren en ja, het is een stukje natuur, vlakbij Gent. Zaaalig!Er is in heel het bos één boom die mijn hart wegdraagt. En elke zondag, op elke wandeling die ik doe, ga ik daar voorbij en groet ik die. Nu niet zo uitgebreid hé, ik denk niet dat iemand het ooit ziet. Maar ik ben altijd zo content dat die er nog staat. Dat die majestueus is want het is, denk ik, één van de dikste bomen die je daar in de buurt vindt. En dat die nog altijd groeit. Je ziet hem leven… en daar ben ik zo dankbaar voor dat die daar staat en dat ik kan zeggen: hoi boom, jij bent daar maar ik ben er ook nog, gelukkig maar.Ik ben vrijwilliger bij De Pastory en ook op de markt en bij de uitleendienst en bij …. zoveel dingen. Omdat ik dat dus graag doe. Alleen een glimlach toveren op een gezicht van iemand anders, dat is de rijkdom.Eigenlijk komt het erop neer dat je rugzakken overpakt. Als je iemand ziet die bezwaard is en je vraagt: hey, hoe is het? Je begint zo onrechtstreeks: niet uitvragen, niet omdat je het absoluut wil weten maar om die mens de kans te geven om dat eens te kunnen zeggen. En als die dat heeft kunnen zeggen, dan is die verlicht. De rugzak is er eventjes naast gezet.Ik ben alcoholieker maar ik sta al 15 jaar droog. Ik maak daar geen geheim van. En ik heb in Sint-Camillus gezeten met mijn verslaving. En dat was bij een psycholoog en die heeft dus het voorbeeld van de rugzak aangehaald. En die heeft mij ooit eens gezegd: Erna, uw rugzak is te zwaar, je moet hem leren afzetten. En vandaar is dat waarschijnlijk blijven hangen. Als je tegen iemand dan kunt zeggen: kom, ik zal uw rugzak efkes dragen. Versta je?De psychiater zei: het is een minuut voor twaalf. Ik was op weg om mezelf dood te drinken. Als je dan net op tijd de kans hebt gekregen om aan de noodrem te trekken en om geholpen te worden ... Awel, dan moet je teruggeven.Enfin, ‘moeten’ .. Ik geef dat graag terug aan de natuur, die zo onverbiddelijk is. Maar af en toe dus toch mensen de kans geeft: jij moet hier nog een beetje blijven, een beetje overleven en een beetje vriendelijk zijn tegen de mensen! En dat doen we dan hé… Dit verhalenproject kwam er dankzij steun van Samen aan Zet (Stad Gent) en is een initiatief van Wijkgezondheidscentrum Kapellenberg in samenwerking met Dienst Ontmoeten en Verbinden Dampoort/Sint-Amandsberg en enkele stadsdiensten.Praktische info: ·       Vraag vanaf juli een wandelkaart bij Buurtwerk Dampoort of bij het Wijkgezondheidscentrum Kapellenberg en ga op pad. Of bekijk hier onze online wandelkaart.·       Bepaal zelf hoe lang of hoe ver je wandelt, alleen of in groep. ·       Benodigdheden: een smartphone, internet (4G) en eventueel een koptelefoon.

Veerkrachtig wandelen doorheen de Dampoortwijk - Metin

Gentse R.•5 jaar geleden Het is alom bekend: de Dampoortwijk is een warme en superdiverse volkswijk. En dat kan je zélf ondervinden tijdens deze verhalenwandeling! Maak aan de hand van audiogetuigenissen kennis met diverse wijkbewoners én ontdek intussen tal van ontmoetingsplaatsen in de wijk. Net zoals iedereen kent elke wijkbewoner vreugde en tegenslagen. Luister naar het verhaal van Christine, Erna, Hakan, Klara, Mike, Metin, Nuray, Roger, Valerie en Tulay. Ze vertellen openhartig hoe ze met vallen en opstaan hun leven uitbouwen in de Dampoortwijk. Beluister het fragment van Metin. Opnames, bewerking en muziek: Joep ConjaertsMetin is een 61-jarige kunstenaar en een trotse familieman. Fier vertelt hij over zijn concerten, zijn lessen langhals-luit, zijn leerlingen en zijn gezin. Maar ook over de hindernissen die hij tijdens zijn leven moest nemen.Lees hierna het verhaal van Metin:"Mijn naam is Metin Toplar, ik ben 61 jaar.Ik ben bijna 30 jaar in België en sinds een auto-ongeluk van 6 jaar geleden, leef ik op deze manier: gekluisterd aan mijn rolstoel.De naam van de straat waar ik woon, vind ik héél mooi: Kunstenaarstraat. Ik woon hier ongeveer 30 jaar. Ik ben namelijk zelf kunstenaar. Ik ben muzikant, beeldhouwer, ik teken en schilder… De naam van mijn straat past dus perfect bij mij. Ik ben getrouwd in Turkije op 27-jarige leeftijd. Dat is ondertussen al 35 of 36 jaar geleden. Ik werkte als vertegenwoordiger in een pharmabedrijf. Op een dag ben ik naar hier gekomen voor een vergadering en ben toen blijven plakken. Sindsdien woon ik hier.Wat betreft mijn kinderen: mijn eerste kind is mijn dochter. Ze is geboren in Turkije en ze is op 5-jarige leeftijd naar hier gekomen. Mijn dochters naam is Merve. Ze studeert psychologie en is een heel ambitieuze madam.Mijn beide zonen zijn hier geboren. Mijn oudste zoon werkt bij Brussels Airlines als cabineverantwoordelijke en de jongste, die studeert nog.Op dit moment hebben we het hier goed. We wonen nog allemaal samen en dat vind ik héél belangrijk. We proberen bij elkaar te blijven en we zullen zien wat de toekomst brengt…"Toen ik hier kwam, heb ik gemerkt dat er bijna geen verenigingsleven was. Ik vond dit een groot gebrek. Ik heb toen mijn eerste vereniging zelf opgericht: Özdil, vernoemd naar mijn leerkracht."Over mijn studenten en mijn muziek kan ik het volgende vertellen: ikzelf heb een lesgever gehad in Turkije, het was een goeie leerkracht. Hij was een van de oprichters van TRT Radio en Televisie, Recai Özdil.Toen ik hier kwam, heb ik gemerkt dat er bijna geen verenigingsleven was. Ik vond dit een groot gebrek. Ik heb toen mijn eerste vereniging zelf opgericht: Özdil, vernoemd naar mijn leerkracht. Daar heb ik jongeren bijeen kunnen brengen. Ik ben mijn leraar daar nog altijd dankbaar voor.Omdat hij met pensioen was, bracht ik hem naar hier. Hij is toen 6 of 7 maanden gebleven en heeft de leerlingen lessen notenleer kunnen geven. Daarna is hij opnieuw vertrokken. En toen hij weg was, heb ik zijn taken overgenomen en ben ik zelf als leerkracht muzieklessen beginnen geven. We hebben mooie dingen verwezenlijkt.Ik ben er niet zeker van maar ik denk dat we in totaal meer dan 1000 concerten hebben gegeven en 250 tot 300 leerlingen hebben opgeleid. De meeste en beste langhals-luitspelers en andere muzikanten waren studenten van bij ons. En daar ben ik enorm trots op. Als mijn leerlingen mij nog vernoemen, dan doet dat nog steeds veel deugd. Ter ere van 50 jaar Migratie van de Turken is er een mooi concert gegeven. 50 personen, jong en oud zongen en dansten. Het was een bijzonder concept. Er waren veel Turkse mensen, ook een delegatie. Ze waren er allemaal. Zelfs de consul-generaal, de toenmalige burgemeester, de toenmalige schepen Resul Tapmaz en politica Fatma Pehlivan. Er werd gespeecht en daarna kon het concert starten. Telkens ik het ergens zie passeren, op Facebook of zo, dan doet dit deugd. Ik ben er echt fier op.We hebben mooie dingen verwezenlijkt.Als ik kijk naar de jongeren dan denk ik dat ons doel bereikt is. Ze blijven niet stilstaan en werken hard om beter en beter te worden.Er zijn een 4-tal jongeren naar een zangwedstrijd in Turkije getrokken en van de 7000 deelnemers behaalden 2 van hen de 2de en 4de plaats. Dat zijn belangrijke gebeurtenissen geweest. Ik hoop dat iemand de fakkel zal overnemen. De zaadjes zijn geplant en vanaf nu kunnen er alleen nóg mooiere dingen gebeuren.Ook had ik een droom om een academie op te richten, open voor alle culturen: Belgen, Turken, Arabische mensen… Voor iedereen toegankelijk. Om zo een brug te vormen tussen de muziek van het Oosten en het Westen.De concerten die we gaven met Oblomov waren zoiets. Je had mensen van verschillende culturele achtergronden: Marokkanen, Turken, ik zat erbij als Turk, Belgen… We hebben samen met die groep een 50-tal concerten gegeven.Ik leef sinds 6 jaar op deze manier, in een rolstoel. Ik kan zeggen dat het nu langzaamaan beter gaat met me en dat ik nu pas goed kan praten.Ik kan de computer gebruiken en sta constant in contact met al mijn leerlingen. Ze wensen me gelukkige verjaardag en delen van alles dat we samen gedaan hebben. En dat vind ik wel heel leuk.Van het moment dat ik de Dendermondsesteenweg inrijd, weet ik: ja, ik ben thuis. Want iedereen kent me in de wijk, zowel de bewoners als de handelaren, mensen aan wiens kinderen ik les heb gegeven enzovoort. En omdat ze me kennen, kan ik niet passeren zonder iedereen een goeiedag te zeggen. Wanneer ik passeer, krijg ik van iedereen thee aangeboden.Iedereen zegt: welkom, kom iets drinken! Ik krijg héél leuke reacties van de bewoners en dat vind ik echt wel tof!"Dit verhalenproject kwam er dankzij steun van Samen aan Zet (Stad Gent) en is een initiatief van Wijkgezondheidscentrum Kapellenberg in samenwerking met Dienst Ontmoeten en Verbinden Dampoort/Sint-Amandsberg en enkele stadsdiensten.Praktische info: Vraag vanaf juli een wandelkaart bij Buurtwerk Dampoort of bij het Wijkgezondheidscentrum Kapellenberg en ga op pad. Of bekijk hier onze online wandelkaart. Bepaal zelf hoe lang of hoe ver je wandelt, alleen of in groep. Benodigdheden: een smartphone, internet (4G) en eventueel een koptelefoon.

