
David S.•3 jaar geleden In de reeks 'De Familie Bernadette' brengen we het verhaal van 100 jaar leven in de sociale tuinwijk Sint-Bernadette (1923-2023) aan de hand van getuigenissen van volbloed Bernadettes. Hierbij het verhaal van Linda Claus, vandaag nog altijd actief in het Nova-centrum.Linda was 10 jaar oud toen ze naar de Bernadettewijk verhuisde. Of liever, net erbuiten, naar de voorstraat. Sindsdien heeft ze altijd in de Bernadettestraat gewoond. Nu met haar man, vroeger met haar ouders. Zij is een Claus, een kind uit een van de befaamde grote nesten die de Bernadettewijk bevolkten. Linda is iemand die de boel graag draaiende houdt. Sinds jaar en dag staat zij achter de toog van het Novacentrum, zeg maar het katholieke hart van de Bernadettewijk. De katholieke kring heeft gedurende al die jaren het sociale gevoel van de wijk enorm versterkt, beweert ze. Maar ook Linda moest lijdzaam toezien hoe de wijk beetje bij beetje leeg liep. Zij is één van de laatste uitwassen van de typische Bernadettegeest. Met een zekere halsstarrigheid blijft ze allerhande evenementen organiseren en kent ze nog altijd iedereen. Ze blikt maar al te graag, met een zweem van melancholie, terug op het leven in de Bernadettewijk.Opgroeien als BernadetjeIn 1965 verhuisde Linda met haar ouders van de Dampoort naar de Bernadettewijk. Ze kwam terecht in een sociale buurt, waar de bewoners elkaar kenden. Iedereen moest het met even weinig stellen en iedereen toonde zich daar even content mee. Het is vooral die specifieke sfeer, die Linda nog goed kan oproepen. “Het contact met de buren was zeer goed. Destijds had iedereen een met hagen afgesloten voortuintje, dat dienst deed als fietsenstalling. Ik woonde hier samen met mijn ouders, mijn zus en mijn vier broers.” Grote kroosten in kleine huizenOmdat de familie Claus acht leden telde, werden ze al snel een begrip in de wijk. Linda: “Iedereen zat hier continu buiten op zijn dorpel of stoel. Men zwaaide naar passanten of sloeg er een zoveelste babbeltje mee. Niemand was onbekend binnen de poortgebouwen. Van iedere voordeur wist ik welk gezin er achter woonde.”En aan speelkameraadjes ontbrak het niet, met al die grote gezinnen. Linda: “Bekend waren onder andere de families Van Neste, De Smul, De Clercq, Wiels, Pycke,… en ga zo maar door”. De huizen waren klein, weet Linda nog goed: “Er is mij al vaak gevraagd hoe we dat toch deden om te slapen, met zes kinderen. We hadden maar twee slaapkamers, een kleine en een grote. Dat is de reden waarom mensen toen zoveel buiten zaten.”In de woningen was er geen plaats voor een badkamer. Daarom gingen de Clausjes, net zoals de andere grote gezinnen, een stortbad nemen in de stadsschool. “Met één geldstuk kreeg je er de hele kroost gewassen. Dat kende succes, aangezien bijna niemand zich thuis deftig kon wassen. Je kwam daar altijd bekend volk tegen, we spraken er zelfs speciaal voor af.” De stadsschoolDe kinderen uit de meeste grote gezinnen trokken naar de stadsschool in de wijk, en niet naar de katholieke school, iets verderop. Het voordeel was dat de stadsschool alle materiaal, zoals potloden of boeken, gratis ter beschikking stelde. Ideaal voor de grote gezinnen, die het met een karig inkomen moesten stellen. Linda zat in een goeie klas. “Martine De Regge, voormalig Gents schepen, was een klasgenoot! De familie De Regges heeft van de school ook een warme plek gemaakt.”Het was vooral volk uit de wijk zelf dat hier school liep. Linda vertelt dat je dat kon merken tijdens de schoolfeesten: “Tijdens het jaarlijkse sinterklaasfeest zat de schoolzaal bomvol. De ouders, de kinderen, echt de hele wijk was daar verzameld. De leerlingen kregen toen ook cadeaus van de Stad Gent, zoals