Veerkrachtig wandelen doorheen de Dampoortwijk - Roger

Gentse R.•5 jaar geleden Het is alom bekend: de Dampoortwijk is een warme en superdiverse volkswijk. En dat kan je zélf ondervinden tijdens deze verhalenwandeling! Maak aan de hand van audiogetuigenissen kennis met diverse wijkbewoners én ontdek intussen tal van ontmoetingsplaatsen in de wijk. Net zoals iedereen kent elke wijkbewoner vreugde en tegenslagen. Luister naar het verhaal van Christine, Erna, Hakan, Klara, Mike, Metin, Nuray, Roger, Valerie en Tulay. Ze vertellen openhartig hoe ze met vallen en opstaan hun leven uitbouwen in de Dampoortwijk. Beluister het fragment van Roger.Opnames, bewerking en muziek: Joep ConjaertsRoger is een actieve tachtiger die al jaren in de wijk woont. Hij is zeer geliefd door iedereen en draagt veel zorg voor zijn geliefde buurt: elke dag maakt hij het Heirnisplein proper. Roger is dan ook terecht een nieuw werkwoord in de Dampoort.  Lees hieronder het verhaal van Roger:Als ik van Holland naar België gekomen ben, moest ik zogezegd onderdak hebben. Ik woonde in diene tijd in Sint-Niklaas. Maar in Sint-Niklaas wilde ik niet blijven dus ik vertrok naar Gent omdat ik Gent beter kende. Want ik ben hier in ‘59 beginnen werken.Ik ben opgenomen geweest in de crisisopvang en daar heb ik drie dagen mogen verblijven. Ik ben dan naar de kliniek moeten gaan omdat ik bronchitis had opgedaan. Die specialist, dokter Weynants heeft mij geholpen met een reclameblaadje om voor mij iets te zoeken, een appartement of gelijk wat. Hij heeft mij een dinge gebracht en ik zag erop staan: appartement in de Klinkkouterstraat voor man alleen. Ik zei: dat is iets voor mij. (lacht)En de dokter zei dan: heb je iets gevonden? Ik zal ne keer bellen. En zo ben ik in 1994 hier in de Klinkkouterstraat terecht gekomen en ik woon hier nog. (lacht)Ik ging op café om te vragen of er ergens een restaurantje was, dat niet te duur was. Ja, zeggen ze, in Ons Thuis. Mensen die minder bedeeld zijn, die mogen daar gaan eten. Maar ik ging er ook naartoe. Daar was een pater de baas. Hij keek naar mij en hij zei: gij hebt dat niet nodig. Ge zijt veel te schoon gekleed. (lacht)‘s Avonds ging ik slapen maar ik had geen bed, geen meubels, niets. En ik had mij drie dekens gevraagd: twee om op te liggen en één om mij te bedekken. Maar ‘s anderendaags werd er om 10 uur gebeld. Het was die pater die voor mijn deur stond. En hij zegt: mag ik binnen komen?Hij geloofde niet dat ik geen meubels had. En hij komt boven en ik zeg: dat is mijn kamer. Er stond niets. Dat is mijn keuken. Er stond ook niets. Nog een keuken. Mijne living.En waar slaap je dan? vraagt hij. Ik zeg: daar op de grond. Oeioei, zegt hij, ge moogt deze middag komen eten. (lacht) En zo heb ik Erna leren kennen. Die deed vrijwilligerswerk bij SIVI. En ik ben hier gebleven.Die ging daar ook gaan eten, Erna. En Erna zegt tegen mij: heb je goesting om bij ons een tas koffie te komen drinken en een babbelke te doen, in De Pastorij? Kom maar af! Iedereen mag hier komen.En zo ben ik daar terecht gekomen. En bij de voedselbedeling en zo. En mensen gaan helpen, die ook niets hadden. Ik deed dat graag. En zo ben je ook bij de mensen. En zo ben ik dat blijven doen. Waar moest ik anders naartoe? Ik deed dat om van ‘t straat weg te zijn. Wat doet ne man alleen, als ge niets te doen hebt? Op café gaan zitten en dit en dat. Maar dat brengt niets op.Ik ben drie keer geopereerd aan mijn rug. Ze hebben mij op invaliditeit gezet zonder dat ik het wist. Ik stond op ziektewedde toen ik uit de kliniek kwam. En op een zeker moment krijg ik een bericht dat ik op invaliditeit gezet was. Ik zeg: hoe komt het dat ik niet meer mag gaan werken? Omdat uw dossier zwaar genoeg is om geen werk meer te moeten doen.Als ik thuis kwam, zat ik alleen. En als je onder de mensen bent, leren ze u ook allemaal kennen. Want ik mag mijne kop niet buiten steken of ‘t is ‘Roger van hier en Roger van daar’. En op ‘t plein ook: een mascotte op dat spel.Maar ik en Erna ... Die kwam alle dagen bij mij. Ik maakte alle dagen eten klaar. Zij deed de kommiskes allemaal. Maar ik maakte het eten klaar voor haar en voor mij ook. Dat was veel plezanter dan alleen zitten eten. En als ze goesting had om te blijven, mocht ze blijven slapen ook, kon mij dat schelen. Ze lag in mijne weg niet hé. (lacht)"Als je onder de mensen bent, leren ze u ook allemaal kennen. Want ik mag mijne kop niet buiten steken of ‘t is ‘Roger van hier en Roger van daar’. En op ‘t plein ook: een mascotte op dat spel."Ik heb nooit in een bed geslapen. Ik heb altijd in de zetel geslapen. En dan moest ze uit haar huizeke, dat was in de Biekorfstraat. En dan begon ze te wenen. Ik zei: ge moet niet wenen. Zolang je geen woonst hebt, mag je bij mij blijven. En ze is 5 jaar bij mij geweest. Ze voelde haar thuis bij mij.En dan heeft ze in de Jos Verdegemstraat een appartement kunnen huren. Ik heb haar veel geholpen. Ze heeft veel afgezien. Want moest ze niet geholpen geweest zijn door mij, ze zou 10 jaar eerder dood geweest zijn.Vijf dagen op de week lag die in coma. Zij mocht mij om 6 uur ‘s morgens bellen. Dan wist ik dat het goed was. Maar als ze niet belde, dan deed ik mijn kleren aan en ging ik naar haar toe. Maar ik wist nooit waar ik ze zou vinden: dat kon in haar bedje zijn, of voor haar bed, of aan de tv, of in haar keuken, of op de wc … Ik wist nooit waar ik ze vond. En dan moest ik haar hoofd omhoog doen en proberen om haar cola te laten drinken. Maar ne keer dat ze een beetje gedronken had, liep ze rond en wist ze van niets. Dat zijn vreeje dingen!Ik had nog één tante, in Wachtebeke. Die is nu 90 jaar geworden. En als die komt te sterven, ben ik de oudste van heel de familie. Zowel langs mijn moeders als langs mijn vaders kant.‘t Heirnispleintje kuis ik alle dagen op. Ik ga daar alle dagen twee keer naartoe. Ja, ze geraken aan drank in de Delhaize en in de gazettenwinkel. Die vuilniszakken zijn bijna alle dagen vol van de blikjes die ze daar insmijten. Veel mensen komen picknicken aan de banken die daar staan. Die eten pizza en van alles. En er zijn er die met hun plastiek zakken van thuis komen en die zakken daar ook in de vuilniszakken wegsmijten. Ik krijg daar veel vragen over, hoe het komt dat ik dat doe. Dan komen ze een keer babbelen met mij en zeggen ze: goh, dat is hier altijd proper.Ze hebben mij geschilderd op de elektriciteitscabine. Ze hebben mij in de bloemetjes gezet. Als ze mij daar aan het schilderen waren, was ik daar niet bij. Maar Jel (van buurtwerk) heeft mij opgebeld. En weet je wat dat was? Ze stonden daar met zeven fotografen (lacht) om mij te trekken en uitleg te geven. Ik had nog niet in de krant gestaan.Het kwam gisteren ter sprake bij die madam die mij naar dinge gevoerd heeft. Môh, zegt ze, ik heb u gezien in de gazet. Ik zeg dan: ja, dat zal wel … van het pleintje hé. Ze hebben mij daar geschilderd. Dat moet ik zien, zegt ze. En toen we naar huis reden, heeft ze zich speciaal daar met de auto gedraaid om dat te zien. Godverdikke, zegt ze, ik ben met een BV op schok geweest! (lacht)Dit verhalenproject kwam er dankzij steun van Samen aan Zet (Stad Gent) en is een initiatief van Wijkgezondheidscentrum Kapellenberg in samenwerking met Dienst Ontmoeten en Verbinden Dampoort/Sint-Amandsberg en enkele stadsdiensten.Praktische info: • Vraag vanaf juli een wandelkaart bij Buurtwerk Dampoort of bij het Wijkgezondheidscentrum Kapellenberg en ga op pad. Of bekijk hier de online wandelkaart.• Bepaal zelf hoe lang of hoe ver je wandelt, alleen of in groep. • Benodigdheden: een smartphone, internet (4G) en eventueel een koptelefoon.

Veerkrachtig wandelen doorheen de Dampoortwijk - Mike

Gentse R.•5 jaar geleden Het is alom bekend: de Dampoortwijk is een warme en superdiverse volkswijk. En dat kan je zélf ondervinden tijdens deze verhalenwandeling! Maak aan de hand van audiogetuigenissen kennis met diverse wijkbewoners én ontdek intussen tal van ontmoetingsplaatsen in de wijk. Net zoals iedereen kent elke wijkbewoner vreugde en tegenslagen. Luister naar het verhaal van Christine, Erna, Hakan, Klara, Mike, Metin, Nuray, Roger, Valerie en Tulay. Ze vertellen openhartig hoe ze met vallen en opstaan hun leven uitbouwen in de Dampoortwijk. Beluister het fragment van Mike:Opname: Fritz Tavernier (vzw Jong) - bewerking en muziek: Joep ConjaertsMike vertelt over zijn ervaringen en zijn jeugd in Jeugdhuis De Bonte Was. Het gebouw is nu beter gekend als 'De Wasserette'. Lees hierna het verhaal van Mike:Mike: "De Dampoort, da’s mijn buurt. Vooral omdat ik een vree bekend gezicht ben hier. Ik kom hier ook altijd veel chillen in de buurt. Vooral mijn jointjes roken. Mijn hoofd leegmaken. Dit is de buurt waar je vrienden tegenkomt. Vanaf mijn 15-16 jaar kwam ik hier heel veel chillen.Dan was dat nog dat oude gebouw. Dat was veel beter dan dit nieuwe gebouw. Het oude gebouw vond ik veel leuker dan nu. Iedereen was tegen elkaar aan het plakken. Veel volk altijd. Vree slechte dagen en ook goeie dagen meegemaakt. Veel politieproblemen gehad hier. Vroeger werd hier heel veel gedeald en noem maar op. Vandaar dat al die politie hier altijd kwam.Ik had een periode dat ik wat mijn money aan het rapen was, snapte? In de buurt hier. Iedereen kent mij hier wel. En dat er altijd wel flikken kwamen en zo van die zievers. En er altijd wel snitchers waren of mensen die daar niet tegen konden, altijd kwamen zagen en zo van die dingen. Of vechtpartijen, die gebeurden hier ook altijd. Vroeger waren hier veel ruzies.Nu is dat wel veel minder omdat er veel meer kinderen rondlopen door vzw Jong. Toen ik nog jong was, 15-16 jaar zeg maar, kwam ik hier elke dag voetbal spelen samen met mijn vrienden. Dat was dan vooral buurt tegen buurt. Er was altijd een prijs aan gelinkt. Verschillende winnaars: soms was dat een keer de Tolhuis, soms was dat een keer de Wasstraat.Bijvoorbeeld: ik ken veel mensen van het Van Beverenplein. Dus ik heb daar ook een hele goeie maat die graag voetbal speelt. En ik zeg tegen hem: kijk, we organiseren hier een voetbalwedstrijdje. Dus als je het ziet zitten: kom naar hier met uw buurt, uw vrienden. We spreken dan een dag, een uur af. En er is altijd een prijs aan gelinkt: soms geld, soms jointjes en zo. Maar dat is nooit zo’n grote prijs, snapte?Onze generatie was de gevaarlijke generatie: vooral allemaal drugsdealers en noem maar op. Altijd problemen gehad met politie en zo. En nu is dat hier, gewoon, door die kleine kinderen allemaal rustig. Nu is er altijd vrede hier in dat park. Iedereen is welkom.Vroeger was dat niet zo. Toen we een nieuw gezicht zagen, gingen we ne keer gaan vragen: wat doede hier? Maar nu is dat niet meer zo. Nu is er vooral vrede en voelt ge u altijd welkom om te komen. Nu werk ik als preventiemedewerker, een leerlingenbegeleider. Ik heb in Ronse op een school gewerkt. Ik ben daar gestopt omdat ik tinnitus had gekregen. Maar nu heb ik gesolliciteerd bij Lejo dus we zien wel. Hopelijk laten ze me iets weten en mag ik daar beginnen. Inshallah. Jojo."Dit verhalenproject kwam er dankzij steun van Samen aan Zet (Stad Gent) en is een initiatief van Wijkgezondheidscentrum Kapellenberg in samenwerking met Dienst Ontmoeten en Verbinden Dampoort/Sint-Amandsberg en enkele stadsdiensten. Praktische info: • Vraag vanaf juli een wandelkaart bij Buurtwerk Dampoort of bij het Wijkgezondheidscentrum Kapellenberg en ga op pad. Of bekijk hier de online wandelkaart.• Bepaal zelf hoe lang of hoe ver je wandelt, alleen of in groep. • Benodigdheden: een smartphone, internet (4G) en eventueel een koptelefoon.

Veerkrachtig wandelen doorheen de Dampoortwijk - Klara

Gentse R.•5 jaar geleden Het is alom bekend: de Dampoortwijk is een warme en superdiverse volkswijk. En dat kan je zélf ondervinden tijdens deze verhalenwandeling! Maak aan de hand van audiogetuigenissen kennis met diverse wijkbewoners én ontdek intussen tal van ontmoetingsplaatsen in de wijk. Net zoals iedereen kent elke wijkbewoner vreugde en tegenslagen. Luister naar het verhaal van Christine, Erna, Hakan, Klara, Mike, Metin, Nuray, Roger, Valerie en Tulay. Ze vertellen openhartig hoe ze met vallen en opstaan hun leven uitbouwen in de Dampoortwijk. Beluister het fragment van Klara.Opnames, bewerking en muziek: Joep ConjaertsIn de mooie omgeving van het Begijnhof helpt Klara jou rust te vinden in je hoofd en dat met een korte begeleide meditatieoefening. Geniet van de rust en de stilte! Lees hierna het verhaal van Klara:Ik ben Klara en ik woon in de Adolf Baeyensstraat. Ik ga jullie meenemen in een ontspanningsoefening die heel toegankelijk is. Misschien is het leuk voor jullie om op een bankje te gaan zitten en helemaal rustig ontspannen te zijn.Neem maar plaats en zorg dat je comfortabel zit.Sluit jouw ogen als dat voor jou goed voelt en let op je adem. Waar voel jij je adem nu? Gewoon voelen. Adem je hoog in je borstkas of voel je die dieper in je buik? Gewoon voelen en ademen.En nu gaan we iets rustiger ademen.Adem in, adem uit. Adem in, adem uit. En voel maar wat er gebeurt in je lichaam. Nu gaan we langzaam proberen wat dieper te ademen. Leg je handen op jouw buik en probeer naar je handen toe te ademen, zodanig dat je precies een ballon opblaast.Adem in, adem uit. Adem in, adem uit. Lukt het niet direct? Dat geeft niet. Gewoon rustig verder ademen. Adem in, adem uit. Adem in, adem uit en herhaal dat nog een aantal keren rustig.Nu gaan we proberen nog wat dieper te ademen. Probeer naar jouw knieën te ademen. Stel je voor dat je naar je knieën kan ademen. Adem in, adem uit. Adem in, adem uit. Adem in, adem uit.En nu gaan we proberen nóg dieper te ademen. Stel je voor dat je naar je voeten kan ademen. Adem in, adem uit. Adem in, adem uit. Adem in, adem uit. Blijf gewoon rustig verder ademen.Nu ademen we nogmaals naar onze buik. Adem in, adem uit. Adem in, adem uit.Als je zin hebt, kan je nog even blijven zitten met je ogen toe. Rustig ademen en als 't goed voelt voor jou dan kan je je ogen openen. Nog even genieten van de omgeving en je wandeling verder zetten.Bedankt!Dit verhalenproject kwam er dankzij steun van Samen aan Zet (Stad Gent) en is een initiatief van Wijkgezondheidscentrum Kapellenberg in samenwerking met Dienst Ontmoeten en Verbinden Dampoort/Sint-Amandsberg en enkele stadsdiensten.Praktische info: • Vraag vanaf juli een wandelkaart bij Buurtwerk Dampoort of bij het Wijkgezondheidscentrum Kapellenberg en ga op pad. Of bekijk hier de online wandelroute.• Bepaal zelf hoe lang of hoe ver je wandelt, alleen of in groep. • Benodigdheden: een smartphone, internet (4G) en eventueel een koptelefoon.

Veerkrachtig wandelen doorheen de Dampoortwijk - Valerie

Gentse R.•5 jaar geleden Het is alom bekend: de Dampoortwijk is een warme en superdiverse volkswijk. En dat kan je zélf ondervinden tijdens deze verhalenwandeling! Maak aan de hand van audiogetuigenissen kennis met diverse wijkbewoners én ontdek intussen tal van ontmoetingsplaatsen in de wijk. Net zoals iedereen kent elke wijkbewoner vreugde en tegenslagen. Luister naar het verhaal van Christine, Erna, Hakan, Klara, Mike, Metin, Nuray, Roger, Valerie en Tulay. Ze vertellen openhartig hoe ze met vallen en opstaan hun leven uitbouwen in de Dampoortwijk. Beluister het fragment van Valerie.Opnames, bewerking en muziek: Joep Conjaerts.Valerie woont in de appartementsgebouwen in het Scheldeoord. Ze engageert zich om de buurt leefbaarder en verdraagzamer te maken. Valerie komt ook op voor de jongeren in de buurt.Lees hierna het verhaal van Valerie:Ik ben Valerie. Ik woon al 10 jaar in het Scheldeoord. Daar zijn 450 sociale woningen. De ene is al in betere staat dan de andere. Je hebt daar een buurthuisje voor de senioren, je hebt er een jeugdhuis voor de grote en de kleintjes, het Woltersspeelplein, je hebt café De Roos.Er worden soms activiteiten gedaan zoals het buurtfeest. Nu, met Pasen gaan we proberen nog met de paashaas rond te gaan bij de kinderen. Dus er is altijd wel iets leuks te doen.Je hebt in de zomer ook buurtfeest ‘Walhalla’ dat café De Roos organiseert. Daar komen heel veel gezinnen naartoe dus dat is wel een succes.Je hebt ook wel wat criminaliteit in de buurt maar ja, ik denk dat je dat overal wel hebt maar dat er soms, niet altijd, even goed mee omgegaan wordt.Het imago van het Scheldeoord, dat is niet alleen de jeugd, dat is een beetje van alles. Dat zijn de ouderen die niet verdraagzaam zijn naar de jongeren en de jongeren die het dan gaan zoeken bij de ouderen. Zoals ze nu in de ingang van de ouderen gaan staan. Er zijn ook heel veel dealers op het plein waar de kleintjes tussen lopen. Af en toe veel politie.Dat is er wel te weinig, het sociale. Katty heeft daar een buurthuisje voor de ouderen. Maar de jongere mensen zitten dan met veel vragen van wat er in de buurt is en of ze geholpen kunnen worden. Ja, wat kan ‘t Stad eraan doen? Zorgen dat er meer activiteiten zijn voor de jeugd, dat de jeugd daar niet zo moet blijven rondhangen. Eens samen zitten met sommige mensen om er een oplossing voor te zoeken. Ik weet het niet goed. Ik heb soms het gevoel dat we in een kleutertuin zitten ‘oud tegen jong’ en dat is wel een beetje lastig.Ik heb geprobeerd om het jeugdhuis open te houden. Voor de kinderen en de ouders was dat plezant maar soms kreeg ik langs de andere kant wat tegenwerking. Het is eigenlijk een beetje uit protest gekomen. Ik sta voor de jongeren en niet voor de ouderen. Ik had zoiets van: ja maar ja, altijd de oudjes en de jongeren hebben niks. Maar er werd wel gezaagd over de jongeren. Dus zijn ik en een buurvrouw zo stillekesaan beginnen nadenken over wat we konden doen.En dat is simpel gekomen, al lachend hebben wij gezegd: we zullen dat buurthuis openhouden. En we hebben dat gewoon gedaan. We hebben geld aangevraagd. Maar het was vooral uit protest omdat we vinden dat de ouderen meer hebben dan de jongeren.Zo is dat begonnen en het heeft toch een jaar gelopen. Heeft het iets opgebracht? Ik weet het niet. Vzw Jong zit daar ondertussen. Dat is wel iets waarvoor ze toch stappen ondernomen hebben. Ik had gezegd: ik geef mijn sleutels af maar is er een oplossing? Vzw Jong is daar dus kunnen bij inspringen, zodat het niet opnieuw boeken toe was. Het kan alleen maar beteren door instanties die ermee bezig zijn. Je hebt er ook Nuray die het huiswerkklasje doet. Dat is ook wel een succes, vooral moslimkinderen die daar hun lessen gaan volgen.Er moet soms meer tijd en geld in de Wolterslaan gestoken worden maar niet alleen door ‘t Stad. De gebouwen van huisvesting, die zijn een ramp aan het worden. Een beetje frustraties, de mensen zijn niet meer verdraagzaam, de woningen zijn niet meer in orde…. Ik denk dat het dat allemaal samen is. Je hebt mensen die lopen te drinken, er is dan ruzie en ja … Het is me een buurtje!Wij kunnen in de zomer wel gezellig samen buiten zitten. Allemaal samen, zonder ruzie. We hebben ook een buurvrouw met een zoon die gehandicapt is. Hij is 26 maar hij kan niks. Dan staat het zwembad voor hem buiten. Dat is wel plezant, je kan er dan samen zitten. "Ik ga niet stoppen met dingen organiseren. We hebben ook geld aangevraagd om als buurtbewoners activiteiten voor kinderen en jonge gezinnen te organiseren. Het is gewoon ook plezant voor de mensen."En ja, de dingen die dan georganiseerd worden zoals het buurtfeest, dat is soms ook nog eens plezant.Eigenlijk was het jeugdhuis voor mij mijnen troost. Dat vond ik wel plezant. Ik heb eigenlijk spijt dat ik dat stopgezet heb. Maar ik ga niet stoppen met dingen organiseren. We hebben ook geld aangevraagd om als buurtbewoners activiteiten voor kinderen en jonge gezinnen te organiseren. En het is gewoon ook plezant voor de mensen. Zoals wat we nu met Pasen gaan doen: van deur tot deur zoals vorig jaar. Gewoon bij de mensen die hun deur open doen, die lach op hun gezicht zien en merken dat hun kindjes content zijn, daar zijn wij al content mee. Die blije gezichten zien.Maar het is ook een gezellige buurt. Vorig jaar hebben we in de zomer met alle kindjes buiten gezeten en activiteiten gedaan. We hadden dan ook ouders die erbij kwamen zitten. Het kan er heel gezellig zijn. En er zijn heel wat mensen uit de buurt die toch proberen iets te ondernemen naar de buurt toe. Het zijn niet alleen die van buurtwerk ofzo die het kunnen doen. Ik merk wel dat er andere bewoners zijn die ook proberen iets te doen. En als het probleem van de huisvesting opgelost zou geraken, dan denk ik dat de buurt ook al een stuk beter zou zijn.En meer sociale controle en niet alleen van die blauwe uniformen. Gewoon een beetje meer sociale controle. Niet alleen om te controleren maar als er problemen zijn, om te helpen. Of dat er gebabbeld wordt en een oplossing gezocht wordt. En dan wordt dat hier weer een superbuurt.Dit verhalenproject kwam er dankzij steun van Samen aan Zet (Stad Gent) en is een initiatief van Wijkgezondheidscentrum Kapellenberg in samenwerking met Dienst Ontmoeten en Verbinden Dampoort/Sint-Amandsberg en enkele stadsdiensten.Praktische info: • Vraag vanaf juli een wandelkaart bij Buurtwerk Dampoort of bij het Wijkgezondheidscentrum Kapellenberg en ga op pad. Of bekijk hier onze online wandelkaart.• Bepaal zelf hoe lang of hoe ver je wandelt, alleen of in groep. • Benodigdheden: een smartphone, internet (4G) en eventueel een koptelefoon.