een leesboek.”Linda herinnert zich ook nog de buitenschoolse activiteiten die er plaatsvonden. Zelf nam ze daar niet aan deel. Veel liever speelde ze gewoon buiten op straat. Een warme school heeft ook warme spilfiguren nodig. Zo was er meester Sonck. “Die gaf les in het vierde, ook aan mijn broers Rudy en Alex. Ze hebben twee jaar geleden nog eens een bijeenkomst van die klas gehad. Meester Sonck was daar ook, op z’n tachtigste.” Ook de schoolfeesten waren memorabel. Linda: “Er waren meer dan genoeg gelegenheden om schoolfeesten te geven. Er waren zelfs bals, waar iedereen schoon uitgedost naartoe trok.”De leegloop van de wijk ziet Linda met lede ogen aan: “Die mensen waren hier allemaal liever samen gebleven, in het nieuwe woonproject. Maar dat was niet mogelijk, wat bij velen op de maag lag, en terecht. De Bernadettes waren genoodzaakt uit te zwermen. Er zijn mensen vertrokken naar Zwijnaarde, Nieuw Gent, Ledeberg, het Rabot… Dat was hier een sociale wijk, hé, zoiets doet zeer.”Het Novacentrum, verzamelplaats van de katholieke kringVeel te doen in de NovaHet maakt niet om wie het gaat, Linda heeft in haar Novacentrum allerlei soorten mensen weten passeren. Het was een ware sociale draaischijf van de Bernadettewijk. Linda vertelt over enkele spilfiguren, waaronder Wim Marievoet: “Wim had hier zijn jeugdclub, genaamd Evolution. Dat is hier allemaal begonnen met één eindejaarsfuif die een gigantisch succes kende. Dat evolueerde dan tot een maandelijkse dancing in de wijk.” “Jeugdhuis Evolution was een gebeuren voor letterlijk iedereen”, getuigt Linda. “De oudste van mijn drie zoons, een goede vriend van Wim, kwam hier elke maand dansen. Ikzelf ging ook, met mijn vriendinnen. Ik weet nog goed dat Pastoor Dries mij indertijd aansprak: ‘Lindaatje,’ zei hij, ‘’k Zou daar ook gaarne eens naartoe gaan.’ En ik hem beloven dat ik hem kwam halen. Die kon dat niet geloven!” Zo werd de pastoor ook lid van de club. Jeugdhuis Evolution zoog de hele wijk naar de Nova. Wegens groot succes verhuisde Evolution van de kantine naar de grote zaal, die steevast volzat.Naast de maandelijkse dansavonden vonden hier wat meer christelijk geïnspireerde evenementen plaats. “Ook de dekenij kwam hier iedere maand. Voormalig deken, Charles Wyckaert, heeft er enorm veel voor betekend, getuigt Linda. “Hij organiseerde maandelijks etentjes en muziekavonden, met een orgel. Een andere Charles, we noemende hem ‘Blinde Sjarel’, en zijn vrouw Diane, speelden op het orgel. En iedereen maar dansen! Na deken Wyckaert is alles wat stilgevallen, omdat er geen opvolger werd gevonden.“Je had hier destijds ook Cinema Nova. Daar ben ik enkele keren naar de film gegaan”, vertelt Linda. Maar niet al te vaak, want buiten spelen bleef het goedkoopste.De gebuurtefeestenIeder gebuurtefeest bracht de hele wijk op de been. Maar de grootste volksmassa die Linda zich kan herinneren, was tijdens de Kaarsjesstoet. De stoet hoorde bij de jaarlijkse dekenijfeesten, en iedereen liep daarin mee. “Als we dan hier in de Nova toekwamen, kreeg iedereen een washandje met een stuk zeep in”, zegt Linda.In de stoet liepen ook twee reuzen mee, een man en een vrouw. Tijdens de dekenijfeesten stonden die hier, in de zaal van de kring. Het was een bontgekleurde stoet, zegt Linda: “Twee of drie korpsen majorettes liepen er in mee. Ikzelf stapte mee met de Buffalo-supportersgroep, met op kop Ben Bundervoet, de gekende mascotte in indianenkostuum. Ik werkte destijds in de Carrefour en spaarde dan een heel jaar lang zegeltjes om prijzen te winnen. Tijdens de stoet werden die prijzen rondgegooid door kindjes in een paardenkar.”De gebuurtefeesten vormden een echt familiegebeuren. Voor Willy en Irene, de bakkers, was dat lastig: “Die konden de bestellingen voor taarten gewoon niet bijhouden! Op dat vlak waren de jaren 1970 - ’80 de topjaren. De laatste jaren van die feesten ging de bakker zelfs gewoon met verlof.”De jaarlijkse kermis was ook een hele bedoening. Linda herinnert zich nog hoe de deken er zich amuseerde. “Aanvankelijk was dat Jules De Blye; die had zijn naam ook niet gestolen! Na zijn overlijden werd de fakkel doorgegeven aan Charles Wyckaert.” En geen kermis zonder kermiskoers, maar dat bleek in de Bernadettewijk lang geen memorabele. Linda: “We hadden hier wel uitstekende voetballers, maar koerstalent zeker niet.”Linda mist die jaren van de kermis, dat merk je snel: “Hier op het plein in de Bernadettestraat had je de botsauto’s. Recht tegenover café De Nova stonden de draaimolen en de bootjes… Op elk pleintje kon je een ander spel spelen: zaklopen, met een fiets over een ei rijden, een hindernisparcours afleggen,... Dat is allemaal zo lang geleden.”De gebuurtefeesten duurden een heel weekend. Hier, aan de Nova, was er een muziekkot ingericht, waar iedereen een verzoeknummer kon aanvragen,” herinnert Linda zich. “Vooral Vlaamse schlagers. Die werden dan door een intercom met luidsprekers voor de hele straat afgeroepen. Dan weerklonk bijvoorbeeld: ‘Aan mijn ventje: schat, niet te zat, hé, vanavond!’ Er moesten geen namen genoemd worden, iedereen wist over wie het dan ging (lacht).” Naast het muziekkot maakte de dekenij ook gebruik van de zaal van de Novakring. Linda: “De deelnemers van de stoet traden ook daar nogmaals op. Rond vijf uur kwamen alle toeschouwers piepen, als sardientjes in een blik. Het waren hier precies een kleine Gentse Feesten. (zucht) Spijtig dat dit alles is weggevallen. Zoiets doet voor veel volk echt zeer.”De Nova als noodkerkDe mensen die tijdens de dekenijstoet de reuzen droegen, zijn hier in de Nova destijds nog getrouwd. Linda legt uit: “Dat zal hier dan in de kantine geweest zijn, tijdens de bouw van de nieuwe kerk! De Nova deed hier toen dienst als noodkerk. Je kon hier dan ook de mis bijwonen.” De nieuwe kerk werd er in 1969 gebouwd. De Zusters van BernadetteOok de vier Zusters van de school bleken rasachte Bernadettes, zegt Linda. “Altijd klaar om in de bres te springen, altijd present als er iets te doen was. “Mijn man heeft voor hen en de twee pastoors nog Paasdiners bereid. Telkens hij met een schotel uit de keuken kwam, kreeg hij applaus (lacht). Ze hebben echt heel veel voor de buurt gedaan, en verwachtten daarvoor niets terug, op hun Paasdineetje na. Na verloop van tijd waren de Zusters nog maar met drie. Volgens de kerk vormde dit niet langer een Zustergemeenschap. Hun vertrek liet de wijk dan ook gebroken achter.”De Zusters zorgden er ook voor dat de band met de rest van de wijk, de andersgezinden, goed zat. Rood, groen, blauw of wat dan ook, voor hen speelde het geen enkele rol. Linda herinnert zich bijvoorbeeld nog goed het moment waarop haar zoon betrokken was bij een ongeval met zijn brommer. Linda: “Dat was net voor onze skireis naar Oostenrijk, georganiseerd door de Rode Vossen. Wij gingen met het hele gezin mee en mijn man zou er voor iedereen koken. De Zusters leenden ons toen een rolstoel , die mee mocht op de bus van de socialisten.” Ook kinderen die al eens hun brooddoos vergaten, konden bij de Zusters terecht voor een paar boterhammen. Zuster Simone, die nog lang lid bleef van de naaiclub van de Nova, ging vroeger rond met het parochieblad. Toen zij last kreeg van haar knie, vroeg ze aan Linda om over te nemen. “Als ik wat tijd vond tussen het werk en het opvoeden van mijn zonen en kleinkinderen door, ging ik op ronde. Omdat ik nogal een babbelaar ben, geraakte ik op een