Het verhaal van Daniël uit Zwijnaarde - Tussen boeken en boten

Gentse R.•5 jaar geleden Ontdek hier het verhaal van Daniël, opgetekend door de Raconteurs van Zwijnaarde. Wanneer ik aanbel bij Daniël, zit er in mijn fietstas nog een boek dat ik straks in de terugbrengbus van de bibliotheek wil deponeren. Maar eerst maak ik tijd voor een fijn gesprek met Daniël over hoe hij terecht kwam in de voormalige lokale bibliotheek in de Melac. Daniël wordt geboren in een arbeidersgezin. Zijn vader leest veel boeken en zijn beide ouders houden van klassieke muziek. Daar wordt de kiem gelegd voor zijn liefde voor boeken en de muziek. Wanneer hij vier jaar is, verhuist het gezin Maes vanuit een arbeiderscité in de stad naar het ‘groene’ Zwijnaarde. Ze gaan in de Zandvoordestraat wonen. Daniël loopt school in Zwijnaarde en na een technische opleiding in de Holstraat in Gent en vervolledigt hij zijn opleiding bij het leger. “Als je een diploma haalde bij het leger, was je verplicht om nog een aantal jaar in dienst te blijven”, verklaart Daniël zijn lange tijd bij het leger in Vilvoorde. Hij wordt er specialist in elektronisch geleide projectielen. Ondertussen volgt hij in Brussel een opleiding aan de bibliotheekschool. Na 22 jaar dienst in Vilvoorde zoekt hij werk dichter bij zijn gezin in Zwijnaarde. Door zijn bijkomend diploma aan de bibliotheekschool kan hij aan de slag in de schoolbibliotheek van Don Bosco Technisch Instituut in Sint-Denijs-Westrem. De vrije bibliotheek in Zwijnaarde, die enkele lokaaltjes bezet in de Melac, kan bovendien wat extra hulp gebruiken. Door zijn persoonlijke interesse in vooral klassieke muziek helpt Daniël er halfweg jaren 1960 bij het oprichten van een onderafdeling Muziek. Hij wordt een vertrouwd gezicht in de bibliotheek naast bibliothecaresse Rachel Vlerick. In de jaren 1970 verhuist de cinema in de Melac naar het gelijkvloers en komt de ruimte op de eerste verdieping vrij. “Met flink wat hulp van de broers Lievin en Gerard Vyncke werd het cinemabalkon verbouwd voor de bibliotheek”, herinnert Daniël zich. Het aanbod groeit en ik herinner mij vooral de leeszaal met de indrukwekkende rijen rekken volgestouwd met documentatiemappen. Het bibliotheeklandschap evolueert echter en met het vooruitzicht op de verplichting om een gediplomeerd bibliothecaris in dienst te nemen, vervolledigt Daniël zijn opleiding aan de Gentse bibliotheekschool. Hij gaat part-time aan de slag in de bibliotheek. Uiteindelijk wordt de vrije bibliotheek in Zwijnaarde in 2000 gesloten en kan Daniël op pensioen. Na het lange verhaal over zijn interesse voor boeken en klassieke muziek, komt zijn passie voor boten aan bot. Alles komt altijd ergens vandaan. “Als kind speelde ik al met bootjes in de plassen in de Zandvoordestraat. Mijn bootje was altijd het beste bootje, het bootje dat het langste bleef drijven”, glimlacht Daniël. Zijn talent komt weer bovendrijven tijdens zijn tijd bij het leger. Samen met de collega’s maakten ze radiogestuurde vliegtuigjes. Helaas loopt er af en toe iets fout en na een stevige crash is er altijd veel herstelwerk. “Laten we radiogestuurde boten maken, dat is minder miserie”, oppert Daniël en zo laait de passie weer op. Na zijn terugkeer naar Zwijnaarde begin jaren zestig, begint hij in zijn atelier houten scheepsmodellen te bouwen. Op basis van tekeningen of foto’s maakte Daniël zijn eigen bouwplannen. Met recuperatiemateriaal en overschotten van een meubelmakerij bouwt hij historische schepen tot in de kleinste details na op schaal 1:60. Net als ik denk dat een leven al meer dan gevuld moet zijn met deze twee passies, haalt Daniël dikke boeken uit een lade. Op de omslagen herken ik dat nette handschrift van de documentatiemappen van weleer. “Je afkomst kennen is het belangrijkste dat er is.” Hij verzamelt anekdotes en foto’s van de families van zijn kinderen. Zoals het een bibliothecaris betaamt is alle informatie netjes geïndexeerd op persoonsnamen en onderwerpen. In januari 2001 ging de bibliotheek in Zwijnaarde gelukkig terug open als filiaal van de Stedelijke Openbare Bibliotheek.

“Wij wonen in het Hoge Noorden, waar het altijd een stuk warmer is”

Gentse R.•5 jaar geleden Frederik Sioen voelt zich op zijn schiereiland als een vis in het water. Maar dat geldt evenzeer als coördinator van Kunstenoverleg Gent. “Aan het koppelteken”, antwoordt Frederik Sioen (40) wat mysterieus als ik hem vraag of hij nu in de Muide of in Meulestede woont. “Dat koppelteken symboliseert het karrenspoor dat vroeger tussen de Muide en Meulestede liep. Het zou lang een moerassig stuk niemandsland geweest zijn. Toen stopte de Muide aan de spoorweg en begon Meulestede daar waar nu de rotonde is. Althans, er gaan verschillende theorieën de ronde. Eén van de meest besproken kwesties op ons eiland. En dan heb je nog het stuk Afrikalaan, wat maakt dat wij eigenlijk een schiereiland vormen.”   Het eilandgevoelMensen van Muide-Meulestede noemen zichzelf wel eens 'eilandbewoners'. “Eigenlijk maar logisch”, zegt Frederik. We vormen als het ware een dorp in de stad en het gegeven dat we aan beide kanten omgord zijn door water, versterkt het eilandgevoel. Dat zorgt voor een verbondenheid tussen de mensen en biedt hen een soort identiteit. Hier vind je altijd een knipoog naar de haven en het schippersverleden. Café De Viking is daar een nog levend bewijs van. Je treft er stamgasten die als het ware als een stuk meubilair met het café vergroeid zijn.” Frederik ondervindt het eilandgevoel bijna dagelijks aan den lijve. “De Meulesteedsesteenweg fungeert als een soort slagader. Als ik die helemaal afloop, moet toch rekening houden met een kwartier vertraging wegens de vele buurtcontacten en korte babbels onderweg.”Veertien jaar woont Sioen intussen in een rijhuis aan de Meulesteedsesteenweg. Toch merkt hij ook verschillen op tussen de buurten. “Aan de Muide zijn de huizen doorgaans kleiner. Die werden vroeger voornamelijk bewoond door arbeiders. Hoe verder je de steenweg in trekt, hoe meer ruimte en grotere herenhuizen je op je weg vindt. Daar woonden vooral de fabrieksbazen. Het klassenverschil kan je dus nog voor een stuk afleiden uit de gevels. Voor de rest kan je stellen dat Meulestede wat rustiger is dan de broeierige Muide.Hoewel het eiland heel wat anciens telt, valt Sioen het grote verloop van de bevolking op. “Het is een beetje zoals een satelliet- of transferploeg in het voetbal” lacht hij. “Sommige huizen worden hier om de drie jaar verkocht, waardoor je constant te maken krijgt met nieuw volk. Je kan stellen dat Muide-Meulestede een plek is van het heden, met een knipoog naar het verleden. De toekomst speelt hier minder”, vat Sioen het samen. “Je ziet hier wel heel wat renovaties aan woningen, maar de vernieuwingsbeweging verloopt toch trager dan verwacht. Niet dat ik aanstuur op een omwenteling, want vernieuwing moet toch altijd wat in balans blijven.”Hoe zit dat dan met de handel in de wijk, wil ik weten. Sioen: “Zoals overal, verdwijnen ook hier de kleine buurtwinkels en dat is best jammer, want die bepalen toch het karakter van een buurt. Een verschil met andere wijken in Gent is dat wij hier geen supermarkt hebben. Wie zijn grote boodschappen wil inslaan, moet helaas even het eiland verlaten.”      Een wijk met meer dan één hoek af “Oorspronkelijk ben ik een Gentbruggenaar”, geeft Frederik Sioen mee. “Ik ben opgegroeid in de buurt van het station. Ik was in mijn jeugd ook 17 jaar lang actief bij KSA Sint-Lieven in Sint-Amandsberg en zat in allerhande sportclubs én in het middelbaar op Don Bosco Zwijnaarde. Tijdens mijn jeugdjaren ging heel veel tijd naar sport en beweging. Te veel energie!” Vandaag is hij nog altijd fier lid van de wielerploeg Spaak & Spier. “Die hebben we destijds met een vijftal mensen opgericht, met Frituur Meulestede als sponsor. Intussen telt onze club 60 leden. Omdat onze frituur hier als hoofdsponsor de deuren sloot, zijn we recent uitgeweken naar het sympathieke Café Congé aan het Fonteineplein in de Brugse Poort.”Toch bleef cultuur altijd de grondtoon voeren, al van kindsbeen af. Sioen: “Mijn vader was een muziekleraar, die me veel muzikale bagage heeft meegegeven en mijn moeder luisterde thuis naar wereldse muziek en danst Argentijnse tango. Als tiener droeg ik flyers rond van toneelhuizen zoals NTGent en Nieuwpoorttheater. Dat maakte dat ik al op jonge leeftijd mensen als Alain Platel en Arne Sierens leerde kennen. In ruil mocht ik gratis voorstellingen bijwonen. Op school heb ik zelfs eens een spreekbeurt gegeven over enkele producties van Arne en Alain: ‘Allemaal indiaan’ en ‘Bernadetje’.Na enkele tussenstops in het centrum van Gent, volgde uiteindelijk de verhuis naar Muide-Meulestede. Sioen: “Ik kwam er meer in mijn wereld terecht. Hier wonen veel kunstenaars en artiesten en toch blijft de mix goed bewaard. Met de wind in de haren is op het schiereiland veel mogelijk.” En inderdaad: wat hier het licht ziet draagt onmiskenbaar de stempel van de rariteitenwijk Muide-Meulestede-Afrikalaan. “Neem nu het intussen ter ziele gegane Meulestee Koerse”, steekt Sioen van wal. “Naar die periode heb ik soms echt heimwee. Een zotte omloop ineen boksen met een echte kermiskoers, dan kon toen gelijk alleen hier. We gaven daarmee ook impulsen aan jongeren met een migratieachtergrond, in de categorie ‘Tieners in volle ontwikkeling’. We hadden toen zelfs een eigen muziekgroep, de Meulestee Koerse band. Maar daarnaast zagen andere lokale fenomenen het daglicht, zoals het rockfestival Iron Muide en recent ook de Muide Regatta, een botenrace. En vergeten we natuurlijk ook niet de Muidefeesten, waar het vele jaren over de koppen lopen was, zeker door toedoen van Lucien De Ridder, een man die erin slaagde om de vele verstotenen in de samenleving bijeen te brengen en te verzoenen.” Kunstenoverleg Gent Op 16 maart vatte Sioen een nieuwe job aan, die van coördinator van het Kunstenoverleg Gent. “Uitgerekend op de eerste dag van de quarantaine”, zucht hij. “Deze bizarre aanvang zal ik niet licht vergeten. Ik ben een mens die nogal graag iemand tegen mijne gilet trekt en plots moest alles vanop afstand en digitaal verlopen, niet meteen mijn ding.” Wel lijkt de Man van Meulestede voorbestemd voor deze functie van coördinator van het Kunstenoverleg Gent. Ooit studeerde Sioen bedrijfsbeheer aan de Mercator Hogeschool. Daar ging zijn interesse al sterk uit naar de cultuursector. Hij maakte er zelfs zijn scriptie over. Zijn eerste dag van de opleiding herinnert hij zich nog levendig: “Ze vroegen me wat ik met deze studie zou aanvangen en ik antwoordde prompt dat ik de cultuur in België wilde bevorderen…”Tijd om bij de pakken te blijven zitten, was er niet. Zo werd de actie #5voor12 gelanceerd. Sioen: “Die actie was bedacht door een collectief van cultuurmakers in onze stad en ontsproot uit een gevoel van solidariteit met iedereen die deelt in de klappen: zelfstandige kunstenaars, medewerkers van kleine en grote organisaties, freelancers,... Uit respect voor ons publiek, geven we hen waar het nood aan heeft: een dagelijkse portie schoonheid en wijsheid.” Voor deze actie werd iedere dag een andere Gentse culturele speler aangesproken als curator-voor-één-dag, in totaal al een 70-tal. “Het Gentse aanbod is immens rijk en zeer verschillend”, benadrukt Sioen. “We laten vooral de kleinere organisaties aan het woord en dat vanuit een brede waaier aan disciplines. En we tonen het open karakter dat Gent zo typeert, door bijvoorbeeld ook experimentele ateliers een forum aan te bieden.” De grote solidariteit onder de culturele spelers is volgens Sioen een opmerkelijk gegeven. “Maar we moeten er niet flauw over doen: deze sector heeft veel rake klappen gekregen. Het gebrek aan perspectief is het grootste probleem”, zucht hij. “Grote evenementen zijn on hold gezet en vele plannen moesten grondig worden bijgesteld. De culturele ondernemers moeten zich als een slangenmens kronkelen, zich gedurig aanpassen. De vrees om naar buiten te komen zit er bij de mensen goed in.”Toch blijven artiesten en kunstenaars er voor gaan. “De zomer van 2020 kan een rijke periode worden in Gent en in de Gentse wijken”, stelt Sioen. “Het zal uniek en intiem worden. Neem nu de Gentse Feesten: die kunnen voor het eerst niet plaatsvinden zoals we gewoon zijn, maar reken er maar op dat er kleine alternatieve zaken zullen uitgewerkt worden op diverse pleinen. Want Gent zonder Gentse Feesten? Dat is eigenlijk ondenkbaar. En we koesteren nog plannen”, geeft Sioen tot slot nog met een knipoog mee. “Een samenwerkingsverband met meer dan 100 Gentse organisaties. Ik kan er nog niet veel over kwijt, maar houd toch best onze website en Facebookpagina in de gaten…” https://www.kunstenoverleggent.be/https://www.facebook.com/kunstenoverleggent/ foto Sioen: Thomas Sweertvaegher

Verhalen uit de hoogte - Robert Broeckaert

Gentse R.•5 jaar geleden Walter Ertvelt vertelt het verhaal van Robert Broeckaert, gewezen kraanman aan de Voorhavenkaai, van 1956 tot 1987. Robert Broeckaert: "Op een dag moest ik een nieuwe poulie steken met Tsjeef, de visiteman. Victor, de werkmeester bediende de kraan. Maar die deed ineens een manoeuver. Hij draaide over en deed een conterklets. Gelukkig had Tsjeef mij nog juist vast bij mijn vest. Anders lag ik eruit. Hoogtevrees mocht ge hier niet hebben. Als de flèche kapot was, moest je naar boven klimmen. Ook in de winter en in het donker. Dan zat je daar op 40 meter hoogte, te solderen. Soms stelden ze twee gieken tegen elkaar en moest je in de hoogte overstappen van de ene naar de andere kraan. Met de werkleiders was het bijtijds ambras. Neem nu Seeuws. Van hem moesten we altijd onze kepie op hebben aan de kaai. Zonder uitzondering. En pas op als je de balkskes niet op de caniveau had gelegd. Dan trok hij gegarandeerd je sleutel uit, zodat je zonder elektriek zat. Dan mocht je algelijk uit je kraan komen. Je had altijd een vast uur om te beginnen, maar je wist nooit op voorhand wanneer je zou stoppen. Soms klopten we tot acht dagen achter elkaar overuren. En het enige dat we dan kregen, was een bak beschuitjes, een blik sardienen of wat gekapt en twee flessen limonade. Ik kan nog alle nummers van die kranen. De 11 en 12 waren Ladeuzes met goeie flèches. De Titan-kranen, de nummers 101 tot 104, waren deugnietjes. Daar moest je vieren met je billen, om dat je geen handen meer vrij hadt. En op kaai 36 stonden vier van die kleine 2,5 tonnerkes."Portret: Peter Lambrecht

Verhalen uit de hoogte - Georges Van Acker

Gentse R.•5 jaar geleden Walter Ertvelt vertelt het verhaal van Georges Van Acker, gewezen kraanman aan de Voorhavenkaai, van 1960 tot 1996. Georges Van Acker: "Je had van die oude kraanmannen die, als ze wisten dat jij 's middags moest opgaan, aan de handrem prutsten. Ze draaiden hem een half tourke op. Als jij dan de boel in gang stak, zakte je subiet een eind naar beneden. Voor de rest kwamen de ouwen en de jongen bijzonder goed overeen. We zouden mekander gewoon de keel afgebeten hebben. Soms konden we gesmokkelde sigaretten en korte drank aan goedkope prijzen inslaan. In de jaren zestig had je al voor 80 frank een fles cognac. Ik rappelleer me nog dat Frans De Backer eens een dokwerker aan wal ging zetten met de grijper van zijn vlotkraan. Eerst vierde hij zo rap als hij kon, haalde subiet weer over en vierde nog een keer. Je zag die gast zo in vrije val naar beneden gaan, tot juist voor het water. In het begin deed het wel raar in die kranen. Als we te veel gewicht moesten nemen, gingen ze knikken. Dan stond je een paar tellen op twee in plaats van op vier wielen. Je zou bij momenten om uw moeder geroepen hebben. Aan Manuport kwam er op zaterdag een schip toe met een lading Stout en Whitebread aan boord. Dat was niet aangelengd, maar nog pure siroop. Dan kwam de douane om te proeven. Niet met een glas, maar subiet met een emmerke."Portret: Peter Lambrecht