namiddag soms niet verder dan twee huizen. Als mensen jou binnen vragen, kan je toch moeilijk refuseren, hé. Die zijn al zo blij dat ze nog eens met iemand kunnen praten. Vele ouderen zaten hier vaak moederziel alleen…” Buffalo’s in hart, maag en nierenMet maar liefst drie voetbalploegen in de wijk, hoeft het niet te verwonderen dat de Bernadettewijk altijd zot is geweest van voetbal. Vele bewoners hier droegen een echt Buffalohart. Linda kreeg haar fanatisme met de paplepel mee. “Mijn ouders waren zo’n grote Buffalo’s dat ze in 1981 een supportersclub hebben opgericht. Café Neptune, naast de school hier wat verder in de straat, werd het stamcafé.” Ze ondernamen dit samen met Rudy Gerinckx, Linda’s echtgenoot Fernand Van Cauter, diens broer en zus, Eric en Marina. “Vroeger telde onze supportersclub meer dan honderd leden. Voor wedstrijden op verplaatsing legden we dan een bus in. Linda en Regina smeerden toen altijd pistolets met gehakt voor de deelnemers. Wat ze trouwens ook al deden tijdens de jaarlijkse gebuurtefeesten. Vandaag hoeven de supporters geen lid meer te zijn van de club zijn om mee te gaan: “De tickets zijn voor de meesten al duur genoeg.”“Toen café Neptune verdween, verhuisde de club naar Café Nova, hiernaast. Dat was toen bij Chantal, een cafévrouw uit de duizend”, zegt Linda. Zij organiseerde er jaarlijks een groot eetfestijn voor de supportersclub, met op het menu: biefstuk friet. Linda: “Op één weekend verkochten wij meer dan 30 kilo biefstuk. En mijn man, die kok is geweest, stond dan hier op het terras te bakken.” In november maakte Fernand ook een hutsepot klaar ten voordele van de supportersclub. “Dat was dan voor een man of 150. Naast de nog eens 50 Bernadettes die hun maaltijd kwamen afhalen met hun casserole kwamen afhalen.” Nu haar man 70 jaar is, gaat dat zo gemakkelijk niet meer. Er heeft hier aan de Nova ook een tijdje een dreupelkot gestaan. “Ik vroeg daar een vergunning voor aan vanaf de vrijdag, maar ’t zatte volk bleef plakken tot zondagnacht, niet normaal.” En het zouden ook geen Buffalosupporters zijn mochten ze geen Buffalococktail hebben verzonnen. Linda: “Een blauwe, natuurlijk! Curaçao, wodka, en nog iets bij”, somt Linda op. “Die cocktail hebben we dan maar Viagra genoemd. Die verkocht als zoete broodjes, maar ik vrees alleen dat de Viagra niet zeer goed heeft gewerkt, met al die zware kalibers (lacht). De Nova vandaagDe supportersclub bestaat vandaag nog altijd, net als de Nova overigens. Er worden nu nog bingoavonden (“met Dragqueens!”) gehouden, en de petanqueclub is hier ook iedere week actief. Linda is al 12 jaar trotse uitbater van de Novakring: “Ik ben er destijds eerder toevallig in gerold en kijk: ik sta hier nog ieder weekend achter de toog. Hierbij krijg ik de waardevolle hulp van Carine Van De Woestijne.” Mensen komen hier nog altijd een kaartje leggen, breien of voor een partijtje petanque. De Bernadettes vandaagAls we tot slot Linda vragen om het Bernadettegevoel te omschrijven, hoeft ze niet lang na te denken: “sociaal, zorgzaam en verbonden als een echte familie. Christiane Pycke en Hilda Van Neste zijn daar mooie voorbeelden van. Peter van de boekenwinkel en kapster Nadia trouwens ook. Daar ga ik nog iedere week langs.” Maar dat zijn de weinigen die nog overschieten. Linda betreurt de leegloop: “Vroeger had je hier zo veel: een klerenwinkel, een kaaswinkel, twee bakkers, twee slagers, wel zeven cafés… Alles verdwijnt hier, samen met de mensen.”De Bernadettewijk mag dan tot puin worden herleid, de Novakring blijft bestaan. Linda: “Zolang er volk over de vloer komt, doen we door. En dat kan nog lang duren, want ik zie toch uitgezwermde Bernadettes blijven komen.”Foto: Karen Simal