Verhalen uit de hoogte - kraanman André Frodure

Gentse R.•5 jaar geleden Walter Ertvelt vertelt het verhaal van André Frodure, gewezen kraanman aan de Gentse Voorhavenkaai van 1965 tot 2000. André Frodure: "In het begin als nieuweling was het wel wennen aan de mentaliteit van de dokwerkers. Als het te rap ging, riepen ze naar u: "Hé, kraantje, moet gij nooit eens naar de wc of heb je er misschien een darmke aan hangen?" Ik heb gehoord dat je tegenwoordig een briefje van goed gedrag en zeden vandoen hebt om aan de dokken te mogen beginnen. Vroeger was dat anders: had je in de bak gezeten, dan was het goed. Onze kranen hadden van voor een klapvensterke dat opgehouden werd met een verroest ijzerdraadje. Daarboven was er nog een venster om binnen meer klaarte te krijgen. Ik heb het eens meegemaakt dat mijn klapvensterke dichtvloog, terwijl ik aan het draaien was. Die andere venster vloog kloef op mijn hoofd en brak in stukken. De mastiek was losgekomen, zeker? Voor hetzelfde geld had ik er aan kunnen zijn. Daarna heb ik rap in alle kranen een systeem geplaceerd, met koperdraad en een winselke, om die ramen beter vast te houden. De sfeer op de dokken was over het algemeen goed. In 1965 - '66 zijn we zelfs met een voetbalploeg gestart: Gent-Zeehaven. Die heeft twintig jaar bestaan. Georges Van Acker zat daar nogal achter. We waren een echt goeie ploeg; allé, misschien niet op het gebied van voetbal, maar toch wel op het gebied van kameraadschap. We waren altijd op tijd en gingen altijd als laatste naar huis. Die accommodatie aan de Voorhaven was triestig: je had daar een gebouwke, precies een oud tramkot. Daar zat Robert Hoste. 't Scheese noemden we hem. Hij was zo dun dat, had hij op een brood moeten vallen, het subiet gesneden was. Hij stond in voor het onderhoud en voor het invullen van het bord. Eén keer heb ik een dokwerker uit een boot moeten lichten. De poutrelles waren tegen elkaar geslagen en die mens zijn voet zat er nog tussen. Dat doet toch wel raar om iemand uit een boot te lichte als er geen last aan hangt. Dat zwiert nogal gemakkelijk. Nog een chance dat het een grote, zware dokwerker was."Portret: Peter Lambrecht

Verhalen uit de hoogte - kraanman Georges Bonnet

Gentse R.•5 jaar geleden Walter Ertvelt vertelt het verhaal van Georges Bonnet, gewezen kraanman aan de Voorhavenkaai, van 1961 tot 1990. Georges Bonnet: "Soms moesten we de ganse dag kranen gaan smeren. We gaven 's ochtends volle buzze om 's achternoens rapper gereed te zijn. Zo konden we bij Mariette gaan biljarten. Toen we er een keer binnenstapten, zagen we onze baas aan de toog zitten. Hij zei: "Wel, wat doen jullie hier?" Waarop wij: "Hoe, en gij dan?" "Ok", zei hij toen, "geef die gasten ook ene."Op de Darsen stond ik eens rollen te laden die met ijzeren banden waren vastgemaakt. Eén van de dokwerkers had er per ongeluk zijn hand tussen gestoken. Toen ik optrok, spande de boel zich weer op. Die jongen was subiet drie vingers kwijt.Aan de Voorhaven hingen de elektrieke leidingen in de lucht. Dat was dus constant uitkijken geblazen. Voor de zekerheid namen we altijd een blokske hout mee naar boven. Voor als we er weer ne keer tegen zouden zitten. Dan konden we de kabels er weer op leggen.Eind vorig jaar ben ik nog eens gaan kijken naar de haven. Ik herkende er niets meer. Vroeger lag het daar vol boten en stonden er overal kranen; vandaag zijn ze bijkans allemaal verdwenen. Ja, het doet me nog altijd iets om daar te staan. Maar moest ik weer twintig jaar zijn, ik koos hetzelfde beroep. Subiet!Na het werk gingen we graag gaan biljarten bij Mariette op de hoek van de Dukkeldamstraat. Als we een paar pinten op hadden en er niet te veel werk was, gingen we naar de baas om een halve dag congé te vragen en keerden we gewoon terug."Portret: Peter Lambrecht

Verhalen uit de Hoogte - kraanman Roger Verhelst

Gentse R.•5 jaar geleden Verhalen uit de hoogte brengt het relaas van 12 kranige mannen over leven en werken aan de Voorhaven. Walter Ertvelt vertelt het verhaal van Roger Verhelst, van 1956 - 1988 kraanman aan de Gentse Voorhaven. Beluister het fagment of lees het verhaal.Roger Verhelst: "Iedere kraanman die begon, moest een beroep kennen: elektricien, schilder, lasser, schrijnwerker,... Toen ik hier in de jaren vijftig toekwam, was het de gewoonte dat je één of twee keer mee ging met een oude kraanman en de derde keer zat je al alleen in zo'n kleintje van 2,5 ton.De eerste weken aan Manuport heb ik toch gezweet. Ik had zenuwen. Ik was ook al 28 jaar toen ik met de kranen leerde draaien. 'Den ouwe moet het nog leren', hoorde ik de anderen achter mijn rug roepen. Aan de Voorhaven lag de elektriek niet onder de grond, zoals elders, maar liepen twee koperen leidingen op wielekes onder de passerelle van de hangar. Bij het naar binnen trekken van het goed, gebeurde het wel eens dat die kabel tegen de tralies botste. Dat gaf vuurwerk.Het nachtwerk onder die speciale belichting, dat moest ge toch gewoon worden. Een afstand inschatten in het donker is toch iets anders dan overdag. Het is gelijk een auto 's nachts moeten besturen in plaats van overdag. Op den duur geraak je dat wel gewoon. Wie te zwaar geladen was, werd dat direct gewaar aan zijn grijper. Die moderne kranen tegenwoordig hebben daar geen last meer van, die zijn overbeveiligd. Maar als je met die kleintjes te zwaar nam, sloeg je uit. Zeker bij te bruuske bewegingen voelde je de kraan zo knikken. Maar we wisten tot hoe ver we konden gaan. Het was de kunst om achter de lading aan te zitten.Met onze kraan draaiden we maar tot ergens halverwege waar onze trok moest belanden. Want bij een draaibeweging van een kraan, komt de lading die met de bol aan de flèche hangt, altijd achter, maar zwiert hij wel een eind verder mee. Dan is het een kwestie om die snel mee te pikken en op de juiste plek tot stilstand te brengen. Met die ouwe kranen zag je er al rap een meterke naast."Portret: Peter Lambrecht

Verhalen uit de hoogte - kraanman Aimé De Vos

Gentse R.•5 jaar geleden Walter Ertvelt vertelt het verhaal van Aimé De Vos, die tussen 1960 en 1994 kraanman was aan de Gentse Voorhaven. Aimé De Vos: "Gust Acke, onze baas, liet Fredje Odou en mij eens de hele waszaal kuisen. Daar hingen nog van die wasbakken die je kon omkippen, zoals bij de paarden. Het was die dag zeer warm en we begonnen met sponzen naar mekaar te smijten. Tot Gust ineens binnenviel en zei: "Nu jullie toch aan het afwassen zijn, zal ik een handje helpen." En klets, we kregen een ganse emmer water in onze nek.Aan de Voorhaven had je kranen met verschillende soorten controles. Die met een ronde bol waren de goede. Maar had je een met een plat controleke, was het rap van 'patat' en nog niet te stil ook. Ik had eens in zo'n kraantje mijn kan koffie op mijn kachelke gezet. Toen ik per ongeluk met mijn bil tegen de livier botste, ging het van 'boem!', een enorme knal. De plomps lagen tot in de koolbak.Als kraanman had je vanuit je cabine een goed overzicht over de kade. Je kon alles goed in de gaten houden. Ook als de dokwerkers een plateau op twee schragen zetten om de douaniers te misleiden en een ander achterover wilden slaan. Dan riepen wij wel eens: "Dieven, dieven!" De douaniers konder er anders ook goed weg mee. Waarom hadden ze anders van die kapottes aan; je weet wel: lange jassen met van die vreselijk diepe zakken.Als kraanman kon je maar beter niet te veel drinken. Bijtijds zag je hier en daar wel een rondlopen met een kraakoog. Dat was bijzonder gevaarlijk, want kraanwerk is preciziewerk. Sommige dokwerkers waren echte lastigaards. Neem nu Been in de Rug: hij was zelf te lui om hem eens te stuiken. Bij hem moesten de haken tot juist aan zijn handen in zijn zakken toekomen. Anders was het gegarandeerd ambras."Portret: Peter Lambrecht

Verhalen uit de Hoogte - kraanman Ferdinand Tange

Gentse R.•5 jaar geleden Verhalen uit de hoogte brengt het relaas van 12 kranige mannen over leven en werken aan de Voorhaven. Walter Ertvelt vertelt het verhaal van Ferdinand Tange, kraanman van 1970 - 1984 aan de Gentse Voorhaven. Ferdinand Tange: "Als kraanman moest je rendabel zijn, want we werkten voor een stuk op basis van drinkgeld. De stevedoor wist wel wie hij moest hebben als het werk vooruit moest gaan. Sommige kraanmannen deden hun werk echt graag. Bij hen stond het zweet op hun voorhoofd als ze hun dubbel briefke kregen. Maar er zaten ook leeggangers tussen. Zij werkten altijd even traag, of ze nu veel of weinig drinkgeld kregen. Je mocht toch rekenen op drie jaar eer je met al die verschillende soorten kranen vlot overweg kon. Van die moderne kranen terug gaan naar die ouwere types is precies of je vandaag in een auto van de jaren '20-'30 stapt, met dubbele koppeling, met tussengas en zonder servostuur. We hebben vanalles gelost en geladen: Audi's, patatten, spiritus, wijnvaten. Die werden in de loodsen wel serieus vergrendeld. Den Yzer was een boot speciaal gebouwd voor het transport van koeien, schapen, paarden. De paarden kwamen meestal uit Polen en waren bestemd om er salami van te maken. De beesten werden via de gangway in de loodsen gejaagd. op een keer riepen de dokwerkers dat ze het niet konden houden van de stank. Bleek dat er onderweg een hele hoop beesten vertrappeld waren. Die moesten wij er dan met de kraan uithalen. Op een dag waren we Saharazand aan het lossen uit een grote, oude Rijnkast van 3 à 4.000 Ton. Ineens klonk een luide knal en brak dat schip middendoor. Ik zat juist in een van die twee vlotkranen die met stalen kabels aan die vloten vast lagen. Die vloten namen subiet één, twee meter water, waardoor de kranen schuin kwamen te staan. Het schip trok ons naar beneden. De vlotkranen waar wij in zaten, waren met nylonkabels verbonden met die Rijnkast. Die begonnen serieus uit te rekken tot de kabels krak zeiden. Toen was het lopen voor ons leven naar het klimtouw. Uiteindelijk is het nog goed afgelopen. Een geluk, want ik kan niet zwemmen."Portret: Peter Lambrecht

“Corona heeft ons een levensles geleerd, maar zet zoveel in gang"

Gentse R.•5 jaar geleden Een sociaal en doortastend karakter met een achtergrond in snit en naad: in deze coronatijden een geknipte combinatie om mensen te helpen. De Muide: het hartje van GentHatice is een echte Gentse. Zo heeft ze er al een ware verhuistour op zitten, met tussenstops in de Zebrastraat, de Blaisantvest, Sint-Amandsberg, Drongen en tweemaal de Muide, haar ware habitat. “De Muide is het hartje van Gent”, lacht ze. Dat ze een boon heeft voor het eiland, spreekt uit alles wat ze zegt. Hatice: “Muide-Meulestede is een diverse en creatieve wijk. Hier wonen vele mensen die sociaal geëngageerd zijn en daar voel ik mij goed bij. Wel is het zo dat je niet altijd je dichtste buren kent. Maar je moet ook een beetje moeite doen. Zelf heb ik een moestuintje in de Moeskopperij en daar leerde ik nieuwe mensen kennen, waaronder mijn eigen buren. Ik kom er iedere dag om een frisse neus te halen. Maar ook een onverwachte gebeurtenis kan mensen dichter bij elkaar brengen. Dat was een tijd geleden het geval tijdens een onverwachte stroompanne in de wijk. En nu dus door het coronavirus.” Naaister én sociaal werkster Dat sociale kantje is niet nieuw bij Hatice. Sinds 2013 werk ik bij de Gentse afdeling van de Unie van Actieve Verenigingen (UAV), voorheen ‘Turkse Unie’. Dat is een netwerk van heel wat sociaal-culturele lidverenigingen, waar mensen terecht kunnen met allerhande vragen. Aan ons om die te beantwoorden of hen door te verwijzen naar de juiste instanties. In het humaniora had ik gekozen voor de opleiding snit en naad aan het Viso in de Guinardstraat. En eerlijk: ik ben daar best trots op; die combinatie van kennis en vaardigheden ligt mij wel.” Mondmaskers maken als sociaal strijdmiddel Zoals wel vaker komt een diploma vroeg of laat van pas, zoals nu. Hatice bleef bij de uitbraak van het virus niet bij de pakken zitten. Haar sociale inborst en haar handigheid met stoffen bleken de geknipte combinatie. Hatice: “Op 30 maart haalde ik mijn naaimachine vanonder het stof en schoot ik in actie. Op basis van een ontwerp ben ik mondmaskers beginnen maken en ben ik eigenlijk niet meer gestopt. Het zijn eenvoudige exemplaren met een vakje voor het inbrengen van een koffiefilter. Ik heb dan binnen de UAV een oproep gelanceerd onder de verschillende ledenverenigingen om te helpen bij het stikken.” De respons liet niet lang op zich wachten, ook vanuit de eigen wijk. Heel wat mensen sloten zich spontaan aan, echt hartverwarmend. Iets wat Hatice niet echt verbaasde: “Gent is een bijzondere stad, met een sociaal gelaat. Het begrip samenleven betekent hier nog iets. En ook de Turkse gemeenschap staat gekend om haar vrijgevigheid en warm gevoel. België is ook ons land en Gent onze stad. Elkaar respecteren is in deze periode nog belangrijker dan anders. Corona heeft ons een les geleerd, ook in respect en vertrouwen. Zo zie je nu onder de mensen meer waardering voor leerkrachten, medisch en verplegend personeel, winkelbedienden,… Ja, uit iets negatiefs groeit vaak iets positiefs.” Intussen heeft Hatice met haar naaiclub meer dan 2.000 mondmaskers op de teller staan. Tel daar nog een 5.000 exemplaren bij van de stoffenwinkels uit de Sleepstraat, die ook heel wat stof aanleverden. De mondmaskers werden intussen gratis geschonken aan het psychiatrisch centrum Gent-Sleidinge, dat ook zelf instond voor de stof en deels aan AZ Sint-Lucas. Haar initiatief haalde intussen terecht de lokale pers. Dat de mondmaskers gespreksonderwerp nummer 1 geworden zijn, bezorgt Hatice nog meer energie: “Wij gaan in ieder geval door tot het bittere einde, tot we dat virus verslagen hebben.” En dan de ramadan Op haar vraag heeft het gesprek met Hatice plaats aan de vooravond van de ramadan. Deze keer zal de beproeving bij wie aan het vasten gaat, nog groter dan anders zijn, zo beseft Hatice maar al te goed: “Voor het eerst worden we met zo’n ongewone situatie geconfronteerd. De Iftar, het mekaar opzoeken in familieverband na zonsondergang om samen te eten, de moskeebezoeken: plots valt dat alles weg, wat niet te onderschatten is. Maar we blijven positief denken. We staan voor een situatie waarbij iedereen gelijk is. Alle mensen moeten dezelfde regels en richtlijnen volgen. En weet je: volgend jaar vieren we opnieuw Iftar. Maar toegegeven: het wringt toch. Zelf mis ik de sociale contacten. Ik ben een sociaal dier en een knuffelbeer; een echt papa’s kindje en met een hechte band met mijn zoon.”

"De kinderen willen zo graag naar buiten"

Gentse R.•5 jaar geleden Alain en Francine Wambo-Tsague combineren hun drukke job met de dagelijkse zorg voor hun drie actieve kleuters. Een evenwichtsoefening, kwam Gent Raconteur, Hilde Ingels te weten. Zes jaar ondertussen woont het Kameroense koppel Alain Wambo en Francine Tsague in de Gentse stationsbuurt. Met drie kleine jongens en elk een drukke job is er geen tijd over voor nevenactiviteiten. Francine werkt als burgerlijk ingenieur en Alain is verpleger in een Gents woonzorgcentrum. Nu de kinderen alle dagen thuis zijn, is het een hele uitdaging om de job en het huishouden gecombineerd te krijgen. “Elke dag vraagt Gaddiel (5) naar juf Katrien. Hij mist haar erg en zou zo graag terug naar school kunnen”, vertelt Francine. In gewone tijden gaan Gaddiel en Kaleb (3,5) naar de KLIM, net om de hoek, en kan Ronel (1,5) naar het Elfenbankje. Nu iedereen thuis blijft in deze quarantaineweken moeten Francine en Alain zich vooral goed organiseren.Werken in shiften Francine: “Ik werk ’s ochtends van 7 u. tot 13 u. thuis voor mijn werk. Dan kan Alain voor de kinderen zorgen. In de namiddag en avond gaat Alain werken, dus dan leg ik mijn werk even opzij om me met de kinderen bezig te houden. ’s Avonds als ze in bed zitten, werk ik verder tot 22u. Ja, dat is intens, maar het kan niet anders.”Alain: “Uiteraard zijn het extra drukke weken bij mij op het werk. Iedereen weet hoe intens de zorg nu is in een woonzorgcentrum. En wij zijn hard getroffen. Omdat ik werk met mensen die positief getest zijn voor Covid-19, draag ik een mondmasker als ik even buiten ga en zelfs in huis dragen we regelmatig ons masker. Ik wil zelf niet besmet geraken, maar wil ook mijn gezin niet besmetten.”Drie kleine jongens alle dagen bezig houden in huis, is niet eenvoudig. “We hebben een kleine koer en we gaan weleens naar het ‘Bananenpark’ zoals ze dat hier noemen, maar dan moeten Alain en ik samen kunnen gaan”, vertelt Francine. “In het park lijkt het voor de jongens alsof ze even weg zijn van de gevangenis, en dan rennen ze alle richtingen uit”, lacht ze.Alain: “Hier in de buurt hebben we via de parochie van Sint-Pieters-Buiten een aantal goede contacten. Ook bij de Kameroense gemeenschap in Gent hebben we vrienden, maar net als iedereen zijn we nu op onszelf aangewezen.”TrouwfeestEind vorig jaar gingen Alain en Francine voor het eerst in negen jaar terug naar hun familie in Kameroen. De grootouders hadden hun kleinkinderen nog nooit in levenden lijve gezien. Bovendien had de familie daar nog een trouwfeest tegoed. Ze zijn blij dat dit langverwachte bezoek is kunnen doorgaan. “Want ook in Kameroen is het van ‘blijf in uw kot, al zijn er gelukkig nog maar een duizendtal besmettingen”, besluit Francine.

“Ik leef heel fel in het nu”

Gentse R.•5 jaar geleden Ze mist haar senioren, haar drukke sociale leven. “Ik leef heel fel in het nu”, vertelt Nicassia Pollentier (55) vanuit haar huisje aan de Dampoort aan Gents Raconteur, Rudy Pieters. De laatste dag voor de lockdown was heftig, vertelt ze, Elke dag haalt ze senioren uit Sint-Amandsberg en Oostakker op met een Hendriks-busje. Die moeten allemaal naar het dagcentrum Heiveld in Sint-Amandsberg. ‘s Avonds brengt ze iedereen weer terug. “Ik ga ook telkens binnen bij de mensen. Dat creëert een bijzondere band.” In één klap was dat gedaan. “De donderdagochtend, 12 maart, hebben we nog gewoon gereden. Maar heel onverwachts kregen we het nieuws dat ze gingen sluiten. ‘s Namiddags, voor de tweede rit, was er een enorme chaos. Er was een spoedvergadering bij het dagcentrum: vanaf maandag ging alles sluiten. “Ook de mensen zelf reageerden emotioneel. De helft van de groep heeft een of andere vorm van dementie, maar de andere helft besefte goed wat er aan de hand was. Die laatste rit was er een vrouw echt aan het huilen. Die zit nu heel alleen.” Kleine drama’s Ze denkt regelmatig aan de mensen die ze alle dagen in haar busje heeft. “Je hoort de verhalen van de woonzorgcentra, maar die zien nog mensen. In mijn doelgroep zijn er verscheidene waarvan ik zeker weet dat ze gaan vereenzamen. “Ook van mensen die niet alleen wonen, weet je dat er kleine drama’s gaan gebeuren. Ik weet van één man met verschillende problematieken: zijn vrouw kan dat echt niet aan. Hij stond eigenlijk klaar om naar een woonzorgcentrum te gaan, maar dat is ook allemaal stopgezet. Die zitten daar nu. “Ik probeer er niet te veel aan te denken. Ieder heeft zijn eigen verhaal. Voor de ene is het al zwaarder dan de andere. Sommigen zullen wel goed opvangen worden. Maar het blijft wel zwaar.” Eenzaamheid Nicassia is nu technisch werkloos. “Ik heb geen idee wanneer ik opnieuw ga beginnen. De maatregelen voor de ouderen zullen waarschijnlijk het laatst versoepeld worden.” Ook haar sociale leven is helemaal stilgevallen. Ze woont de helft van de tijd alleen, in een huisje in de Brunaustraat, in de Dampoortwijk, de andere helft woont haar zestienjarige zoon in co-ouderschap bij haar. “De eerste week had ik mijn zoon niet en dat was slikken. De eenzaamheid … Ik ga wel wandelen met iemand, maar ik ben sowieso geen wandelaar. Ik heb nogal veel sociale contacten, ik onderneem veel, ik ben veel weg: dat viel allemaal weg. Het is niet dat ik mij verveel, maar het is gewoon het sociale contact dat ik mis.” Overbelaste pols Nu houdt ze zich bezig met klusjes in huis. Noodgedwongen moet ze ook daar gas terugnemen. “Ik had een hele lijst met klusjes, snoeien in mijn tuintje, mijn kasten uitkuisen. Ik heb hier verbouwingen gehad en er zijn nog dingen die ik zelf moet afwerken. Ik zit ook bij een groepje waarvan ik de boekhouding doe. Allemaal dingen die ik had uitgesteld. “Met als resultaat dat ik nu met een polsontsteking zit, door overbelasting”, lacht ze. “De dokter zegt dat ik het wat kalmer aan moet doen. Ik ging nog schilderen in huis, maar dat zal even moeten wachten.” Banierparkje Haar buurt maakt het allemaal wat draaglijk. “Ik heb het huisje vijf jaar geleden kunnen kopen, door een erfenis. Ik ging nooit van mijn leven iets kopen, ik heb geen baksteen in mijn maag. Maar ik heb twee keer kort na elkaar serieuze problemen gehad met een verhuurder. Je voelt je machteloos dan. Ik heb dan wel die twee processen gewonnen, maar de tijd die je daar dan moet insteken, dat was echt merde.” “Ik woon hier heel graag. Mijn koertuintje kijkt uit op het Banierparkje. Ik weet nog, toen ik hier binnenkwam ... de inrichting was afschuwelijk, maar de sfeer was direct van: hier voel ik mij goed. Ik heb zon in de namiddag. Ik heb niet getwijfeld.” Goed contact met de buren “Ik had alleen een beetje schrik voor de buurt. Het is tussen de Dendermondse- en de Antwerpsesteenweg. Maar dat valt heel goed mee. Ik merk ook een verbetering in de vier jaren dat ik hier woon. “Er wordt enorm veel gedaan qua buurtwerkprojectjes. Ik heb een goed contact met de buren. Ik heb zelfs een Whatsapp-groep met een paar buren. We gaan in de zomer ook zo een soort speelstraat organiseren. “Er is hier een gezonde mix, er zijn ook een paar Turkse families. Ik ga niet zeggen dat ik iedereen in mijn straat ken, maar de meesten toch wel. Af en toe doe je eens een klapke met elkaar, en dat vind ik plezant. In deze periode sla je zelfs sneller een praatje. Je blijft wat langer plakken als je elkaar tegenkomt - met de nodige afstand natuurlijk. En we weten ook: als we iets nodig hebben, kunnen we bij elkaar terecht.” Minder op Facebook In haar huisje aan de Dampoort lijkt de buitenwereld vandaag veraf. Het nieuws volgt ze steeds minder, merkt ze. “In het begin keek ik nog naar het nieuws op de televisie, maar nu niet meer. Ik ben genoeg geïnformeerd met wat ik op de radio hoor en af en toe op mijn smartphone lees. De media houden toch de angst in stand, vind ik. Ze concurreren een beetje tegen elkaar op. “Ik merk dat ik ook minder op Facebook zit dan in het begin. Ik gebruik Facebook en Messenger natuurlijk voor mijn sociale contacten. Maar wat je op Facebook allemaal leest, al die berichten … De ene heeft zijn mening, de andere heeft zijn mening, er wordt nogal veel geleuterd, vind ik.” Fel in het nu Hoe de komende weken er gaan uitzien, daar denkt Nicassia nog niet te veel aan. “Ik maak me soms wel ongerust over mijn job. Ik zou het heel erg vinden mocht ik daar om de een of andere reden niet meer kunnen werken. Maar aan de andere kant denk ik: ik ga mezelf niet te veel opjagen. “Ik leef heel fel in het nu. Ik merk dat er een soort manier is om naar binnen te gaan, een beetje reflecteren over alles, automatisch ook minder behoefte om mensen te zien. Is dat nu omdat je weet dat het niet kan, ik weet het niet. Maar het gaat me niet slecht af.”

Verweven verhalen - UCO Braun - Halil Gök

Gentse R.•5 jaar geleden Portret: Patrick Henry Halil Gök was tussen 1980 – 2008 inspecteur in de spinnerij en weverij in de UCO-fabriek en blikt terug op die jaren. Video: Peter De BockHalil: Ik woon sinds 1968 in Gent en ben in de UCO beginnen werken op 23 juni 1980. Ik zal dat nooit vergeten, want mijn vrienden waren op schoolreis en ik was al 3 maanden getrouwd, op mijn 16 jaar.20 km/nacht op een driewieler Het werken aan de machines was soms echt gevaarlijk. Toen een vriend van mij een klein stukje stof wilde wegnemen, geraakte hij direct zijn pink kwijt. Die machines stopten ook niet vanzelf. Dat duurde tot 30 à 45 minuten eer die volledig stilvielen. De UCO was een grote fabriek. Ik denk dat wij per nacht tot twintig kilometer aflegden. Op den duur gaven ze ons een driewieler, precies zo’n fietske voor mensen met een handicap. Daarmee laveerden we tussen de machines. We moesten wel maken dat we met ons stuur de stof niet raakten. Het vroeg wat gevoel voor evenwicht, want we schreven op het bord terwijl we op de fiets zaten. Mannen en voetbal Voor zijn laatste werkdag net voor zijn pensioen, hadden we onze ploegbaas, zijn vrouw en dochter getrakteerd op een etentje in een Turks restaurant. Die mens heeft dat echt gewaardeerd. Heel wat taken waren niet geschikt voor vrouwen, omdat het werk te zwaar was. Neem nu het tillen van zakken van 50 tot 60 kilogram. Ik heb de laatste 15 jaar tijdens de weekends gewerkt. Als er ’s avonds een voetbalwedstrijd was op tv, dan was ik met mijn hoofd meer daar. Dan sms’te ik wel eens naar mijn zoon om de tussenstand te weten. Didier, een collega, had ’s morgens vroeg eens een schel hesp tussen mijn boterham gelegd, om mij te plagen. Varkensvlees dus. En ik wist van niets. Tegen 7 uur kreeg ik goesting in een boterhammeke met koffie. Ik had het subiet geroken. En Didier stond natuurlijk van achter zijn machine te lachen. De voddenberg groeit De laatste jaren stapelde de ene fout na de andere zich op. De eerste kwaliteit ging erop achteruit. Dan volgde de tweede keuze, de derde, … De stapel vodden bleef groeien. Zo kon het natuurlijk niet verder. Twee à drie keer per jaar werden we bijeengeroepen met de boodschap dat het hier slecht aan het gaan was. Zo zijn Marx & Spencer hier weggetrokken.

Charlotte Vervaet, juf met een hart voor het eiland

Gentse R.•5 jaar geleden Malem is een dorp in de stad. De band tussen de mensen is er hecht. Het eiland laat zijn bewoners in tijden van corona niet los. Ook al is Charlotte pas aan haar tweede schooljaar toe in Freinetschool Het Eiland, haar hart heeft ze er duidelijk al verloren. Dat hoor je in haar stem die liefdevol vertelt over haar kinderen van de tweedegraadsklas en over het eiland Malem. Een eiland dat leeft van de warme contacten tussen de mensen. Charlotte: “Ja, het klopt: ik ben snel gaan houden van dit dorp in de stad. Nu met de ganse heisa rond corona willen we extra inspanningen doen voor de meer geïsoleerde gezinnen.” De eilandbewoners Malem is een eiland dat een dorpse rust uitstraalt. Er zijn de vele witte huisjes, het witte kerkje, de kronkelende Leie, het deugddoende groen. Dat het vrij compact is, maakt ook dat iedereen er iedereen kent. Charlotte: “De kerk biedt onderdak aan de Circusplaneet. Dat zijn buren die connectie zoeken met de omgeving. Net als wij met onze school. Het groen nodigt ons uit om geregeld met de kinderen naar buiten te trekken. Bijvoorbeeld voor een potje voetbal over de middag. Moet een kind dan dringend naar het toilet, dan hebben we maar aan te bellen bij een van de ouders. Dat kan hier allemaal zomaar. Geweldig toch?” De kinderen van Malem zijn het ook gewoon om buiten te spelen. De huizen zijn eerder klein, de straten niet al te druk. Dat maakt dat de bewoners al snel eens hun voordeur open trekken. Challenges Dat mensen door het coronagevaarte nu gevraagd worden zoveel mogelijk binnen te blijven, is hier dan ook dubbel zo erg. De angst blijkt bij sommige ouders duidelijk voelbaar. Als school is Het Eiland hier zeer waakzaam voor. Charlotte: “Zo hebben we binnen onze geheime Facebook-groep een aantal ‘challenges’ gelanceerd voor de kinderen, zoals het maken van mandala’s, het bouwen van een hoge toren, enzovoort. En dat slaat duidelijk aan; we krijgen heel wat bemoedigende reacties en ouders posten foto’s van hun kinderen in actie. De kinderen en ouderen voelen aan dat ze er niet alleen voor staan en dat betekent wel wat.” Als de kinderen niet naar school komen, dan komt de school naar de kinderen Maar zoals dat gaat, wordt hiermee niet iedereen bereikt. Het lijkt of sommige gezinnen afgesloten zijn van de buitenwereld. Maar ook dan blijven Charlotte en haar collega’s niet bij de pakken zitten. Charlotte: “Zo hebben we maandag bundeltjes rondgedeeld bij alle kinderen van de klas. Dat lukt aardig, maar toch vertrouwen sommige ouders dat niet, uit vrees voor het virus. Komt daarbij dat niet iedereen over een computer beschikt. Daarom onderzoeken we nu of we geen exemplaren van de school ter beschikking kunnen stellen. En de brugfiguur van onze school belt iedereen persoonlijk eens op. Contact blijven houden is hier zo cruciaal. We merken ook dat de Circusplaneet niet bij de pakken blijft zitten. Zo hebben zij nu online circuslessen samengesteld en die gedeeld op het internet. Zo kunnen de vele leerlingen die hier normaal circuslessen volgen, toch blijven oefenen en houden ze contact met elkaar. En daar is het hem toch om doen, niet? Het eiland laat zijn bewoners niet los!”
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacybeleid
  • Cookiebeleid
  • Toegankelijkheidsverklaring
  • Sitemap
Mogelijk gemaakt doorGo Vocal voorheen CitizenLab